Een rode biefstuk

Tweehonderd euro korting per huishouden op de nominale ziektekostenpremie, meer geld voor gezinnen met werkende kinderen, en onder meer een lager lesgeld. Dit alles nog dit jaar te realiseren. Dat is wat PvdA-fractievoorzitter Wouter Bos en zijn financieel specialist Ferd Crone maandag hebben voorgesteld. Kosten: 1,5 miljard euro, ofwel een kleine 0,3 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Het kan eraf, volgens de PvdA, want `meevallers' zorgen ervoor dat het kabinet dit jaar uitkomt op een begrotingstekort van nog maar twee procent. Nederland is daarmee in Europa volgens Bos al het ,,knapste jongetje van de klas''.

Het is waar dat de burger snakt naar enige financiële verlichting na de ongekend zware bezuinigingsoperaties die hij of zij de laatste drie jaar over zich heen heeft gehad. Maar waarom moest er ook alweer zo hard bezuinigd worden? Onder de twee paarse kabinetten was de economische groei zo gunstig, en ontwikkelde het begrotingssaldo zich dermate positief dat de gedachte dat het ooit minder zou worden naar de achtergrond verdween. Lees het concept-verkiezingsprogramma dat de PvdA begin september 2001, kort voor prinsjesdag, liet verschijnen er nog maar eens op na. De sociaal-democraten planden toen zeventien miljard gulden (een kleine acht miljard euro) aan extra uitgaven voor de publieke sector in de kabinetsperiode na de verkiezingen van 2002, en gingen uit van een blijvend begrotingsoverschot van 1 procent bij een blijvend hoge economische groei. Destijds waren er al kanttekeningen bij zoveel optimisme, maar, zo zei Crone toen: ,,We zitten met onze berekeningen nog aan de veilige kant.''

De economie verloor vaart en wat volgde was de zwaarste economische tegenslag sinds de oorlog, met zeventien kwartalen van laagconjunctuur. Het is minister Zalm (Financiën, VVD) achteraf verweten dat hij in de vette jaren het begrotingsoverschot niet hoog genoeg heeft laten oplopen om een afdoende buffer op te bouwen voor het kerende economische tij. Het procylische, de hoogconjunctuur aanwakkerende begrotingsbeleid van destijds moest daarom worden omgebogen in al even procyclische, de laagconjunctuur versterkende bezuinigingen van de afgelopen jaren.

De passage uit het ontwerp-verkiezingsprogram van de toenmalige regeringspartij PvdA herinnert er evenwel aan in welk politiek krachtenveld Zalm destijds moest opereren. Het idee dat Bos en Crone afgelopen maandag lanceerden, suggereert dat er niet veel geleerd is. Is het een `meevaller' als een begrotingstekórt wat lager uitvalt? Is er überhaupt geld óver als er nog steeds een tekort is? Dat is er niet. Zelfs gecorrigeerd voor de economische malaise is dit jaar structureel nog sprake van een tekort. Het siert Zalm dat hij erin lijkt te slagen de overheidsfinanciën op orde te krijgen. En, natuurlijk, de oppositie is logischerwijs bang dat 2006 het oogstjaar wordt voor het kabinet. En dat het wellicht met een aantrekkende groei en werkgelegenheid de verkiezingen van het jaar daarop in kan. Maar om te suggereren dat al geld kan worden teruggegeven aan de burger terwijl de reparatie van de staatshuishouding nog in volle gang is? Daar hoort maar één term bij, die goed past bij de economische tijdgeest: goedkoop.