Flitsscheiding voorziet in groeiende behoefte

Minister Donner maakte kort geleden bekend dat hij een einde wil maken aan de flitsscheiding (NRC Handelsblad, 12 maart). Als reden gaf hij op dat andere landen deze procedure niet erkennen. Nederlanders die na een flitsscheiding opnieuw trouwen in het buitenland, maken zich volgens Donner daar dan schuldig aan bigamie.

Met een kleine aanpassing in de Nederlandse wet kan dit bezwaar, dat overigens een hoog theoretisch gehalte heeft, worden weggenomen. Omdat de minister dat ongetwijfeld zelf ook weet, kunnen we naar zijn werkelijke motief slechts gissen.

Zeker is wel dat met uitvoering van de ideeën van Donner de bestaande mogelijkheid voor echtparen om te scheiden zonder tussenkomst van de rechter wordt opgeheven. Dat is een mogelijkheid waarvan steeds meer gebruik wordt gemaakt. Telde het CBS in 2001 zo'n 1.000 flitsscheidingen, in 2002 was dat aantal gestegen tot 4.000, in 2003 beëindigden 5.000 echtparen hun huwelijk op deze wijze. De cijfers over 2004 zijn nog niet bekend.

Kortom, de flitsscheiding voorziet in een groeiende behoefte. Steeds meer stellen willen hun scheiding zelf in goed onderling overleg regelen. Zij maken, zeker wanneer ze zich laten begeleiden door een daarin gespecialiseerde notaris die moet letten op de belangen van alle betrokkenen, gedegen afspraken over partneralimentatie, verdeling van het gemeenschappelijk bezit, echtelijke woning, pensioenverevening en – last but not least – over de omgangsregeling met de kinderen. Scheiden buiten de rechter om levert op zo'n manier een `hogere kwaliteit' op dan de scheiding via de rechter. Dit vergemakkelijkt de toch al zware emotionele verwerking van de breuk.

Omdat zoveel mensen gebruikmaken van de mogelijkheid om buiten de rechter om te scheiden, kan en mag de Tweede Kamer het niet accepteren dat Donner zonder reden de klok terugzet. PvdA, VVD, GroenLinks en D66 lieten eerder in de Tweede Kamer al weten dat ze de scheiding zonder rechter willen handhaven. Zeker nu Donner geen (nieuwe) argumenten aandraagt, blijven we op die meerderheid rekenen.