Speler die in blessuretijd nog probeert te scoren

Morgen moet in de Eerste Kamer duidelijk worden of de gekozen burgemeester er kan komen. D66-minister Thom de Graaf van Bestuurlijke Vernieuwing heeft zich met hart en ziel verbonden aan deze hervorming van de lokale democratie. ,,Hij zit niet aan het pluche gebakken.''

Leden van het kabinet-Balkenende II zijn wel wat verzet gewend, maar geen minister stuit op dit moment op zoveel vijandigheid als de aanvoerder van het piepkleine D66-smaldeel: vice-premier, minister van Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties De Graaf (47). Morgen moet hij tweederde van de Eerste Kamer, oppositie incluis, meekrijgen om zijn belangrijkste hervorming door te kunnen voeren: de gekozen burgemeester. Daarvoor moet hij toezeggingen doen waarover de coalitie van CDA, VVD en D66 het niet eens is. In het uiterste geval valt voor D66 na morgen de politieke legitimatie weg om aan het kabinet deel te nemen.

,,De gekozen burgemeester en het kiesstelsel zijn de twee onderwerpen die je imago bepalen'', zei De Graaf deze maand in de bus naar Zaanstad – voor zijn promotietoer om de gekozen burgemeester aan de burgers in het land uit te leggen. ,,Als ik van tegenstanders de kritiek krijg dat ik autistisch ben over de gekozen burgemeester, krijg ik dat ook te horen in overleg over het grotestedenbeleid of de Antillen.'' En: ,,Collega's in het kabinet zeggen tegen mij: ik benijd je niet. Iedereen in bestuurlijk Nederland wil wat anders. Ik kan het nooit goed doen.''

Het is voorjaar 1981. De Nijmeegse rechtenstudenten Herm Lamers en Thom de Graaf (23 jaar) trekken naar Den Haag, voor interviews over de macht van ambtenaren met senatoren als de oude De Gaay Fortmann (CDA), D66'er Jan Vis. Lamers ziet nog voor zich hoe ,,Thom daar rondliep: dit was zijn biotoop, hier wilde hij naar toe.'' Ze zwierven door de gangen van de Tweede Kamer, doken kamers in. Terug in Nijmegen zaten ze met twee vrienden van hun dispuut Elegast te fantaseren dat ze ministers werden. ,,Thom dacht aan Justitie, Binnenlandse Zaken. Voor ons was het een grap, maar voor hem was het toen al serieus''.

Het had anders kunnen lopen. Op school was De Graaf evenzeer bezig met toneel als met politiek. Hij schreef gedichten (,,Zij in wie ik woonde/ wonen altijd in mij''). ,,Thom was een beetje elitair, en erg serieus,'' vertelt Lamers. ,,Hij kwam terug met grote verhalen dat hij de dichter René Char had opgezocht in de buurt van Saint-Tropez of zo. Dan gingen wij Bob Evers zitten analyseren, of Suske en Wiske.''

Een beetje rebel was hij ook. De Graaf had een mooi blauw kostuum. Dat had hij soms nodig, want zijn vader Theo de Graaf was burgemeester van Nijmegen en voormalig Tweede Kamerlid voor de KVP (1948-1963). Thom, de jongste van zes kinderen, leende zijn kostuum uit aan vrienden, tegen een fles wijn.

De Graaf meldde zich in 1977 bij D66. Hoogleraar staatsrecht Tijn Kortmann, die hem begin jaren tachtig in de collegebanken kreeg, behoorde tot de CDA'ers die De Graaf plaagden dat hij ,,het verkeerde partijtje'' had gekozen, met die ,,luchtfietserij'' over democratische vernieuwing. De Graaf ,,bleef er vrolijk onder,'' zegt Kortmann, voorzitter van de commissie die het referendum over de Europese grondwet in goede banen moet leiden.

