`Brussel codewoord voor alles wat verkeerd is'

Eurocommissaris Verheugen gelooft in de kracht van Europa, maar uit in een vraaggesprek met deze krant zijn zorgen over de groeiende kloof tussen instituties en burgers.

Eurocommissaris Günter Verheugen kijkt in de binnenkant van zijn jasje op zoek naar het merk. ,,Zie je wel. Italiaans'', zegt hij met een triomfantelijke blik. Het dient als bewijs voor zijn stelling dat Europa het zal moeten hebben van kwaliteit. Daar zit de kracht van het Europese bedrijfsleven en nergens anders. Aan hem zijn sombere verhalen niet besteed over het logge en verwende `Museum Europa' dat op de wereldmarkt volledig wordt weggespeeld door de goedkoop producerende landen in Azië. Rotsvast is zijn vertrouwen in de producten die Europa te bieden heeft. ,,Als je de beste kwaliteit aanbiedt komt de prijs op de tweede plaats'', zegt hij.

Het is even wennen om de Duitse eurocommissaris Verheugen te horen praten over zaken als Lissabon-strategie en land van oorsprongbeginsel. Zijn naam is toch meer verbonden met de historische uitbreiding van de Europese Unie van 15 naar 25 landen en het niet aflatende pleidooi om de onderhandelingen met Turkije over toetreding tot de EU te beginnen. Maar dat is allemaal verleden tijd. De eurocommissaris Uitbreiding van de Commissie-Prodi is in het eind vorig jaar aangetreden nieuwe dagelijks bestuur van de Europese Unie belast met de portefeuille Ondernemingen en Industrie. Hij is ook een van de vice-presidenten van de Commissie-Barroso. Bovendien is Verheugen voorzitter van de kerngroep van commissarissen die door gecoördineerd beleid de concurrentiekracht van Europa moet bevorderen.

De prolongatie van Günter Verheugen als Europees Commissaris was geen verrassing. Reeds ruim voordat een nieuwe Commissievoorzitter kon worden gepresenteerd was al duidelijk dat de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder zijn sociaal-democratische partijgenoot Verheugen in het dagelijks bestuur van de EU wilde terugzien op een plek in het hart van de economische beleidsmachinerie. Vandaar dat ook al snel het woord `supercommissaris' viel, een benaming waar Verheugen zelf niets van wil weten. Hij weet immers hoe gevoelig de verhoudingen in Europa liggen: ,,Je kan geen supercommissaris hebben die aanwijzingen aan zijn collega's geeft. Dat werkt alleen maar zeer schadelijk'', zegt Verheugen.

Periodiek klinken geluiden door de soms opeens zeer poreuze muren van de Europese Commissie over competentiegeschillen. Verheugen doet het af als kantoorpolitiek van ambtenaren die hun eigen terreinen willen afbakenen. ,,Het idee dat we totaal gescheiden gebieden zouden hebben vind ik niets. Het druist 100 procent in tegen de collectieve verantwoordelijkheid die wij als commissarissen hebben.''

Vandaar dat hij het geen enkel probleem vindt uitgebreid in te gaan op de dienstenrichtlijn, een onderwerp waar zijn collega McCreevy als commissaris voor interne markt eerstverantwoordelijke voor is. Omdat er zo veel valt uit te leggen. Verheugen: ,,We hebben maar een paar mensen die de kloof kunnen overbruggen, leden van het Europees Parlement, commissarissen, in sommige landen nationale politici. Maar het is al heel zeldzaam dat nationale politici in hun eigen land uitleggen wat de betekenis is van een Europese richtlijn. We zien dat `Brussel' meer en meer een codewoord is voor alles wat verkeerd is in Europa. Heel vaak voeden politici in de lidstaten dat gevoel.''

Wat vond u van de demonstratie vorige week van ruim 50.000 mensen voor een sociaal Europa en tegen de `Bolkestein-richtlijn'?

,,Die demonstratie was heel gerechtvaardigd. Maar de Commissie heeft al gezegd dat we de zorgen accepteren en willen wegnemen. Wat betreft sociale dumping is de tekst van de dienstenrichtlijn wel duidelijk: er staat dat de rechten van gedetacheerde werknemers van kracht blijven. De lidstaten hebben dus alle instrumenten in handen om verstoring van de arbeidsmarkt te voorkomen. De verkeerde perceptie is dat het land-van-oorsprongbeginsel betekent dat je diensten kan aanbieden in een ander land met de lonen en sociale standaarden van je thuisland. In Duitsland denkt men bijvoorbeeld als volgt: Er is een familie die een huis wil renoveren en elektrische installaties wil laten aanleggen. Het beste aanbod komt van een Poolse elektriciën. Veelal gaat het natuurlijk zwart, maar stel dat de Poolse elektriciën het werk krijgt. Dan kan blijken dat de kwaliteit van zijn werk onder de maat is en dan kun je hem niet juridisch vervolgen. Alles in deze perceptie is verkeerd. In de eerste plaats gaat het hier om een contract van een privé-persoon en dat valt niet onder de dienstenrichtlijn. Ten tweede moet de elektriciën natuurlijk werken volgens de standaarden in Duitsland. En natuurlijk kun je hem vervolgen, alleen moet je dat in Polen doen en niet in Duitsland. Mijn analyse is dus dat we een heel serieus communicatieprobleem hebben.''

