Open grenzen oplossing voor migratie

Het probleem van de mondiale immigratie vereist een genuanceerdere discussie dan nu wordt gevoerd, menen Steven Brakman en Harry Garretsen.

De verkiezingen lijken met de onafhankelijkheidsverklaring van Geert Wilders een stuk dichterbij gekomen. Wat men ook van zijn verklaring denkt, migranten zijn niet erg welkom in Nederland, vooral niet als zij een islamitische achtergrond hebben. Migranten houden de gemoederen bezig en ook in de komende verkiezingsstrijd zal migratie een belangrijk thema zijn.

Economen kijken ook naar migratie en doen dat op een andere manier dan de meeste politici. De toenemende migratiedruk in de wereld is in hun visie niets anders dan een onderdeel van het globaliseringsproces. Desalniettemin krijgt migratie veel aandacht van de politici en de media, waarbij de discussie bol staat met allerlei synoniemen voor `vol'. Er wordt van alles en nog wat beweerd, maar wat zijn nu eigenlijk de economische oorzaken en gevolgen van migratie?

De reden voor migratie is vooral een economische; ook vluchtelingen gaan het liefst naar landen waar niet alleen de kans op een veiliger bestaan maar ook op een hoger inkomen het grootst is. De periode waarin de migratiestroom op zijn top was, ligt echter ver achter ons. Het aandeel van vreemdelingen in de Nederlandse bevolking is nooit groter geweest dan in 1620! In dat jaar lag het aantal vreemdelingen als percentage van de totale bevolking ruim boven de 10 procent. Mondiaal was vooral de negentiende eeuw de periode waarin migratie ongekende vormen aannam. De vrijheid die men in de negentiende eeuw had om te migreren is tot op heden niet geëvenaard. De periode van min of meer vrije migratie ligt dus al meer dan honderd jaar achter ons.

Op dit moment is de schatting dat in de Verenigde Staten ongeveer 12 procent van de bevolking in het buitenland is geboren. De belangrijkste economische reden om te migreren is vooral dat de lonen elders hoger zijn dan in het thuisland. Daarnaast is de werkloosheidssituatie in het thuisland belangrijk. Onderzoek laat zien dat de richting van migratiestromen overeenkomt met deze financiële prikkel. Het beeld dat men per saldo van `arm' naar `rijk' verhuist lijkt aardig te kloppen. De rijke landen zijn aantrekkelijk voor mensen uit arme landen, met de Verenigde Staten en Duitsland als koplopers. Voor Nederland blijkt het migratiesaldo sterk te fluctueren, maar ligt rond de 20.000 tot 30.000 personen.

Door echter alleen naar migratiesaldi te kijken, zou men kunnen vergeten dat de totale omvang van de onderliggende migratiestromen vele malen groter is dan het saldo van immigratie en emigratie, namelijk ruim boven de honderdduizend personen. In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd zijn relatief – ten opzichte van de totale stromen – weinig migranten afkomstig uit de lage-lonengebieden zoals Azië of Afrika. Voor andere Europese landen geldt een vergelijkbaar beeld. Ook de omvang van het (door beperkende maatregelen dalende) aantal asielzoekers is relatief laag: in 2000 werden er nog 44.000 asielverzoeken ingediend, in 2004 was dit al afgenomen tot 10.000.

De belangrijkste reden om te migreren is dus vooral een economische. Dit versterkt de roep om het sluiten van de grenzen volgens het bekende `eigen banen eerst'-principe. Maar als een migratiestroom wordt ingedamd of zelfs stilgelegd, worden we via internationale handel toch geconfronteerd met door deze arbeiders geproduceerde producten uit het buitenland en via die weg komt dan de nationale lokale arbeidsmarkt alsnog onder druk te staan en zou dus eigenlijk volgens deze redenering ook de internationale handel aan banden moeten worden gelegd.