De Graaf begon aan twee proefschriften: één over de burgemeester en de openbare orde, de ander over de minister-president. Beide kwamen niet af, want De Graaf stapte over naar het ministerie van Binnenlandse Zaken. Daar liep hij in de armen van VVD'er Ivo Opstelten, destijds directeur-generaal Openbare Veiligheid. De Graaf was ,,nadrukkelijk en consistent aanwezig'', herinnert de burgemeester van Rotterdam zich nu. Toenmalig collega Ron Niessen adviseerde hem te kiezen tussen politiek en ambtenarij. ,,Hij had als ambtenaar voortdurend overleg met de D66-fractie.''

Namens D66 werd De Graaf in 1990 lid van de commissie-De Koning, die advies moest uitbrengen over het kiesstelsel voor de Tweede Kamer en de positie van de minister-president. Senator Jurn de Vries (GPV) leerde De Graaf daar kennen als een ,,vasthoudende'' jongeling die ,,met verve'' staatkundige hervormingen bepleitte waar vrijwel niemand het mee eens was. De Graaf geeft alleen toe ,,als de politieke constellatie hem ertoe dwingt'' , ondervond De Vries. Na drie jaar bereikte de commissie één hervorming: meer invloed van voorkeursstemmen bij Kamerverkiezingen. De Graaf nam met GroenLinkser Ernsting een minderheidsstandpunt in over de gekozen minister-president.

In 1994 troefde De Graaf, vers in de Tweede Kamer, een andere nieuwkomer, Boris Dittrich, af in de strijd om het lidmaatschap van de parlementaire enquêtecommissie onder leiding van PvdA'er Maarten Van Traa. Medecommissielid Rouvoet (ChristenUnie) herinnert zich dat Van Traa, die later bij een auto-ongeluk om het leven kwam, in de commissie graag liet merken dat hij de enige was met parlementaire ervaring. De Graaf kon zich over die houding ,,behoorlijk opwinden'', vertelt Rouvoet. ,,Hoe vaak ik hem niet heb horen zeggen: `Neem nou van mij aan....'''

Die zelfbewuste stijl werkte. Een jaar later was De Graaf een van de twee Kamerleden die – in de woorden van partijgenoot en vriend Roger van Boxtel – ,,uitgedaagd'' werden door D66-voorman Hans Van Mierlo om hem op te volgen als partijleider. De ander was Van Boxtel. Van Mierlo vond hen complementair, zegt Van Boxtel. De vrienden bespraken een duo-leiderschap, maar verwierpen het. ,,We zeiden tegen elkaar: we gaan er allebei voor. En we zien wel wat er gebeurt.'' De Graaf volgde in 1997 tussentijds Wolffensperger op als fractievoorzitter, maar in 1998 wees Van Mierlo toch ,,een meisje'' – minister Els Borst – aan als zijn opvolger. Na de verkiezingen ging Van Boxtel als minister naar het kabinet. De Graaf ontwikkelde zich in de Kamer tot politiek leider.

Het leiderschap bleek in 1999, na de `Nacht van Wiegel'. Toenmalig VVD-senator Wiegel blokkeerde in de senaat de grondwetswijziging om een bindend correctief referendum in te voeren – een hoofdpunt voor D66 voor deelname aan het tweede paarse kabinet. VVD-fractieleider Dijkstal onderhandelde met De Graaf over het lijmen van de breuk. Hij weet welke strategie de D66'er in zulke gevallen volgt: ,,Je positie niet te vroeg weggeven.'' De Graaf hield eerst de boot af voor een lijmpoging, maar stemde uiteindelijk in met een `referendum-light': een tijdelijke wet zonder grondwetswijziginging en zonder bindend karakter. Hij slikte het verlies weg met de redenering dat D66 ín het kabinet meer kon bereiken dan erbuiten.

