Bij ballet Bacon klitten de lijven

Opgehangen aan hun benen bungelen twee danseressen boven de dansvloer. De bijna naakte lichamen zijn uitgelicht zodat de ellipsvormige rondingen van kuiten, dijen, billen extra volumineus lijken tegenover de harde scheenbenen, heupen en ribbenkast. Het roept associaties op met martelen, slachten, geweld. Toch is er een onmiskenbare schoonheid in de huidskleur, in de vorm.

Dit morbide openingsbeeld in de dansvoorstelling Bacon, een fysiek drieluik brengt je meteen bij de kern. Choreografe Nanine Linning is gefascineerd door het werk van de Engelse schilder Francis Bacon en dan vooral door de manier waarop hij het rauwe combineerde met het schone. Het afschrikwekkend mooie is vooral terug te vinden in hoe hij het lichaam verbeeldt, vaker nog het bewegende lichaam. Geen wonder dat choreografen – behalve Linning ook Piet Rogie in Tragic Torso – zich regelmatig door Bacon laten inspireren.

In drie scènes accentueert Linning vooral het emotionele en heftige: in (dubbel)duetten en trio's, gedanst door Iris Reyes, Hanna Lee, Ederson Rodriques Xavier, Sébastien Mari en – verrassend goed – door Linning zelf. Lijven klitten aan elkaar, ledematen verstrengelen zich als slingerplanten en torso's versmelten tot vormeloze vleesklompen. Een enkeling zit tegen de achterwand geplakt en wringt zijn lijf tot een rond zijn eigen as gedraaide pose die zelfs Bacon niet voor mogelijk had gehouden. Een mannenduet is als een gevecht tussen twee bronstige herten, een aards vloerduet van Lee met Xavier is erg sensueel, het slotduet van Linning met Xavier juist agressief erotisch.

Linning laat deze indringende fysieke materie vergezeld gaan van duistere klanken die Jacob ter Veldhuis componeerde. Grommende orgelgeluiden, gesnerp als van gekeelde zwijnen en een agressief stuwende cellopartij benadrukken het dierlijk en driftige en soms macabere in Bacon. Parallel zijn er grote videobeelden van roofvogels en roofdieren met grote muilen. Helaas bestaat projectiewand uit slordig gemonteerde segmenten. Aardig in zijn verwijzing naar Bacons beeldtaal is een driedimensionale lichtlijn die de dans als een fragiele lijst omkadert.

Linnings Bacon-ballet is indrukwekkend als het gaat om de expressieve verbeelding van pijn, kwelling, angst. Iets meer compassie met het getormenteerde lichaam had gemogen, zoals de eigentijdse Belgische beeldhouwster Berlinde De Bruyckere dat fraai doet door aan haar misvormde figuren een deerniswekkende kwetsbaarheid (in de wassen huid) te geven. In Linnings fysieke triptiek ontbreekt het aan een element dat tegenwicht geeft.

Voorstelling: Bacon, een fysiek drieluik. Stichting Pipsters. Choreografie en decor: Nanine Linning. Compositie Jacob ter Veldhuis. Gezien: 18/3 Schouwburg Rotterdam. Tournee: t/m 5/5. Inl.: www.naninelinning.nl