Is er ook niet het probleem van de uitbreiding van de EU met nieuwe lidstaten in Oost- en Midden-Europa, waarbij mensen ongerust zijn voor de sociale en economische gevolgen?

,,Dat is correct. Maar ik zie het probleem niet. We hebben over het hele acquis communautaire, alle Europese regels, onderhandeld. De nieuwe lidstaten zijn volledige leden. Iedereen was zich ervan bewust dat de interne markt het hart van de Unie is.''

Moet Frankrijk – en misschien ook Duitsland – wennen aan z'n nieuwe positie in een uitgebreid Europa, waarin het minder invloed heeft?

,,Indien je verstoringen hebt op de arbeidsmarkt, moet heel precies worden geanalyseerd of deze met de uitbreiding te maken hebben. We hebben dat gedaan. En het resultaat is erg duidelijk. De uitbreiding creëert banen aan beide kanten. Ik kan een zeer recente Franse studie aanhalen, die zegt dat 94 procent van het verlies van industriële banen in Frankrijk niets te maken heeft met internationale concurrentie. De oorzaken zijn binnenlands.

,,We kennen die verplaatsing trouwens al decennia. Maar dat heeft niets te maken met de uitbreiding. De goederenmarkt voor deze landen is al sinds 1993 open.''

Bent u ervan uit gegaan dat de toetreding van nieuwe lidstaten de andere zou uitdagen om een dynamischer economie te maken?

,,Het is altijd mijn visie geweest dat het lidmaatschap een heel sterke stimulans voor de economie zou zijn. Dat gebeurt. Er is een groeiende markt en de economieën van de oude lidstaten profiteren duidelijk. In het bijzonder Duitsland.''

Zijn Frankrijk en Duitsland te defensief?

,,Misschien. Ik denk dat Duitsers dat altijd wel zijn. Maar zij hebben geen reden bang te zijn voor concurrentie, want zij hebben een heel concurrerende economie. Er zijn meer problemen natuurlijk. Europese integratie, dat begrijpen de mensen nog. Maar mensen begrijpen niet hoe globalisering werkt. Men moet heel eerlijk zijn en mensen zeggen dat dit precies het beleid is dat de westerse democratieën altijd hebben gewild. We willen vrije en open markten. We willen handelsbarrières en tarieven verwijderen, want we weten dat het voordelig is.

,,Dat is een echte uitdaging voor politici. Economisch moeten we heel duidelijk maken dat de zogenoemde waardeketen steeds meer internationaal zal zijn. Als een Europese automaker geen internationale waardeketen gebruikt en geen onderdelen uit landen met lagere productiekosten haalt kan de automaker niet meer concurrerend zijn.''

Wat vindt u van de pleidooien van Frankrijk en Duitsland voor Europese harmonisatie van ondernemingsbelastingen om belastingconcurrentie uit nieuwe lidstaten te voorkomen?

,,Ik vind een geharmoniseerde belastingpolitiek niet nodig. Ik verwacht dat het op een natuurlijke manier zal gebeuren. In Duitsland is nu net de vennootschapsbelasting verlaagd, waardoor het tarief hetzelfde wordt als in nieuwe lidstaten. Het enige waar ik voor ben is harmonisatie van de berekeningsgrondslag, omdat 25 verschillende grondslagen zorgen voor handelsbelemmeringen. Ik vind dat belastingconcurrentie nuttig kan zijn.

,,Het zou toch ook heel raar zijn als we tegen de nieuwe lidstaten zeggen dat ze economisch moeten groeien, maar daarvoor niet dezelfde instrumenten mogen gebruiken als de oude lidstaten decennialang hebben gedaan. Ierland deed het. Ik heb veel contacten met bedrijven en iedereen zit nu in de nieuwe lidstaten. Belastingen zijn niet de belangrijkste reden. Het gaat om nieuwe markten waar ze bij moeten zijn; productie in eigen land voor deze markten is te duur.''

Vertrouweling Schröder

De Duitser Günter Verheugen (60) is als lid van de Europese Commissie belast met de portefeuille Ondernemingen en Industrie. Binnen het dagelijks bestuur van de Europese Unie onder leiding van de Portugees José Manuel Barroso geldt hij als een van de zwaargewichten. In de vorige Commissie onder Romano Prodi was Verheugen belast met de uitbreiding van de EU. Hij staat bekend als een vertrouweling van bondskanselier Schröder. Verheugen werd in de jaren zeventig politiek actief als lid van de liberale FDP. Voor die partij was hij algemeen secretaris. Hij stapte in 1982 over naar de sociaal-democratische SDP toen de liberalen gingen regeren met de christen-democraten van Helmut Kohl. Voor de SDP zat hij van 1983 tot aan zijn benoeming als commissaris in 1999 in de Bondsdag.