D66 was in het tweede paarse kabinet van PvdA, VVD en D66 niet nodig voor een meerderheid in de Kamer. Dat was een handicap voor De Graaf in het toen wekelijkse topoverleg in het Torentje van de minister-president. Toenmalig VVD-leider Dijkstal nu: ,,Ad (Melkert, red.) en ik zeiden vaak tegen elkaar: we kunnen het wel aan Thom vragen, maar echt belangrijk is het niet''. Bovendien waren zij ervan doordrongen dat de politieke verschillen niet groot waren. ,,Als we met elkaar in een televisie-programma zaten, spraken we tevoren met elkaar af waarover we het oneens zouden zijn'', zegt Dijkstal. Dat gebeurde volgens Dijkstal trouwens ook met toenmalig CDA-leider Jaap de Hoop Scheffer.

Als fractieleider voerde De Graaf in 2002 felle oppositie tegen het eerste kabinet Balkenende met de LPF. Maar nadat D66 onder zijn leiding in 2003 opnieuw een zetel verloor, was het over. ,,Ik dacht: nog een jaar in de Kamer en we zien wel''. Tegenover de verbazing dat hij minister wilde worden in Balkenende II, verwees hij naar de gouden kans om eindelijk de gekozen burgemeester en het kiesstelsel te verzilveren. Intimi verraste het niet dat De Graaf de kans greep zijn carrière te bekronen. ,,Je zag hem opfleuren'', zegt Van Boxtel. ,,Hij beschouwt het als een toetje op de taart'', meent studievriend Lamers. De Graaf, in de bus tijdens de promotietoer voor de gekozen burgemeester: ,,Ik voel me als een speler die de kans krijgt om in blessuretijd te scoren''.

Zijn gretigheid bleek andere ministers snel. Bij de formatie van Balkenende II steggelde De Graaf met zijn aankomende collega Remkes (VVD) over de portefeuilleverdeling op Binnenlandse Zaken. Hij wilde zijn oude `liefde' de politie erbij, maar kreeg die niet. De Graaf werd vice-premier – een rol waarin hij zich zoveel mogelijk laat gelden, ook bij sociaal-economische onderwerpen. Zelf zegt De Graaf dat hij zich ,,verkeken'' heeft op het vice-premierschap: het kost hem snel anderhalve dag per week. Daarnaast gaat een dag per week op aan de Antillen.

In zijn eerste jaar als minister leken de Antillen, waar toen de anti-Nederlandse regering-Godett aan de macht was, een hoofdbreker te worden. Maar volgens Carel de Haseth, voormalig gevolmachtigd minister in Nederland en nu adviseur van de huidige Antilliaanse premier Ys, lukt het De Graaf daar wel om voortvarend een ,,ingrijpende bestuurlijke reorganisatie'' in gang te zetten.

Kritiek is er ook, vooral op zijn stijl. ,,Als parlementariër was hij open en toegankelijk'', meent Will Johnson, politiek leider van Saba, het kleinste eiland. ,,Nu komt hij met een batterij ambtenaren hier naar toe. Heel intimiderend.'' De Arubaanse premier Nelson Oduber vindt dat De Graaf ,,hier een te grote schoen draagt'' voor zijn plaats in de regering. ,,Ik denk dat hij het best goed meent, maar ik zie te weinig resultaten.'' De Arubaanse minister Croes kreeg ruzie met De Graaf over het homohuwelijk en noemde hem toen ,,voorzitter van een zieltogende partij''. Het kwam hem op een reprimande te staan. ,,Als de Graaf zijn zin niet krijgt, spreekt hij meteen ernstige taal'', zegt Croes. ,,Zo van: dan moet Aruba maar onafhankelijk worden.''

De Nijmeegse hoogleraar Kortmann heeft zijn twijfels over de hervormingskoers van zijn oud-student. Hij denkt dat zijn vasthouden aan de gekozen burgemeester een voorbeeld is van ,,de strategische terugtocht niet kunnen vinden.'' Kortmann gelooft dat De Graaf ,,diep in zijn ziel'' niet voluit achter de gekozen burgemeester staat. Hij is ,,veel te intelligent'' voor de redenering dat de burgemeester meer bevoegdheden moet krijgen omdat deze de meest bekende bestuurder is, meent Kortmann. ,,Dan moet je de koningin ook meer bevoegdheden geven omdat ze zo bekend is''.

