Niet zwijgen als moeder tegen je praat

Jonge criminelen zijn zeer vatbaar voor recidive. Een Amsterdamse jeugdpsychiater probeert ze met gezinstherapie op het rechte spoor te krijgen.

In de aanpak van jonge criminelen is in Amsterdam een nieuwe behandeling van start gegaan, één die recidive heet te voorkomen. Binnen de Bascule, Academisch Centrum voor Kinder- en Jeugdpsychiatrie, krijgen zij en hun ouders de zogeheten Functionele Gezinstherapie (FGT). Kinder- en jeugdpsychiater René Breuk heeft deze therapievorm uit de Verenigde Staten geïmporteerd. Circa honderd cliëntgezinnen doen mee.

,,Je probeert'', zegt Breuk in zijn werkkamer aan het Valeriusplein in Amsterdam, ,,de goede bedoelingen die onderling in een gezin leven naar boven te halen. Ieder gezinslid heeft herinneringen aan een periode dat het nog goed ging.'' Uiteindelijk moeten alle leden binnen het gezin voldoende vertrouwen in elkaar krijgen om zonder onbeheersbare ruzies verder te gaan.

FGT is een vorm van gezinstherapie die begin jaren '70 is ontwikkeld in de Verenigde Staten voor gezinnen met jongeren die in aanraking waren gekomen met justitie. Volgens Breuk slaagt de therapie er in om in vergelijking met andere therapieën bij twee keer zoveel jongeren te voorkomen dat zij opnieuw in aanraking komen met justitie. In de VS behoort de FGT daarom tot de elf programma's die, uit vijfhonderd onderzochte programma's, als `bewezen effectief' naar voren zijn gekomen.

Het lijkt zo voor de hand liggend: een jongere die problematisch gedrag op straat vertoont, heeft ook problemen thuis. Dus als je de problemen die voor `de maatschappij' zichtbaar zijn wilt aanpakken, moet je ook het gezin er bij betrekken. Breuk: ,,Toch werd er tot nu toe niet gezinsgericht gewerkt.'' Al helemaal wat allochtone gezinnen betreft, ziet men binnen de forensische psychiatrie eigenlijk alleen maar barrières. Breuk: ,,Taalproblemen zouden in de weg staan. Als je de ouders vraagt, komen ze toch niet. Er waren allerlei weerstanden. Allemaal lulkoek.''

Breuk: ,,In het algemeen zijn de gezinnen die hier komen moeilijk te motiveren omdat ze door ongelukkige ervaringen nogal wat weerstand hebben ontwikkeld tegen hulpverleners. Nederlanders zijn nog wel therapie minded te noemen, maar bij Marokkanen speelt ook dat ze zich vaak schamen om over problemen te praten. Het gevoel van persoonlijke blamage is daar heel sterk.'' Hij beschrijft hoe een bullebak van een vader binnenkomt en alle schuld op zijn zoon schuift. Wat die zoon ook zegt, alles is fout. ,,Praten betekent vaak ruzie in zo'n gezin. Dat constateer je, maar ze zullen toch moeten leren praten. Wat je ook vaak ziet is dat de ouders blij zijn wanneer de zoon buiten is. Dan is er thuis tenminste even geen gedoe. Wegkijken is ook een vorm van controle.'' Maar niet de controle die ze bij FGT leren.

Breuk: ,,Ik begin met de vader erkenning te geven. `Ik zie dat u teleurgesteld bent in uw zoon. Het moet voor u heel erg zijn dat uw zoon zulke dingen doet. Want ik neem aan dat u hier hard gewerkt heeft en veel hebt gedaan om uw kinderen hier een toekomst te bieden'. Tegelijk zeg je `ik zie dat u er met uw woede in uw eentje niet goed uitkomt'. Bij de zoon kijk je of je iets kan vinden waaruit blijkt dat hij zijn best heeft gedaan. Je zoekt naar erkenning van hun beider inspanneningen en benoemt de zaken die niet goed gaan. Je gaat geen problemen met de mantel der liefde bedekken. Tegen de zoon zeg je bijvoorbeeld: `Jij vertelt dat je school belangrijk vindt, maar als je iedere avond stoned bent, komt er natuurlijk niets van leren'. Je brengt de zaken die niet goed gaan als uitdaging voor alle partijen naar boven. Ik noem dat `dansen met het gezin'''.

In de eerste fase van de behandeling probeert de therapeut de negatieve gevoelens binnen een gezin te reduceren en het gezin hoop te geven. Die fase duurt bij Marokkaanse gezinnen vanwege de culturele weerstand meestal langer dan bij Nederlandse of Surinaamse gezinnen. Maar uiteindelijk is het gezin bij de psychiater beland omdat, aldus Breuk, ,,er een klus is te doen. Dingen moeten veranderen''. In de volgende fase worden de gezinsleden dan ook getraind in concrete vaardigheden zoals onderhandelen. Breuk: ,,We leren ze een soort gezinspoldermodel, uitgaande van voor wat, hoort wat.'' Maar ook en vooral regels stellen en afspraken nakomen. De gezinsleden leren hierover te communiceren en de onvermijdelijke conflicten binnen het gezin te hanteren. Er wordt geleerd hoe ze schade kunnen beperken: ,,Als u ruzie hebt, ga dan niet meteen achter hem aan wanneer hij wegloopt, want dan vallen er geheid klappen. Geef elkaar even een time-out. Beperk je tot herhalen van wat je wilt zeggen.''

Steeds wordt gekeken naar de vaardigheden die bij een gezin passen. ,,Een jongen met een autistische stoornis wordt nooit een grote prater. Maar je kan hem wel leren dat hij niet moet zwijgen als zijn moeder iets tegen hem zegt. Al is het alleen maar `uhuh', dan weet zijn moeder tenminste dat ze niet tegen een muur praat.'' In de laatste fase worden deze vaardigheden zowel voor ouders als de kinderen uitgebreid naar andere terreinen, zoals school, buurt en vrienden.

Begin dit jaar is er een overeenkomst getekend voor de uitvoering van gezinsbehandelingen met behulp van FGT. De ondertekenaars waren de gemeente Amsterdam, Bureau Jeugdzorg en de Bascule. De gemeente Amsterdam financiert tevens een effectonderzoek naar deze therapie om te bepalen in hoeverre deze therapie in de Nederlandse situatie dezelfde resultaten bereikt als in de Verenigde Staten.