In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, is migratie van het ene land naar het andere niet eenvoudig en wordt die vaak beperkt door bureaucratische rompslomp, en ook door officiële beperkingen op het punt van arbeidsvergunningen, verschillen in belastingstelsels en verschillen in functievereisten. Migratie is lastig en aan allerlei beperkingen onderhevig, waardoor een heuse – deels illegale – migratie-industrie is ontstaan. De totale omzet in de bedrijfstak van de mensensmokkel wordt geschat op 10 tot 12 miljard dollar. Voor een eenvoudige grensoverschrijding wordt al gauw 500 dollar gerekend, terwijl een gecompliceerde operatie om iemand van Azië naar Europa te smokkelen snel 70.000 dollar kan kosten.

Deze migranten staan dus bloot aan een schrijnende vorm van uitbuiting. Soms worden mensen gedwongen relatief grote geldbedragen bij zich te hebben om toeristen van illegalen te kunnen onderscheiden. Bolivianen die naar Argentinië willen migreren, moeten ten minste 1500 dollar bij zich dragen. Uiteraard speelt de markt hierop in door tegen woekerrentes migranten deze bedragen te lenen: men kan gedurende 1 uur 1500 dollar lenen tegen een rente van 10 procent.

Wat is de oplossing voor dit probleem? De grenzen sluiten helpt in ieder geval niet. Smokkelaars spinnen garen bij steeds toenemende beperkingen, het smokkeltarief neemt hierdoor toe en verhoogt slechts de winsten in de migranten-industrie. Bovendien denken veel economen vooral aan de potentiële bijdrage van migranten aan de economische groei. Migranten zijn gemiddeld jong en gezond, en bij vrije marktwerking zouden migranten knelpunten op de arbeidsmarkt kunnen oplossen. Met andere woorden, juist het openen van de grenzen is wellicht een oplossing (zonder meteen iedereen recht op een uitkering te geven): de criminele migratie-industrie wordt de wind uit de zeilen genomen, en de arbeidsmarkt wordt flexibeler.

In de Verenigde Staten heeft men hier ervaring mee. Van 1942 tot 1964 konden Mexicaanse werknemers komen en gaan in de VS. De ervaring leerde dat het verblijf in de VS in de praktijk kort was: men kwam en ging. Puertoricanen, die vrije toegang hebben tot de VS, blijven gemiddeld twee jaar. Door de barrières te verhogen (en daarmee dus ook de migratiekosten) is een illegale migrant geneigd langer te blijven dan bij minder grote belemmeringen. Een restrictief migratiebeleid zou dus wel eens averechts kunnen werken: het houdt een criminele sector in stand, verhoogt de verblijfsduur (even naar huis is er niet meer bij), en maakt de arbeidsmarkt minder flexibel.

Als tegenwerping tegen dit soort economische argumenten wordt vaak opgemerkt dat Nederland helaas vol is. Toch is slechts zo'n 15 procent van de oppervlakte van Nederland bezet met huizen, vliegvelden, wegen en vuilstortplaatsen. De perceptie van vol wordt blijkbaar op een andere wijze bepaald. Files, wachtlijsten in de gezondheidszorg, te grote klassen, dat zijn uitingsvormen van te weinig faciliteiten voor te veel mensen. In hoeverre het migratievraagstuk hieraan bijdraagt, is niet eenvoudig te beantwoorden. Migranten maken uiteraard gebruik van wegen, ziekenhuizen en scholen. Daar staat tegenover dat zij werken aan de weg, of in een ziekenhuis, en voor de klas staan. Het netto-effect van dit verschijnsel is lastig te berekenen, en vergt in ieder geval een genuanceerdere discussie dan nu vaak het geval is. Het opwerpen van allerlei drempels lost echter weinig op en draagt wellicht zelfs bij aan het probleem.

Steven Brakman is hoogleraar economie aan de Rijks Universiteit Groningen; Harry Garretsen is hoogleraar economie aan de Universiteit Utrecht.