Kirgizië heeft eigen opstand

Wacht Kirgizië na de rozenrevolutie in Georgië en de oranje revolutie in Oekraïne een `tulpenrevolutie'? De opstand heeft heel `eigen' achtergronden.

Na bijna een maand van onrust in het zuiden van Kirgizië dringt zich de vraag op of zich in de Centraal-Aziatische republiek voltrekt wat zich eerder in Servië, Georgië en Oekraïne heeft voltrokken: een post-electorale revolutie. De ingrediënten zijn identiek: na vijftien jaar van autoritair bestuur ontlaadt zich na wéér een ronde van vervalste verkiezingen de volkswoede tegen een autoritair bewind. Zo werden in 2000 Slobodan Milošević, eind 2003 Edoeard Sjevardnadze en eind vorig jaar Leonid Koetsjma verdreven.

En nu: Askar Akajev, de dictator van Kirgizië?

De opstand in het zuiden is inmiddels volledig uit de hand gelopen. Aanhangers van de oppositie beheersen de steden Dzjalalabad en Osj. De politie en het leger hebben zich uit die steden teruggetrokken. Akajev heeft de eerste concessies gedaan: hij bood gisteren de oppositie een dialoog aan, wanneer dan ook en waar dan ook, en hij gaf opdracht de resultaten van de verkiezingen nog eens te bekijken in alle districten waar die uitslag wordt aangevochten.

Het was ironisch genoeg Askar Akajev zelf die nog tijdens de `oranje revolutie' in Oekraïne steeds indringender begon te waarschuwen tegen een soortgelijk scenario in zijn land. In januari viel hij scherp uit naar de leiders van de Oekraïense revolutie, Viktor Joesjtsjenko (nu president) en Joelia Timosjenko (nu premier). Beider salarissen worden betaald door filantroop George Soros, aldus Akajev. ,,En nu kan Soros bepalen wat er in Oekraïne gebeurt.'' Timosjenko is een criminele die voorkomt op internationale opsporingslijsten. ,,En nu is ze een revolutionair. Een democraat.'' Maar een rozenrevolutie of een oranje revolutie zal er in Kirgizië niet komen, aldus Akajev in januari, want Kirgiezen zijn geen Georgiërs of Oekraïeners.

Dat laatste klopt. In Kirgizië mag Akajevs verkiezingsfraude de vlam in de pan hebben gejaagd, veel méér heeft de opstand in de zuidelijke steden Osj en Dzjalalabad niet gemeen met die in Tbilisi en Kiev.

Kirgizië is traditioneel een land van nomaden en van clans. Zeven bergketens doorsnijden het land van west naar oost. De bergen zijn hoog en leeg, de dalen bevolkt. Contact tussen de dalen is nauwelijks mogelijk. Dat is de reden waarom het eerst en vooral regionale en clanbelangen zijn, eerder dan politieke belangen, die de cultuur bepalen. Dat verklaart ook waarom de oppositie in Kirgizië over veertig verschillende politieke partijen is verdeeld.

De opstandige steden Osj en Dzjalalabad in het zuiden hebben nog een aparte dynamiek: ze liggen aan de rand van het Fergana-dal (dat voor het grootste deel in Oezbekistan ligt). Dat dal is een epicentrum van overbevolking, verpaupering, economische stagnatie, extreme milieuverontreiniging én islamitische vroomheid – fundamentalisme volgens sommigen.

Het levert een gevaarlijke mengeling van sociale spanningen op. Het zuiden voelt zich economisch achtergesteld bij het noorden: in het dun bevolkte noorden wordt geïnvesteerd, in het overbevolkte zuiden niet, het noorden maakt de dienst uit, het zuiden voelt zich in de steek gelaten en politiek ondervertegenwoordigd.

Daar komen etnische spanningen bij: in de jaren tachtig en negentig zijn de kleine Kirgizische meerderheid en de grote Oezbeekse minderheid in Osj en omgeving herhaaldelijk met elkaar slaags geraakt. [Vervolg KIRGIZIE: pagina 4]

KIRGIZIE

Rellen Kirgizië beperkt tot zuiden

[Vervolg van pagina 1] In 2002 kwam het in het zuiden na de aanhouding van een oppositieparlementariër al tot een opstand – marsen, demonstraties, hongerstakingen – die een half jaar duurde en het land ,,aan de rand van een burgeroorlog'' bracht – zoals de regering in Bisjkek zelf concludeerde alvorens ze aftrad.

De opstand in het zuiden heeft alles te maken met interregionale rivaliteit, en als er sprake is van een revolutie, dan is het er een die weinig of geen kans maakt over te slaan naar het noorden – een belangrijk verschil met de revoluties in Georgië en Oekraïne.

Daar komt ook bij dat in Kirgizië de oppositie gefragmenteerd is en geen duidelijke leider heeft: er is geen Kirgizische Michail Saakasjvili, geen Kirgizische Viktor Joesjtsjenko. ,,De oppositie is een mengeling van een verwesterde elite, hervormers Sovjet-stijl en vernederde zuiderlingen'', zo citeerde gisteren het persbureau Reuters de analist Aleksej Malasjenko van de Carnegie Endowment for International Peace. Het enige dat zij gemeen hebben is het verlangen Akajev en zijn clan en familie te verdrijven. Analisten voorzien een verloop van de revolutie: als Akajev zo verstandig is geen geweld te gebruiken, kan hij de oppositie met politieke concessies inpakken.

Maar of hij verstandig is, is de vraag. Verstandig was hij niet in de aanloop tot de verkiezingen, zelfs al was hij zich van het risico van verzet bewust, getuige zijn eigen waarschuwingen in januari tegen een `Oekraïens scenario' na de verkiezingen van 27 februari. Toch heeft hij zijn hand overspeeld: te veel oppositiepolitici werden met dubieuze argumenten van de kandidatenlijst bij de verkiezingen geschrapt, de officiële kandidaten werden te duidelijk in de staatsmedia gepromoot, de weinige onafhankelijke media werden te nadrukkelijk geïntimideerd.

Akajev lijkt nu bereid tot concessies in de vorm van een dialoog. Maar of dat genoeg is voor de boze burgers van Osj en Dzjalalabad is heel onzeker.