De lobby wint

De burgemeesterslobby had er geen zin in, en daarom kón minister De Graaf niet winnen, vindt Jan Drentje.

Het laten struikelen van minister De Graaf over een reeds in eerste termijn met tweederde meerderheid geaccordeerde grondwetswijziging die formeel de invoering van de gekozen burgemeester mogelijk moest maken, kan niet anders worden gezien dan als een effectieve ingreep via Eerste-Kamerfractie van de PvdA van de burgemeesterlobby. Die lobby heeft de kans aangegrepen om het wetsvoorstel voor de gekozen burgemeester dat nog niet eens door de Tweede Kamer is aangenomen, te blokkeren. Dat was de enige overgebleven mogelijkheid om aan de Big Bang van De Graaf te ontsnappen, aangezien de regeringspartijen op straffe van een kabinetscrisis hun lot aan het voorstel hadden verbonden.

Op een oneigenlijke manier kon de PvdA nu met minister De Graaf debatteren over een wetsvoorstel dat niet aan de orde was. De veel te redelijke De Graaf trapte erin en gaf de oude vos, tevens oud-burgemeester Van Thijn de gelegenheid mooie sier te maken met bezwaren van bestuurlijke zorgvuldigheid. De concessies die De Graaf deed ten aanzien van het invoeringstempo en de positie van de burgemeester op het punt van de openbare orde waren ruim voldoende, maar het mocht niet baten, omdat de lobby er zeker vóór 2010 geen zin in had. De Graaf heeft de informele macht van de burgemeesters in Nederland onderschat. Hij had waarschijnlijk pas in de gaten dat hij het debat niet kón winnen toen Van Thijn de definitieve stemverklaring gaf: wij stemmen tegen.

Als `kleine Thorbecke' had De Graaf niet de moed op te staan en te vragen: waartegen? Tegen een voorstel dat niet aan de orde is, of tegen de door uzelf reeds in eerste termijn geaccordeerde grondwetswijziging, nota bene onder verwijzing naar Thorbecke, die de kroonbenoeming in 1848 al niet in de Grondwet had gewild? In een uitstekend artikel van J.Th.J. van den Berg (Opiniepagina, 21 maart) is de positie van Thorbecke nog eens toegelicht en de merkwaardige conservatieve positiekeuze van de PvdA gefileerd.

Toont de Eerste Kamer hier weer eens haar bestaansrecht als chambre de réflection? Of is het een Kamer waar oud-politici over hun politieke graf heen denken te kunnen regeren, zoals ook Wiegel deed toen hij de grondwetswijziging die nodig was voor de invoering van het referendum, blokkeerde? Het gevolg hiervan was een hybride, tijdelijke referendumwet, die kraak noch smaak had en inmiddels het loodje heeft gelegd.

De Eerste Kamer is hier eerder een bestuurlijke stoplap van ijdeltuiten die zich tot hoeders van het staatsrechtelijke zuiverheid verklaren met een wel zeer gebrekkige democratische legitimatie. Zoals Thorbecke al wist, zou de Eerste Kamer als regel de Tweede Kamer gewoon moeten volgen, en als zij dat niet deed ,,slechts eene aanleiding tot misnoegen en tweespalt zijn''. Hij had de Eerste Kamer dan ook willen afschaffen. Na een nacht slapen is het te hopen dat minister De Graaf zijn rug recht, zich niet ergens tot burgemeester laat benoemen, maar per direct hetzelfde voorstel tot wijziging van de Grondwet naar de Tweede Kamer zendt, om vóór de Tweede-Kamerverkiezingen van 2007 de eerste termijn, met steun van de PvdA, er opnieuw door te halen.

Jan Drentje is historicus en auteur van `Thorbecke, een filosoof in de politiek'.