Ook webdokter wil persoonlijk contact

Wie vertrouwt er nog een internetarts? Gesprek met de huisarts die als eerste e-maildokter het internet opging. ,,Anonymi zijn hier aan het verkeerde adres. Een arts behandelt zieken, geen ziektes.''

In een statig herenhuis tussen Leiden en Oegstgeest praktiseert de eerste e-maildokter van Nederland. Aanbellen is niet nodig: bij de eerste stap op het tuinpad begint een hond te blaffen en verschijnt een grijze dame in de deuropening.

,,Hallo'', zegt de dame. ,,Ik ben Nel, de secretaresse.'' En ze gaat voor naar een ruime wachtkamer, waar parket op de vloer ligt en houten stoelen staan, geschilderd in pastelgroen. ,,Wilt u misschien een plakje cake gebakken in water'', vraagt Nel. ,,Die hebben we vandaag gekregen van een patiënt.''

Is dit de praktijk van een e-maildokter? Sinds via deze krant bekend werd dat vier mensen zelfmoord hebben gepleegd met een overdosis medicijnen besteld via dokteronline.com, associeer je een internetarts eerder met een anoniem yuppenkantoor.

De hond slaat aan, er klinkt gestommel. Een vrouw met een gehaakt vest wandelt de wachtkamer binnen. Ik ben als eerste huisarts internet opgegaan, vertelt ze – een neefje van elf had een website gebouwd, www.vanschie.net, met de mogelijkheid voor een e-mailconsult. En zo kwam het dat Marieke van Schie in 1998 als eerste internetdokter een persconferentie gaf: ,,De toekomst is aan e-health.''

Maar inmiddels denkt huisarts Marieke van Schie (56), die samen met een collega een huisartsenpraktijk voert van 3.900 patiënten, daar een stuk genuanceerder over. Anonymi zijn bij haar aan het verkeerde adres, net als patiënten met wie ze geen kennismakingsgesprek heeft gevoerd. ,,Het meest wezenlijke aan mijn artsenvak is het persoonlijk contact'', zegt Van Schie. ,,Ik behandel een zieke, geen ziekte. En door de zelfmoorden via dokteronline worden artsen daar nog eens nadrukkelijk op gewezen.''

E-maildokter Van Schie loopt naar haar spreekkamer. Aan de ene kant staat een onderzoeksbank, aan de andere kant een bureau met computer. De huisarts schuift achter haar bureau en bekijkt de patiëntenmails, ze krijgt er zo'n 50 per dag. Tegen negenen de vorige avond, vertelt ze, kwam er een mail van een patiënt die ,,zelden wat heeft en helemaal nooit zeurt''. Hij had grote zorgen over zijn vrouw. `We hebben over twee dagen een afspraak in het ziekenhuis bij de kaakchirurg', schreef hij, `maar haar gezicht is zo opgezet'. Om kwart over negen belde Van Schie terug – ,,mailen is dan te vrijblijvend''. Of de man de volgende ochtend wilde terugbellen als het erger zou worden. Dan zou de huisarts proberen de afspraak bij de kaakchirurg te verplaatsen. ,,En dat is gebeurd'', vertelt huisarts Van Schie. ,,Half elf zat de vrouw in het ziekenhuis. Ze had een kaakabces.''

In feite is ze dus een gewone huisarts die alleen mailt met haar eigen patiënten? Van Schie knikt. Internet geeft rust en bespaart veel tijd, zegt ze. Voor haar omdat er minder gebeld wordt en ze de vragen tussen de bedrijven door kan beantwoorden: ,,Totaal niet meer dan een halfuurtje per dag.'' Voor patiënten omdat ze 24 uur per dag hun vraag kunnen stellen en op zijn laatst de volgende dag antwoord krijgen. ,,Ouderen, WAO'ers, chronisch zieken, tweeverdieners, iedereen behalve allochtonen maakt daar gebruik van.'' Daarnaast voorkom je met elektronisch voorschrijven spraakverwarring, vertelt van Schie. ,,Mensen verspreken zich nog wel eens door de telefoon.''

Maar elektronisch medicijnen voorschrijven is toch niet veilig? Artsenorganisatie KNMG wil naar aanleiding van de ervaringen bij dokteronline.com de gedragsregels aanscherpen. ,,Wij vinden dat het voorschrijven van geneesmiddelen via internet alleen moet kunnen als je risico's kunt uitsluiten'', verklaarde beleidscoördinator gezondheidsrecht J. Legemaate dit weekend. Hij hoopt zo te voorkomen dat mensen zelfmoord plegen met een overdosis medicijnen, voorgeschreven door een internetarts.

Ook dat gevaar heeft Van Schie ondervangen, zegt ze. Ze schrijft via internet zalfjes, anticonceptiepillen en chronische medicatie voor. Ook kunnen haar patiënten medicijnen voor suikerziekte en bloeddrukpillen na e-mailcontact krijgen, maar dan moet er al wel een dag zijn afgesproken waarop de patiënt voor controle op het spreekuur komt. Maar slaapmiddelen, kalmeringsmiddelen, antidepressiva en morfine worden ,,helemaal nooit'' via internet voorgeschreven.

Marieke van Schie heeft de e-mailservice met behulp van haar huisartsinformatiesysteem aangesloten op het patiëntendossier. Daarnaast heeft ze een bewakingsprogramma gebouwd dat alarm slaat als het middel niet kan worden ingenomen met een ander medicijn dat de patiënt slikt. De assistente controleert het recept en nadat de huisarts het heeft ondertekend, stuurt ze het per fax naar de vaste apotheek van de patiënt. Van Schie: ,,Ik doe geen elektronische zaken met onbekende apothekers of een internetapotheker: we kennen elkaar niet, we kennen elkaars patiënten niet en we hebben nooit farmacotherapeutisch overleg met elkaar. Hoe weet ik dan of zo'n apotheker betrouwbaar is en goed is in zijn vak?''

Nee, als je huisarts Van Schie vraagt naar maatregelen om zelfmoordincidenten via internetartsen te voorkomen, weet ze eigenlijk maar één antwoord. Artsenorganisatie KNMG, zegt Van Schie, moet dokters verbieden medicijnen voor te schrijven aan patiënten met wie ze geen arts-patiëntrelatie hebben. Want netdokters die medicijnen voorschrijven aan mensen die ze nooit hebben gezien en van wie ze geen medisch dossier hebben, zijn geen dokters maar amateurs. ,,Dat is in strijd met de eed die we hebben afgelegd. En als hier niet heel snel een eind aan komt, worden we op den duur als artsen niet meer serieus genomen.''