Gemiste kans

Nederland krijgt volgend jaar geen direct gekozen burgemeester zoals het kabinet zich had voorgenomen. Dat is zonder meer een gemiste kans. Decennia is erover gediscussieerd om als onderdeel van de modernisering van het lokaal bestuur de burger zelf een stem te geven bij de aanstelling van de belangrijkste plaatselijke politicus: de burgemeester. Eerst moest dan wel de bepaling uit de Grondwet geschrapt worden dat de Kroon de burgemeester benoemt. Gisteravond leek het zover: de Eerste Kamer boog zich in tweede lezing over deze grondwetsherziening. Maar na een halve dag en een avond debatteren werd dat voorstel verworpen. De linkse partijen PvdA, GroenLinks en SP en de twee kleine christelijke splinters in de senaat blokkeerden deze zogeheten `deconstitutionalisering'.

Het werd het Avondje van Ed van Thijn. Deze PvdA-senator torpedeerde het wetsvoorstel van minister De Graaf (Bestuurlijke Vernieuwing, D66) door steeds nieuwe voorwaarden te verbinden aan instemming. Direct na de stemming steeg vanuit de rangen der coalitie een woest gehuil op: er was sprake van `moord met voorbedachten rade'. Een `politiek complot' en een `regenteske reflex' van de sociaal-democraten. Het op zichzelf begrijpelijke lawaai van dit politiek rouwbeklag doet bijna vergeten hoe stil de coalitiepartners CDA en VVD daarvoor waren. Deze fracties staken tijdens het debat in de senaat geen vinger uit om de minister te verdedigen. Senator Dölle (CDA) maakte aan de andere kant wel glashelder hoezeer hem de gedachte van de direct gekozen burgemeester tegen de borst stuitte. Omdat dit nu eenmaal was afgesproken in de coalitie, moest het dan maar, die deconstitutionalisering. Maar zodra de kans zich voordeed moest de aanstellingswijze `gereconstitutionaliseerd' worden, terug achter slot en grendel in de Grondwet. Deze uitkomst van het debat komt het CDA, dat in eerste lezing tegen de grondwetswijziging was, niet slecht uit. Ook al omdat de christen-democraten stevig van mening verschillen met de liberalen van de VVD over de bevoegdheden die het nieuwe type burgemeester moet krijgen. De VVD wil een sterke burgemeester; het CDA wil een sterke gemeenteraad.

De kritiek van de linkse oppositiepartijen op het wetgevingsproces was ondertussen niet geheel zonder grond. De Graaf wekte de indruk bezig te zijn met een haastklus. En hoewel de senaat zich in beginsel niet hoort uit te spreken over wetgeving die voorligt in de Tweede Kamer, was dat nu onvermijdelijk, alleen al wegens de synchrone behandeling van de wetsvoorstellen in beide Kamers. Bovendien zou deconstitutionalisering automatisch leiden tot de invoering van de direct gekozen burgemeester, door de afspraak in het regeerakkoord. En daartegen verzetten zich deze oppositiepartijen, die een door de gemeenteraad gekozen burgemeester prefereren.

In het staatsbestel ligt het politieke primaat met recht bij de direct gekozen Tweede Kamer. Maar zolang de Eerste Kamer niet is afgeschaft, kan ook dit Hoog College van Staat zich met dit soort afwegingen bemoeien. Ondanks de déconfiture in de senaat is nu duidelijk dat de meeste partijen voorstander zijn van een gekozen burgemeester. Dat is winst, maar een schrale troost voor D66. Vastgesteld moet worden dat de belangrijkste missie die de kleinste coalitiepartner zich had gesteld in dit kabinet, is mislukt. Het is logisch dat minister De Graaf zich op zijn positie beraadt.