Schröders pact

Leeft het Stabiliteitspact nog of is het morsdood? Gisteravond bereikten de ministers van Financiën van de Europese Unie een compromis over een flexibeler omgang met de nationale begrotingsregels. Duitsland, dat al drie jaar de maximumnorm overschrijdt voor het begrotingstekort van drie procent van het bruto binnenlands product, mag de kosten van de hereniging met het voormalige Oost-Duitsland voortaan opvoeren als excuus voor het schenden van de regels. Het land geeft per jaar 80 miljard euro uit aan steun voor het oosten, ofwel vier procent van zijn bruto binnenlands product. Frankrijk mag zich beroepen op de kosten van `internationale solidariteit', waaronder naast ontwikkelingshulp wellicht ook militaire uitgaven vallen. Het is vervolgens aan de Europese Commissie en de ministers van Financiën of gebruikmaking van deze uitzonderingsregels gepast is. Daarnaast geven ook economische recessies meer respijt dan voorheen.

De Duitse bondskanselier Schröder en de Franse president Chirac kunnen tevreden zijn. Met het compromis lijkt het pact voorlopig gered, zodat de economische top van de regeringsleiders van de EU, morgen en woensdag, een obstakel minder heeft. Maar wat is er nu werkelijk over van het pact? Oorspronkelijk was de overeenkomst bedoeld voor het handhaven van de nati9.8onale begrotingsdiscipline bij de deelnemende landen aan de Europese en Monetaire Unie. Mede op aandrang van de Duitsers moest zo de hardheid van de euro worden gegarandeerd. Maar al kort na invoering van de euro bleek dat met name de grote deelnemers Duitsland en Frankrijk zich niet aan de regels hielden.

Het is gebruikelijk dat internationale overeenkomsten zoals het pact in tijden van crisis beter formeel overeind kunnen worden gehouden dan dat ze openlijk aan de laars worden gelapt. Zo kan later gered worden wat er nog te redden valt. In dat opzicht is het gisteren bereikte compromis over het Stabiliteitspact positief. Tegelijkertijd moet wel in het oog worden gehouden wat het pact nu precies probeerde te bewerkstelligen: begrotingsdiscipline op de lange termijn. De kosten van de vergrijzing lopen de eerstvolgende decennia sterk op in het westen. De internationale kredietbeoordelaar Standard & Poor's stelt vandaag in een onderzoek dat de grote westerse landen, waaronder Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten, in de jaren twintig en dertig van deze eeuw een groot risico lopen als zij hun begrotingen niet op z'n minst in evenwicht houden. Gebeurt dat niet, dan maakt hun staatsschuld kans tegen die tijd te worden afgewaardeerd tot `junk' (rommel), met bijbehorende torenhoge rentes.

De noodzaak van begrotingsdiscipline gaat verder dan het al dan niet in letter of geest honoreren van het Stabiliteitspact. Dat aspect van Europa's begrotingspraktijk dreigt nu onder te sneeuwen. Een pact dat in een of andere vorm nog leeft, is sterk te verkiezen boven een pact dat in de praktijk al is gesneuveld – ook na gisteren. Maar wie zal bij het eerstvolgende begrotingsconflict nog willen bekijken hoe hard het Stabiliteitspact in zijn nu afgeslankte vorm is? De vrees is gerechtvaardigd dat die waarneming tegelijk het doodvonnis zal zijn.