Rekken en d'er bij blijven

Stabiliteitspact. Een woord, een naam, met een strenge bezwerende waarde. Een monetaire- en begrotingscatechismus als beveiligingsanker. Mede bedoeld om de Duitsers te verzoenen met het verlies van hun kostelijke D-mark, die behalve betaalmiddel ook symbool van hun naoorlogse succes en herwonnen aanzien was. Het pact was ook bedoeld om de Europeanen in Zuid-Europa te binden aan strenge begrotingsregels en een zo onafhankelijk mogelijk toezicht van een Europese Centrale Bank, naar het voorbeeld van de Bundesbank. Dus als bewaker van de waarde van de euro op afstand van allerlei politieke besognes in de EU-staten.

De Duitsers betaalden vijftien jaar geleden in Maastricht, in het Europese verdrag over de Economische en Monetaire Unie, onder leiding van kanselier Kohl een prijs voor hun herwonnen eenheid. Kohl, de laatste kanselier die nog uit eigen herinnering van de Tweede Wereldoorlog wist, wilde bovendien, en zei dat ook, juist na het einde van de Koude Oorlog de Europese integratie van zijn land van een onherroepelijk teken voorzien. Vreugde bij de Mitterrands en Thatchers van die dagen; Europa als een informele Deutschmark-zone, dat ging verdwijnen.

Maar voor veel Duitsers bleef de komende vervanging van de D-mark door de euro een zeer bittere pil, er ontstond een hoge antieurogolf in de Bondsrepubliek. Reden waarom het onder Duitse en Nederlandse druk opgestelde Stabiliteitspact een paar jaar later zoiets als een grendel op de deur werd. Minder dan tien jaar later is die grendel halverwege van de deur getrokken, ironisch genoeg vooral door toedoen van de Duitsers en de Fransen, die van hun overtredingen de maat voor een nu herzien pact hebben weten te maken. Alsof ze al die economische wijsheden en verklaringen die zij daaromtrent nu bijna als geloofsartikelen opvoeren, tien jaar geleden nog helemaal niet kenden.

Schröders pact stond er gisteren boven het hoofdartikel van deze krant over het akkoord dat de Europese ministers van Financiën nu dan toch hebben bereikt over de aanpassing van dat pact aan (vooral) Duitse en Franse wensen. Pact van Schröder en Chirac had er wat dat betreft ook boven kunnen staan. Of zelfs, voor wie aan oude Franse colbertistische tradities en aan de vanouds (ook) op economisch-monetair gebied grotere rol van de Franse classe politique denkt: Pact van Chirac. Want het zijn door economische tegenwind, ontevreden kiezers en hun veelal anti-Europese stemming geplaagde politici die nu `gewonnen' hebben, niet de stabiliteit van de euro of de herinnering aan de Bundesbank.

De Europese regeringsleiders, ook die uit de nieuwe EU-staten, moeten dadelijk deze politieke overwinning op een EU-top bevestigen, en dat zullen zij ook wel doen. Al zijn Frankrijk en Duitsland niet meer, zoals vroeger, de motor van de Europese eenheid en integratie maar vaak de verzwakte en onzekere aanstichters van pijnlijke Europese verdeeldheid, zonder die twee loopt er nu eenmaal niets in de Unie.

Wie achter de dikke wolk van economische argumenten en verklaringen voor de herziening van het Stabiliteitspact kijkt, ziet trouwens de verzwakking van de twee belangrijkste Europese landen nader gecodificeerd. In het Franse geval is dat voornamelijk vervelend voor Frankrijk, dat zo teleurgesteld is door zijn relatieve verkleining in het vergrote Europa en de veranderende wereld dat het nog wel een tijdje verongelijkt naar zijn eigen maat zal blijven zoeken. Het Duitse geval is veel ernstiger, ook voor Duitslands buren (zoals Nederland) en Europa. Duitsland is immers in potentie de leidende Europese staat, een land waar Oost-Europa naar kijkt en nogal veel van verwacht. Maar dat land is de afgelopen jaren juist afgegleden naar qua massaliteit ongekende vormen van Wehleidigkeit, zeg zelfbeklag, en Betroffenheit, zeg bezorgd navelstaren. Het zucht onder een economische tegenwind die de oude (West-Duitse) Bondsrepubliek nooit kende, en de eenwording is ondanks alle inspanningen in psychologisch en economisch opzicht nog steeds onvoltooid. Het land weet zijn grote politieke partijen in een staat van crisis en wordt geregeerd door een opportunistische kanselier, Schröder, die al zeven jaar alle windrichtingen volgt die hem aan de macht kunnen houden. Kortom: Duitsland zou vijftien jaar na zijn eenwording en zijn herwonnen soevereiniteit aan zijn nieuwe gedaante en een andere rol gewend moeten zijn. Het zou, en ook nog op een tactische manier, meer leiding moeten geven in Europa. Maar helaas, het mist daarvoor het interne houvast, de wil en het zelfvertrouwen.

Het heeft, als het er ooit al van komt, kennelijk nog veel meer tijd nodig om met zichzelf in balans te raken en anderen voor te gaan in het snel uitdijende Europa. Waarmee, nu de Koude Oorlog geschiedenis is en de VS als plechtanker veel verder weg zijn komen te liggen, een andere, `omgekeerde' vraag in zicht komt. Namelijk: kan die uitdijende Europese Unie de voorlopig onzekere en ongestelde Duitse krachtpatser dan misschien zelf een goed thuisgevoel blijven geven en in het gelid houden?

In feite is de Europese Gemeenschap na de Tweede Wereldoorlog ten minste mede met dat doel ontstaan. Het nerveuze, jonge, onzekere, naar ambitie onbevredigde, onder Bismarcks Pruisen hardhandig bijeengevochten Duitse keizerrijk van 1870/'71, was te klein om zijn buren te domineren en voelde zich te groot om met hen in de pas te lopen.

Na de Eerste Wereldoorlog mocht Duitsland niet langer a loose canon op het Europese dek zijn, een verstandig uitgangspunt waarvan het verbitterde Frankrijk via een onverstandig-wraakzuchtig vredesakkoord (Versailles) iets heel anders maakte. Dat hebben Europa en de wereld vervolgens geweten, want van Versailles liep een stippellijn, niet de enige maar wel een belangrijke, naar de Tweede Wereldoorlog. Toen die voorbij was, werd een nieuw Europa bedacht, als grote integratiemachine en controleur van nationale (Duitse) emoties. Dat is goed gegaan, maar misschien is dat werk nog niet helemaal klaar en moet Europa de gevoelig-onzekere Duitse reus alsnog even extra van dienst zijn, desnoods dan maar met een op zichzelf kwestieuze herziening van het Stabiliteitspact. Onder een motto dat Wim Sonneveld in een ander verband ooit al eens aanprees: Rekken en d'r bij blijven!