Te beperkt beeld van woningcorporaties 1

Na het lezen van het artikel van Menno Tamminga en Freek Staps in NRC Handelsblad van 14 maart bekroop mij, als lezer van deze krant en directeur van een woningcorporatie, een gevoel van grote teleurstelling over het grote gebrek aan objectiviteit van beide schrijvers. Zij geven mij de indruk geen goed beeld te hebben van de ontwikkelingen in de volkshuisvesting. De situatie die zij schetsen, laat slechts een beperkt en ongenuanceerd beeld zien.

De overheid koos er nog maar vijf jaar geleden voor om de woningproductie over te laten aan de commerciële marktpartijen. Buiten de Vinex-locaties werden gemeenten op rantsoen gezet. In onze gemeente (gemeente Wisch) mochten jaarlijks twintig woningen worden gebouwd. Dit aantal werd verdeeld onder de particuliere bouwers, de commerciële bouwers en onze woningcorporatie.

Nu vijf jaar verder is de woningmarkt ontwricht en wordt het woningcorporaties verweten dat er te weinig geproduceerd is.

Dat is een onterechte constatering. We werken juist met man en macht aan de toename van de woningproductie. Daarbij hebben we te maken met stroperige procedures en bouwkavels die midden in stedelijk gebied liggen. Dit veroorzaakt vertraging waar we geen invloed op uit kunnen oefenen. Dat neemt niet weg dat we de juiste dingen willen doen en de dingen goed willen doen.

Vorig jaar heeft onze organisatie zich door Raeflex laten visiteren. Voor ons is de visitatie een belangrijk instrument: we stellen ons (vrijwillig) open en hebben de maatschappij een figuurlijke kijk in onze keuken laten nemen. Wij wilden aan de maatschappij laten zien wie we zijn en wat we doen. Het artikel van Tamminga en Staps doet geen recht aan het werk van de corporatiesector in het algemeen en de visitatie van Raeflex in het bijzonder.