Een niet te versmaden advies

De kabinetsplannen om uittredingsroutes uit het arbeidsproces af te snijden, naderen hun afronding. Na WAO en vroegpensioen heeft de SER zich nu gebogen over de WW.

Ruim vóór de deadline van 1 april is de Sociaal-Economische Raad (SER) erin geslaagd een advies te formuleren over de toekomst van de Werkloosheidswet (WW). Als de werkgeversorganisaties en de vakcentrales instemmen met het `eindbod' dat maandagavond door de kroonleden is voorgelegd, zal de raad het advies op de SER-vergadering van 15 april vaststellen en aanbieden aan minister De Geus (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, CDA).

Het kabinet heeft de SER in november beloofd dat het advies ,,zeer zwaarwegend'' zal zijn, als er ,,eenzelfde volumereductie'' mee wordt bereikt als in de kabinetsvoorstellen. Het advies wordt nog doorgerekend door het Centraal Planbureau (CPB), maar de SER is ervan overtuigd dat het moet lukken om het aantal WW-uitkeringen, nu 341.000, met de beoogde 43.000 terug te brengen.

De kabinetsplannen waar de SER nu alternatieven voor aandraagt, zijn al door de Tweede Kamer goedgekeurd, maar kunnen nog aangepast worden als de minister het SER-advies overneemt. De bewindsman wilde in zijn eigen plannen enerzijds de kortdurende ww-uitkering afschaffen. Deze uitkering van 70 procent van het minimumloon wordt nu verstrekt aan werknemers die ten minste 26 van de 39 voorgaande weken hebben gewerkt, maar niet de vereiste vier van de vijf voorafgaande jaren. Het afschaffen zou jongeren en deeltijdwerkers treffen.

Het kabinet wilde ook de toelatingseisen voor de aan het loon gerelateerde WW-uitkering (70 procent van het laatst verdiende loon) aanscherpen. Deze wordt nu verstrekt aan werknemers die ten minste 26 van de 39 weken voorafgaand aan hun ontslag hebben gewerkt, en ten minste vier van de voorafgaande jaren.

In de kabinetsplannen moest een werknemer ten minste 39 van de voorgaande 52 weken hebben gewerkt. In het SER-advies heeft elke werknemer die ten minste 27 weken heeft gewerkt in de voorgaande 39 weken recht op WW. De ontslagen werknemer ontvangt de eerste twee maanden 75 procent van het laatstverdiende loon en daarna 70 procent. Een eventuele ontslagvergoeding wordt niet in mindering gebracht. In de kabinetsplannen was dat wel het geval.

Hoe lang de uitkering duurt, is in het SER-advies afhankelijk van het arbeidsverleden. Wie minder dan vier jaar heeft gewerkt in de voorgaande vijf jaar krijgt maximaal drie maanden een aan het loon gerelateerde WW-uitkering. Daarna kan de werknemer een beroep doen op de bijstand. Bij een arbeidsverleden van vier jaar of meer wordt de aan het loon gerelateerde uitkering verlengd met een maand per gewerkt jaar. De WW-uitkering duurt maximaal 38 maanden, ofwel drie jaar en twee maanden. Nu is dit vijf jaar.

Het SER-advies komt tegemoet aan de eisen van alle betrokken partijen. De kroonleden noemen het een `eindbod', omdat zij een beter compromis niet mogelijk achten. Voor de vakcentrales was vooral van belang dat ook jongeren en deeltijdwerkers recht hielden op een WW-uitkering. De werkgevers streefden vooral naar beperking van de duur van de uitkering. En het kabinet wilde graag een WW-uitkering die meer afhankelijk is van het feitelijke arbeidsverleden, naast een reductie van het aantal WW-uitkeringen.

Het wachten is nu op de CPB-berekeningen. Als die gunstig uitpakken voor het SER-advies, kan De Geus er bijna niet meer omheen. De SER heeft geleerd van het debacle bij het WAO-advies, dat door de minister niet in zijn geheel maar in gewijzigde vorm werd overgenomen. Ook het conflict over VUT en prepensioen ligt nog vers in het geheugen. Met deze voorstellen, die verder gaan dan de kabinetsplannen, hoopt de SER af te dwingen dat het kabinet het advies ditmaal echt `zeer zwaarwegend' zal laten zijn.