Feit is dat De Graaf met zijn voorstellen voor de gekozen burgemeester twee keer min of meer het midden gekozen heeft tussen wensen van CDA en VVD: een sterkere burgemeester dan nu, maar met voldoende tegenmacht voor de gemeenteraad. Die koers is niet voldoende gebleken om het verwijt van bestuurders te vermijden dat hij ,,autistisch'' en ,,regentesk'' opereert. ,,Ik zeg wel eens tegen hem'', aldus Van Boxtel: ,,je kunt het wel goed beredeneren, maar je moet ook vertrouwen winnen''. Van Boxtel vindt dat De Graaf ondanks de druk ,,redelijk ontspannen in zijn rol'' zit. Hij schrijft dat toe aan ,,loutering door de tegenslagen.'' De Graaf bevestigt dat het verkiezingsjaar 2002 zijn sporen heeft nagelaten: ,,Ik heb meer leren relativeren, ben blijmoediger geworden''. Terwijl de spanningen oplopen, is De Graaf aan zijn tiende week zonder sigaretten toe. ,,In de ministerraad zeggen ze tegen me: dat is wel goed voor je, dan word je misschien wat meer getergd.''

Het zal volgens Van Boxtel niet gebeuren, maar als de gekozen burgemeester sneuvelt, zal De Graaf volgens hem niet aarzelen consequenties te trekken. ,,Hij zit niet aan het pluche gebakken''. Ex-collega Niessen, nu hoogleraar integriteit aan de Universiteit van Amsterdam: ,,Ik zie hem nog wel eens opduiken als commissaris van de koningin. Als er een D66-plekkie openvalt.''

Hoogleraar Kortmann vindt een dergelijke functie te licht voor zo'n intelligent bestuurder. Kortmann – een ,,bevriend tegenstander'', aldus De Graaf – wenst het volgende scenario: de senaat blokkeert de gekozen burgemeester, waarna het kabinet en de minister zo verstandig zijn om daaruit géén consequenties te trekken.

Maar het zou ook ,,heel mooi'' zijn als De Graaf opstapt, terwijl D66 in het kabinet blijft. ,,Dan kan Thom nog 15 jaar een – bijvoorkeur benoemde – burgemeester zijn van een mooie stad als Nijmegen of Den Bosch.''

Curriculum Vitae

Thomas Carolus de Graaf is op 11 juni 1957 geboren in Amsterdam.

11976 Eindexamen Gymnasium-B, Stedelijk Gymnasium Nijmegen.

1976-1981 Studie rechten (Staatsrecht en parlementaire geschiedenis) aan de katholieke Universiteit Nijmegen.

1978-1981 Onderzoeksmedewerker Centrum parlementaire geschiedenis te Nijmegen.

1981-1985 Wetenschappelijk medewerker staatsrecht aan de Katholieke Universiteit Nijmegen.

1985-1991 Ambtenaar op het ministerie van Binnenlandse Zaken.

1991-1994 Plaatsvervangend directeur Politie, Binnenlandse Zaken.

1990-1994 Lid gemeenteraad Leiden voor D66.

1994-2003 Lid Tweede Kamer der Staten Generaal.

1994-1996 Vice-voorzitter Commissie-Van Traa die onderzoek deed naar opsporingsmethoden in Nederland.

November 1997 Fractievoorzitter D66 in de Tweede Kamer.

2003 Verloor strijd om voorzitterschap Tweede Kamer van Frans Weisglas.

Vanaf 2003: Minister Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties.

Thom de Graaf is getrouwd. Hij heeft twee kinderen.