Het goede nieuws: zakelijk debat over haalbaarheid Spelen

Door de olympische successen van Nederlandse sporters wordt het verlangen om de Spelen te organiseren aangewakkerd.

Olympische Spelen hebben op veel mensen een magische aantrekkingskracht. Begrijpelijk gelet op het niveau van sportbedrijven; voor de liefhebber is het twee weken lang dagelijks genieten. De keerzijde is dat de Spelen qua uitstraling en omvang zo'n vorm hebben aangenomen dat de grens van het `gigantisme' inmiddels lijkt te zijn bereikt, zo niet is overschreden. Maar dat schijnt eerder als een aanbeveling dan een afremming voor kandidaatstelling te gelden.

De discussie in Nederland kenmerkte zich de laatste jaren door een grote mate van opportunisme, vooral gevoed door de olympische successen van nationale sporters. En niet geremd door de ervaring van 1985, toen Amsterdam achteraf voor een kansloze kandidatuur voor de Spelen van 1992 streed en de oppositie in Nederland tegen het plan aanzienlijk bleek te zijn.

Met het verstrijken van de jaren en het toenemen van de olympische successen door Nederlanders kreeg het verlangen naar de Spelen in Nederland steeds vaker een stem. Bijvoorbeeld in de persoon van het Kamerlid Jan Rijpstra (VVD), die in 1998 bij de sportbegrotingsbehandeling aandrong op een haalbaarheidsonderzoek. De toenmalige staatssecretaris van Sport, Margo Vliegenthart (PvdA), was niet enthousiast, een standpunt dat ze in 2000 tijdens een discussie met sportbestuurders en captains of industry in de olympische stad Sydney herhaalde. Ze zei letterlijk weinig trek te hebben in de Spelen en het beschikbare geld vooral te willen inzetten op de ontwikkeling van Nederland als topsportland. Kortom, van de politiek viel weinig te verwachten.

Maar een ander kabinet in een andere tijd genereert een ander geluid. Want premier Jan Peter Balkenende zag vorig jaar tijdens een bezoekje aan de Olympische Spelen in Athene zo'n evenement wel zitten. En dus kwam de discussie over de mogelijkheid van Spelen in Nederland weer op gang, met IOC-lid prins Willem-Alexander in de rol van aanjager. Als Griekenland met 11 miljoen inwoners Olympische Spelen kan organiseren, dan moet een land met 16 miljoen mensen dat ook kunnen, zei hij. Volgens de kroonprins is het vooral een kwestie van een goed concept én een positieve grondhouding.

De laatste die de discussie aanzwengelde was Peter Vogelzang, de Nederlandse chef de mission bij de Spelen in Athene, die in de Griekse hoofdstad voorstelde de Spelen eventueel samen met België te organiseren; die samenwerking was vier jaar eerder met het EK voetbal toch ook goed verlopen?

Op welk moment de thermometer ook in de samenleving wordt gestoken, als het over de wenselijkheid van de Spelen gaat, blijkt steeds weer dat een grote groep tegen is.

De één om moreel/ethische motieven, de ander om pragmatische redenen. De argumenten variëren van `ongewenste geldverspilling' en `maatschappelijk onaanvaardbaar' tot `te ontwrichtend voor de samenleving' en `opgezadeld worden met niet te exploiteren accommodaties'.

De voorstanders wijzen erop dat de Spelen ook winstgevend kunnen zijn, tot verbetering van de infrastructuur kunnen leiden en het imago van Nederland kunnen verbeteren. En het bedrijfsleven werpt gaarne positief economische motieven in de strijd.

Ongewild is er in Nederland een richtingenstrijd ontstaan, met als gevolg dat de discussie steeds weer een emotionele lading krijgt. Een feitelijk en zakelijk debat is tot op heden niet gevoerd. Om die reden is het goed dat NOC*NSF het initiatief tot een haalbaarheidsonderzoek heeft genomen. Op die manier kan eindelijk inhoudelijk over de wenselijkheid van de Spelen in Nederland worden gesproken. En daarna kan een besluit worden genomen: óf Nederland kandideert zich als gastheer van de Spelen óf de discussie wordt voor eens en altijd gesloten.