Askar Akajev begon als liberaal en eindigt als dictator

Askar Akajev (61), president van Kirgizië, heeft lang geprofiteerd van een veelbelovend begin: na de onafhankelijkheid van Kirgizië in 1991 voerde hij een duidelijk liberaler beleid dan zijn collega's in de Centraal-Aziatische buurlanden. Zij, de presidenten van Kazachstan, Turkmenistan, Tadzjikistan en Oezbekistan waren en zijn oud-leiders van de communistische partij. Akajev niet: hij is van huis uit natuurkundige, en kenner van klassieke muziek en schilderkunst is hij ook. De man met het vollemaansgezicht liet in de eerste helft van de jaren negentig meer toe dan zijn collega's: non-gouvernementele organisaties, een oppositie, onafhankelijke media. Kirgizië – dat was het Zwitserland van Centraal-Azië.

Het roer ging in 1995 om, toen hij openlijk vaststelde dat het toestaan van een onafhankelijke pers zijn grootste fout was geweest. Sindsdien is het met de democratie geleidelijk bergafwaarts gegaan. Oppositiepolitici kwamen in de gevangenis terecht, onafhankelijke media werden kapotgeprocedeerd, verkiezingen gemanipuleerd. Intussen vergrootte Akajev de invloed van zijn eigen familie – in vorige maand zijn twee van zijn kinderen in het parlement `gekozen'. Toch bleef Kirgizië bekend staan als de meest liberale republiek in de regio – tot woede van de oppositie en de onafhankelijke media, die Akajev liever beoordelen op wat hij doet dan op wat zijn collega's in de buurlanden doen.

Akajev moet in mei wijken: dan loopt zijn laatste ambtstermijn af. Maar er zijn al medewerkers die hebben gesuggereerd dat een referendum vóór mei nog best zou kunnen leiden tot een grondwetswijziging die de president nog een termijn extra zou geven.