Akajev: geen geweld in Kirgizië

President Askar Akajev van Kirgizië heeft gisteren gebruik van geweld tegen de opstand in de zuidelijke steden Dzjalalabad en Osj uitgesloten. Gisteren en vandaag zijn diverse oppositieleiders opgepakt.

De premier van Kirgizië, Nikolaj Tanajev, is vandaag naar Osj vertrokken om er te praten met leiders van de opstand. President Akajev ontsloeg vandaag de minister van Binnenlandse Zaken – die ook chef van de Kirgizische politie is – en de procureur-generaal, zonder opgaaf van redenen, maar naar wordt aangenomen wegens hun onvermogen de opstand in het zuiden te voorkomen. De nieuwe minister was tot nu toe politiechef van de hoofdstad Bisjkek; hij voorkwam eind februari protestbetogingen tegen Akajevs verkiezingsfraude in Bisjkek.

Akajev sprak gisteren het eind februari en begin maart gekozen nieuwe parlement toe. Hij stelde dat de parlementsverkiezingen – die volgens de oppositie zijn vervalst – eerlijk zijn verlopen. De opstand in het zuiden, aldus Akajev, ,,heeft ten doel de regering te dwingen op grote schaal geweld te gebruiken. Ik wil met kracht stellen dat ik als president zo'n stap nooit zou zetten.'' Akajev wilde ook niets weten van het uitroepen van de uitzonderingstoestand. Volgens de president gaat het bij de opstand in het zuiden om een staatsgreep, die wordt geleid en gefinancierd vanuit het buitenland. De opstandelingen eisen Akajevs aftreden, maar ook daarvan wilde de president niets weten: ,,Een besluit daarover wordt niet tijdens massabijeenkomsten genomen, alleen het volk of het parlement kan zo'n besluit nemen.''

Intussen zijn diverse kopstukken van de Kirgizische oppositie gisteren en vandaag opgepakt. Onduidelijk is of ze zijn gearresteerd of alleen maar worden verhoord. Onder de arrestanten zijn Emilia Alijeva, vice-voorzitter van de oppositiepartij Ar-Namis (Waardigheid), Toptsjoebek Toergoenalijev, directeur van het Instituut voor Rechten en Vrijheden, en de co-voorzitter van de Democratische Beweging van Kirgizië, Zjipar Zjektsjejev. De Democratische Beweging is de belangrijkste en oudste oppositiepartij van het land.

De woordvoerder van Akajev stelde gisteren dat de opstand in het zuiden neerkomt op ,,een criminele poging de macht te grijpen''. ,,Misdadige elementen met connecties met de drugsmaffia hebben de controle over Osj en Dzjalalabad in handen en proberen aan de macht te komen'', aldus woordvoerder Abdil Seghizbajev. ,,De rol van extremistische en terroristische organisaties groeit in het zuiden'', zo zei hij.

In de steden Osj en Dzjalalabad intussen lijken politie en leger de opstandelingen niet langer te bestrijden, maar juist met hen samen te werken. Gisteren werden vanuit beide steden gezamenlijke patrouilles van opstandelingen en politieagenten gemeld, bedoeld om de orde te bewaren.