Slapen met de boswachter

De moderne boswachter is druk druk druk. Niet met spechtennesten tellen of op stropers jagen, maar met het entertainen van mondige bosconsumenten.

Mijn buurman is boswachter. Ik zwaai bijna dagelijks naar hem, als ik hem tegenkom in zijn dienstauto en soms spreek ik hem, nooit lang maar altijd vluchtig, door het open raampje in zijn groene autoportier. Hij heeft haast. Wij hebben het kort over de havik die weer eens een kip geslagen heeft, of over een das die vannacht op de dijk is doodgereden. En dan moet hij weer verder – vroemmm, plankgas het bos in. Want boswachters hebben het druk. Veel drukker dan vroeger.

Niet iedereen beseft dat; over het vak van boswachter bestaan allerlei romantische ideeën. Bij Staatsbosbeheer komen regelmatig open sollicitaties binnen, van uitgebluste managers die het jachtige leven niet meer zien zitten en die verlangen naar een baan waarin ze buiten met hun handen kunnen werken. Bij veel mensen blijkt nog het beeld te leven van de boswachter-van-toen, van de man met het jachtgeweer en het veertje op zijn groene hoedje, die zijn dagen slijt met het aaien van reekalfjes, het voeren van fazanten en met het tellen van spechtennesten. En met het gezond houden van de wildstand, door af en toe eens een zwak dier af te schieten. Soms spreekt hij de eigenaar van een loslopende hond vriendelijk maar vermanend toe en 's nachts ligt hij in het bedauwde veld, geduldig wachtend op een stroper.

Maar zo ziet het boswachtersbestaan er allang niet meer uit. De moderne boswachter is een manager die het grootste deel van de tijd achter zijn bureau bezig is met administratie, subsidies en regelgeving en die, als hij geluk heeft, van de vijf werkdagen nog één dag over heeft die hij in bos en veld kan doorbrengen. Maar niet alleen, want altijd is er wel een schoolklas die onderwezen moet worden, of een groep bestuurders die moet worden voorgelicht. De boswachter is een communicator geworden.

Vroeger was die communicatie uitsluitend eenrichtingsverkeer; in het bos had je je aan de regels te houden en als je een brandende sigaret in de dennennaalden smeet, bloemen plukte of je buiten de paden begaf, dan kon je een bon krijgen. Maar de hedendaagse consument is mondig. Het bos is van ons allemaal, zo redeneert hij, en waarom zou ik er dan niet op mijn mountainbike doorheen mogen crossen?

Waarom zou alleen de boswachter herten en wilde zwijnen mogen bespieden, en waarom de gewone recreant niet? We willen best geld overmaken aan Natuurmonumenten, maar voor wat hoort wat. Bos is er om ervaren, genoten en geconsumeerd te worden. Er bestaat nog wel een handvol particuliere boseigenaren die zich tegen deze filosofie verzetten, maar bij Staatsbosbeheer is het roer al jaren om. Welkom bij uw groene gastheer.

Bij Staatsbosbeheer heeft men de taak van de boswachter gescheiden in twee afzonderlijke specialisaties. Boswachters kunnen kiezen voor inventarisatie en monitoring, of voor recreatie, public relations en voorlichting. De inventariserende en monitorende boswachter rijdt in een 4 wheel drive door bos en veld; hij monitort of er nog wel voldoende water in de paddenpoel staat en inventariseert het aantal vuilniszakken dat de calculerende burger in de bosjes heeft geflikkerd. Hij vangt katten die vóór de vakantie uit de auto zijn gezet en brengt die naar het asiel.

De voorlichtende boswachter geeft uitleg aan het publiek. Hij wijst een groep wandelaars op bijzondere planten en dieren en hij onderhandelt met de gemeente over subsidie voor de aanleg van een route door het bos die geschikt is voor bejaarden op scootmobielen. Hij regelt de aanleg van schuilhutten van waaruit baltsende korhoenders en burlende herten bespied kunnen worden. En zorgt ervoor dat die schuilhutten rolstoelvriendelijk zijn.

`Wandelen met de boswachter' is intussen een welkome zondagochtendbesteding geworden voor veel recreanten, maar door sommigen wordt dat wandelen zo langzamerhand toch wat oubollig gevonden, zelfs al worden ze door de boswachter aangemoedigd om van de gebaande paden af te gaan om te voelen, te doen en te ruiken.

Abseilen en wildwatervaren behoren in de Nederlandse bossen niet tot de mogelijkheden, maar de vindingrijke boswachter heeft voor de veeleisende recreant toch een nieuwe belevenis weten te bedenken: `Slapen met de boswachter'. Liefhebbers wordt de gelegenheid geboden om 's avonds met de boswachter door het bos te struinen en om daarna samen met hem tussen vliegdennen en bosbessen een bivakje op te slaan. En voor het slapengaan `Zingen met de boswachter'.