De pillen aanreiken, dát mag de consulent niet (Gerectificeerd)

Hulp bij zelfmoord kan al vóór het overlijden strafbaar zijn, oordeelde de Hoge Raad gisteren. De grens van het toelaatbare wordt door `zelfdodingsconsulenten' al langer opgezocht - nu ook via internet.

Hulp bij zelfmoord is strafbaar. Maar algemeen informeren mag. Het verlenen van morele bijstand mag ook. Waar ligt dan de precieze grens van het toelaatbare? Heeft het te maken met de aard van de hulp die iemand biedt of met het tijdstip waarop geholpen wordt, voor of tijdens de zelfmoord?

Die vragen zijn relevant nu is gebleken dat internetartsen onbedoeld medicijnen voorschreven aan patiënten met een doodswens – met vier zelfmoorden tot gevolg. Een van de betrokken artsen zegt dat hij dat niet wist. Zijn de hulpverleners van de Stichting de Einder, die de overledenen doelbewust naar de internetsite verwezen, strafbaar?

Over deze laatste vraag heeft nog geen rechter uitspraak gedaan. Maar over de kwestie wanneer precies zelfdodingsconsulenten hun handen, soms letterlijk, van een persoon met zelfmoordplannen moeten aftrekken, deed de Hoge Raad gisteren een belangwekkende, zij het nog niet eenduidige, uitspraak. Het ging om `zelfdodingsconsulent' Willem M. van Stichting De Einder, die mensen met een doodswens bijstaat. Hij werd in 2003 door het gerechtshof in Leeuwarden veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf, waarvan acht maanden voorwaardelijk, wegens hulp bij zelfdoding van een 81-jarige, deels verlamde, vrouw in Groningen.

Terughoudend was die hulp niet. Toen zijn zaak voor het hof kwam heeft de advocaat-generaal de hulp van M. gedeconstrueerd tot een reeks van hulpvaardige handelingen, juist omdat hij wilde bewijzen dat de aard van de hulp bij zelfdoding wezenlijk is.

De hulp van M. begon met het opstellen en verstrekken van een lijst met de benodigde ingrediënten van een zelfmoord. Het klaarzetten van water, biogarde, het opendraaien van een pot jam om het slikken van pillen te vergemakkelijken, kwamen daarna. Gevolgd door het klaarzetten van kommen vol pillen, waarvan de vrouw er uiteindelijk 72 zou innemen. Eerst maakte M. nog een fles alcoholhoudende drank voor haar open. Toen prepareerde hij een stuk elastiek. Waarna hij het om haar hals deed. Plastic zakken die de vrouw na het slikken van de pillen met dat elastiek om haar hoofd zou kunnen binden legde hij ook klaar. En tot slot hielp Willem M. de vrouw de pillen en alcohol in te nemen.

M. ging in cassatie tegen zijn veroordeling. Het voornaamste verweer van zijn raadsman J. Boksem is dat hulp bij zelfdoding volgens artikel 294 van het wetboek van strafrecht alleen strafbaar zou zijn als de hulp geboden wordt tíjdens het overlijden van de zelfmoordenaar. En hoe ver de hulp van M. ook ging: dat was niet het geval. Toen het zo ver was, was M. er wel bij, maar hij had mevrouw met geen vinger meer aangeraakt.

De Hoge Raad verwerpt die redenering. Duidelijker dan het arrest zelf stelt procureur-generaal Wortel het, in ronde woorden, in zijn advies. Na de nodige juridische fijnslijperij rond een arrest uit 1995, dat volgens de verdediging wel, en volgens Wortel geen grond geeft het tijdstip van de hulp bij zelfdoding relevant te vinden, stelt de procureur-generaal het ,,voor de hand liggende voorop'' te willen stellen: ,,Het is vrijwel ondenkbaar dat de hulp bij zelfdoding uitsluitend wordt geboden op het moment waarop de betrokkene zelf de handelingen verricht waardoor hij zijn eigen leven beëindigt. Bijna altijd zal er tevoren contact zijn geweest, waarbij de hulpverlening is toegezegd, en mogelijk ook is besproken wat er in de laatste momenten zal gebeuren. (...) Vele schakeringen zijn denkbaar maar één ding staat vast: er is geen caesuur tussen het moment zelf en datgene wat eraan voorafging.''

De Hoge Raad neemt dat advies over, in voorzichtiger bewoordingen: de vraag of iemand ,,behulpzaam'' was bij hulp bij zelfdoding, kan alleen beantwoord worden met behulp van ,,algemeen spraakgebruik''. Ofwel het volgens Wortel ,,voor de hand liggende''. Net als Wortel oordeelt de Hoge Raad dat de specifieke omstandigheden en aard van de hulp van doorslaggevender betekenis zijn dan het tijdstip waarop die hulp is gegeven.

Het is dus niet zo dat álle hulp bij de voorbereiding van zelfmoord voortaan strafbaar is. Dat zal afhankelijk blijven van de vraag hoe ver consulenten gaan. Aanwezig zijn bij de zelfmoord, om bijvoorbeeld iemand niet in eenzaamheid te laten sterven, mag. De pillen aanreiken, mag beslist niet.

In 2001 is al gebleken dat nogal wat zelfdodingsconsulenten al langere tijd veel verder gaan dan het verstrekken van algemene informatie of het bieden van morele steun. Psychiater te Haarlem B. Chabot interviewde twaalf consulenten en publiceerde er dat jaar het boek Sterfwerk over. Chabot reconstrueert daarin gedetailleerd twaalf zelfdodingszaken.

In de meeste gevallen gaat het om oude of ernstig zieke mensen, aan wie de huisarts bijvoorbeeld weigert euthanasie te geven. Het zijn vaak invoelbare doodswensen van mensen die ernstig lijden, waarbij de consulenten over de schreef gingen. Zij bestelden bijvoorbeeld pillen, maalden ze fijn, zetten bakjes chocoladevla en cognac klaar.

Van de twaalf consulenten kwamen er drie van De Einder. De andere zeven waren van de zogeheten Leden Ondersteunings Dienst van de vereniging voor euthanasie NVVE. Voorzitter Jonquière van de NVVE zei gisteren dat hem ,,niet bekend'' is of zijn vrijwilligers nog steeds een juridische grens over gaan.

,,In principe is het zo dat onze medewerkers de instructie hebben dat ze alleen algemene informatie mogen verschaffen. Ik heb, ook naar aanleiding van Sterfwerk en de zaak van M., gezegd dat ze zich aan de grenzen van de wet moeten houden en dat ik anders de overeenkomst zal moeten beëindigen.'' Naar internetdokters verwijzen de NVVE-medewerkers nooit door, zegt Jonquière.

Rectificatie

In het artikel De pillen aanreiken, dát mag de consulent niet (23 maart, pagina 2) staat een reeks handelingen vermeld die zelfdodingsconsulent Willem M. zou hebben gepleegd ter voorbereiding van de zelfdoding van een 81-jarige. Dit suggereert dat M. alle handelingen uitvoerde. M. is evenwel veroordeeld wegens het ,,medeplegen van het opzettelijk een ander bij zelfmoord behulpzaam zijn''.