Beheerste lijnen, zwalkende mensen

Hoe lekkerder hij zich voelt, hoe naarder de grappen die aan zijn pen ontsnappen, vertelt tekenaar-schrijver Peter van Straaten aan regisseur Pieter Verhoeff in het filmportret Een gelukkige hand. Diep zit Van Straaten over het papier gebogen. Als hij niet zoveel heer in pak was, zou je een tongpuntje tussen zijn lippen verwachten, zo verlekkerd zet hij zijn lijntjes. Met rug en arm weert hij de nieuwsgierige blikken af van de filmmaker, die zelf de camera hanteerde. Maar Verhoeff is hem toch te snel af, kijkt over zijn schouder mee, en verdwijnt in de haarscherpe lijnen die Van Straaten op het papier zet.

Van dat fijne dikke met nerven is het, zodat de kroontjespen echt moet werken, zelfverzekerd moet zijn. Anders straft de pikzwarte inkt meteen. Pats! Ligt daar zo'n klodder. Maar dan nog is de tekening niet mislukt.

Peter van Straaten viert deze maand zijn zeventigste verjaardag, met een boek en nog een boek. Een goede dag levert nog altijd een paar geslaagde tekeningen op.

Wat is een echte Peter? Wie er een ziet weet het meteen: Van Straaten is goed in het uitbeelden van onbehagen en ongemak. Zijn helden zijn mensen die zonder ooit hun schaamtegevoel te verliezen door de omstandigheden aan de schaamte voorbij gedwongen worden.

Ik weet niet of schaamte het juiste woord is om de Peter van Straaten te beschrijven die Pieter Verhoeff ons leert kennen. Ja, hij is natuurlijk wel verlegen met de wereld en zichzelf. Geen prater. Iemand die graag rustig gaat zitten wachten tot de waterspreeuw voorbij komt. Hij heeft inderdaad de natuur van een vogelaar, altijd gespitst op geluid en beweging, en dat gaat beter door zelf niet zo op te vallen. Een escapist is hij ook: het tekenen van een zacht verdriet van een ander geeft een goed excuus om niet over zichzelf te hoeven nadenken.

Verhoeff dwingt Van Straaten het toch te doen. Hun openhartige gesprekken over drank, overspel, vrouwen, het huwelijk, mores en moraal, die kunnen alleen gevoerd worden omdat eerlijkheid het beste wapen tegen de schaamte is. Dus komen we alles over Peter van Straaten te weten. Van de kleinste jeugdherinnering in vooroorlogs Arnhem tot de bandeloze drankgelagen later in Amsterdam. Van Straaten: ,,Drank heeft mij veel opgeleverd. En vooral de katers hebben mij veel ideeën bezorgd. Ook de morele katers: wat heb ik gedaan?''

Misschien zijn Van Straatens lijnen wel zo beheerst omdat zijn personages altijd zwalken. Ze gingen wel op weg in een rechte lijn, maar er kwam iets tussen. In het geval van Agnes, Van Straatens vrouwelijke alter ego over wie hij jaren een feuilleton maakte, was dat meestal een vage kennis op een terrasje, of een fiets die als vanzelf naar het café koerste. Als verrassing, als onverwachte kleuraccent tussen al dat Oostindisch zwart, zit in Een gelukkige hand een klein gespeeld Agnes-feuilleton verstopt. Met Renee Fokker als perfecte Agnes, die in luttele minuten tientallen keren dronken wordt, haar grote liefde Arthur naar het ziekenhuis brengt, even vreemd gaat en zweert nooit, nee nooit meer te zullen drinken. Deze fictie-elementen in een verder zuiver documentair portret versterken het waarachtigheidsgehalte van alles wat wij in deze film zien, horen en meemaken. Dat is iets wat Verhoeff al in de jaren zestig in zijn documentaires ontdekte. Dat je soms beter de werkelijkheid kunt naspelen en fictionaliseren om haar dichter te naderen. Pieter Verhoeff laat ons getuige zijn van zoiets onverfilmbaars als de artistieke scheppingsdaad. Hij doet dat niet alleen door de pluisjes op de pen te registreren, maar ook door via de verbeelding een groter perspectief te kiezen, net zoals de vogels die Van Straaten graag observeert vanuit de lucht meer overzicht hebben. Sublieme film.

Een gelukkige hand. Regie: Pieter Verhoeff. Met: Renee Fokker, Hans Kesting, Pierre Bokma, Carolien van den Berg. In: 15 bioscopen.