Financial Times

Dit had de week moeten zijn waarin de Europese leiders trots bijeenkwamen om halverwege het traject de Lissabonstrategie – een grandioos plan om de economie van de Europese Unie op te peppen – in ogenschouw te nemen. Maar nee, hun bijeenkomst zal in het teken staan van mislukkingen en tweedracht: de meeste doelstellingen van de agenda van Lissabon zijn niet gehaald, de regels van het stabiliteits- en groeipact – de grondslag van het begrotingsbeleid van de EU – zijn niet nageleefd, en over hervorming van beide heerst verdeeldheid.

De EU lijkt doelloos en stuurloos rond te zwalken. Het is dan ook niet verwonderlijk dat dit onder haar leiders heeft geresulteerd in toenemend onderling geruzie en verwijten over en weer.

De Franse president Jacques Chirac heeft vorige week de Europese Commissie aangevallen over haar plannen om één dienstenmarkt te creëren.

De dienstenrichtlijn is een essentiële pijler onder de strategie waarmee de Commissie de agenda van Lissabon nieuw leven wil inblazen. Onderzoek heeft uitgewezen dat deze maatregel in heel de EU tot een aanzienlijke groei van de werkgelegenheid zou leiden. Maar de richtlijn is in Frankrijk en Duitsland erg impopulair, omdat de tegenstanders ervan vrezen dat hierna álles van bovenaf zal worden gereguleerd.

Intussen heeft de voorzitter van de Commissie, José Manuel Barroso, teruggeslagen tegen Chirac met de bewering dat de hardnekkige kritiek op de Commissie de Euroscepsis in Frankrijk heeft aangewakkerd. Dat was een onverstandige opmerking, die uiting gaf aan de paniek onder de EU-functionarissen bij het vooruitzicht dat Frankrijk per referendum het verdrag over de Europese grondwet zou kunnen afwijzen. Vorige week ging voor het eerst `nee' in een peiling aan kop.

Hoofdoorzaak van de huidige verwarring in Europa is het gebrek aan politieke leiding. Barroso, die vorig jaar is benoemd, heeft het herstel van de Lissabonagenda tot het centrale punt van zijn voorzitterschap gemaakt, maar hij zoekt nog altijd naar een strategie om zijn boodschap over te brengen aan het Europese publiek. Dat voorspelt niet veel goeds voor zijn plannen om de coördinatie van de economische hervormingen tussen de lidstaten te verbeteren.

Toch is er een rechtstreeksere oorzaak van een groot deel van de problemen waarmee de EU kampt: het gebrek aan leiding vanuit Frankrijk en Duitsland.

Deze twee landen, die altijd de motor waren van de Europese integratie, lijken iets van hun geestdrift voor het `project-Europa' te zijn kwijtgeraakt. Frankrijk, dat toch al geplaagd wordt door het idee dat het aan politiek gewicht heeft ingeboet, heeft zich nog niet neergelegd bij de uitbreiding van de EU. Duitsland worstelt intussen om te ontsnappen aan vier jaar economische stagnatie. Beide landen hebben een naar binnen gekeerde, defensieve houding aangenomen. [...]

De EU heeft meer economische hervormingen dringend nodig, zoals ook de eurozone dringend behoefte heeft aan een geloofwaardig kader voor het begrotingsbeleid. Probleem is dat de Europese leiders het waarschijnlijk zullen laten bij pappen en nathouden. De EU zit te springen om niet wéér een reeks toezeggingen, maar om leiders die tot echte hervormingen bereid zijn.