De Hoekse en Geertse twisten

Beste Geert en Geert, zal ik `u' tegen jullie zeggen? Ik geef toe, het heeft niet de quasi-amicale verwantschap die `je' suggereert. Die aanspreekvorm klinkt in een open brief eerder alsof we het weliswaar oneens zijn, maar toch nog altijd lid van dezelfde vereniging van Mensen Die Er Toe Doen In Nederland.

Laten we het in plaats daarvan maar formeel houden. Ik heb het moeilijk genoeg met het schrijven van deze open brief. Het blijft immers een potsierlijk genre, dat over de hoofden van de lezers een soort deftigheid wil oproepen (de lezer mag meekijken terwijl de heren bekvechten), maar dat het tegelijkertijd juist makkelijker maakt om ad hominem argumenten te gebruiken (een brief heeft tenslotte een adressant) en natuurlijk ook om de noodtoestand uit te roepen (`Het is vijf voor twaalf, daarom richt ik me nu tot u...').

Laat ik het desondanks proberen, nu het genre ook in deze krant ingang heeft gevonden. Eerste Geert, om met u te beginnen. Wat heeft u een mooi hartstochtelijk pamflet geschreven over de toestand van het land en, meer in het bijzonder, het revolutionaire elan van een deel van de Nederlandse elite. Ja, u maakt een onbezonnen vergelijking met Goebbels (die is trouwens al zo geïnfleerd dat je wacht op de eerste columnist die verontwaardigd uitroept: die Joseph Goebbels, dat was toch eigenlijk de Goebbels van het Derde Rijk!). En ja, ik weet van de slordigheden en fouten die een peloton correctoren-achteraf nu al weken aan het verzamelen is, omdat ze niet willen dat u met hun onderwerp aan de haal gaat. Maar gelooft u me, ondanks de fouten heeft u een hartverwarmend boekje geschreven, waar je het heus niet mee eens hoeft te zijn om te merken dat het plezier in de vaderlandse geschiedenis en de warme betrokkenheid bij dit land van de pagina's spatten. En dát hadden we net even nodig.

Het wordt u wel verweten dat u onderdeel bent van het probleem. Namelijk van precies die nationale geslotenheid die u in het pamflet aanklaagt: ook u heeft het weer vooral over Nederland en niet over de internationale situatie, met de globalisering, de Irak-oorlog en het moslimterrorisme. U zou een nostalgicus zijn, die terug wil naar het knusse Nederland van Ooit, maar geen oog heeft voor de mondiale context van onze problemen. Dát is onterecht: misschien is uw visie veel te soft, met al die empathische aandacht voor migratiestromen en wereldwijde verschuivingen van platteland naar stad, maar oogkleppen heeft u niet op. Ook de Verlichting komt langs, en nu eens gelukkig niet als een knuppel om moslims in de houding te zetten of vriend van vijand te onderscheiden.

Even tussendoor, over die Verlichting. Kent u de recente open brief van de filosoof Herman Philipse aan Ayaan Hirsi Ali (die met de aanhef: ,,Toen het nog aan was tussen ons...'')? Hij legt haar uit dat `Verlichtingsfundamentalisten', waartoe Hirsi Ali door critici zoals u wel wordt gerekend, niet eens bestáán, omdat de term een contradictio in terminis is. Net als `vierkante cirkel'. Verlichters denken immers zelfstandig en kritisch na, fundamentalisten per definitie niet, dus die twee kúnnen niet samengaan. Een hele opluchting. Nu hoeft de imam van de Al-Tawheed moskee ons alleen nog maar uit te leggen dat `radicale moslims' niet bestaan, omdat de islam per definitie een religie is van vrede en matiging. Of de paus dat `immorele christenen' niet voorkomen, omdat het christendom... enzovoorts. Dan zijn we eruit.

Maar ik dwaal af, geloof ik. Neem me niet kwalijk, ik moet dit nog leren (mail uw suggesties naar openbrief@ertoedoeninnederland.com).

Laat ik daarom nog kort iets aan u vragen, andere Geert. Ook u publiceerde onlangs een politiek pamflet, met een even hoge inzet als uw naamgenoot. U schrijft: ,,Ik houd veel van Nederland maar steeds minder van het Nederland zoals dat nu is.'' De eerdere Geert had het ook zo kunnen zeggen. Maar daarna schetst u een apocalyptisch beeld van een totaal verrot en decadent land dat aan de rand van de afgrond wankelt. Het wordt gegijzeld door Haagse politici, bedreigd door de islam, en is ,,een land dat op het punt staat zijn eeuwenoude wortels vaarwel te zeggen en deze in te ruilen voor multiculturalisme, cultuurrelativisme en een Europese superstaat''. Waarna u vooral van alles verbiedt en afschaft (behalve de hypotheekrente-aftrek).

In beide pamfletten is dus sprake van een ernstige situatie en van een land dat vervaarlijk op drift is geraakt. Maar terwijl die eerste Geert zijn lezers de ,,eeuwenoude wortels'' van Nederland werkelijk laat voelen, blijven die historische wortels bij u zo ongrijpbaar. En spreekt er ondanks uw denderende voorspelling van een nieuwe `Gouden Eeuw' zo verontrustend weinig vertrouwen uit dat het ooit nog wat zal worden met dit land, als we tenminste niet alles anders gaan doen (behalve de hypotheekrente-aftrek). Uw grote voorbeeld Pim Fortuyn had, wat je ook van hem vond, de dubbele boodschap van woede (over het heden) en hoop (op de toekomst) die een nationale verlosser nodig heeft. Hij had er zin an maar daarvan is bij u zo weinig te merken.

Dat heeft natuurlijk te maken met uw benarde situatie, en dat is begrijpelijk. U bent bovendien geen politieke inbreker, zoals Fortuyn, maar als oud-Kamerlid voor de VVD toch eerder een uitbreker, en dat is een lastiger rol. Maar toch, uw programma is er vooral een van de harde aanpak, straf en boete. Het straalt in al zijn radicalisme en halve paniek zo weinig bindend perspectief uit, behalve de belofte van een keiharde revolutie.

Maar willen we die? Mag ik een suggestie doen. Lees het Sociaal en Cultureel Rapport 2004, In het zicht van de toekomst. Uit dat zeer verhelderende rapport blijkt dat de Nederlanders zich inderdaad grote zorgen maken om de toekomst, zoals u weet: veiligheid, islam, de punten zijn bekend. Maar er blijkt ook uit dat `solidariteit' het hoogst gewaardeerde trefwoord is voor de toekomst, boven `veiligheid' en `normen en waarden'.

Een snoeiharde prestatiemaatschappij, die lijkt op wat u aanbiedt, wordt maar door 8 procent van de Nederlanders wenselijk geacht. Dat is genoeg voor een paar zetels, maar onvoldoende voor een nationale revolutie. We willen, aldus het SCP-rapport, hoop koesteren op een veilige, maar ook op een rechtvaardige en solidaire samenleving. Niet alleen telkens horen dat het vijf voor twaalf is, en hoog tijd om de grote afrekening te beginnen.

Dat heeft die andere Geert beter begrepen dan u, vrees ik.