Willen de VS wel een democratie met gematigde islamisten?

Echte democratisering in het Midden-Oosten is ondenkbaar zonder dat gematigde islamisten meer macht krijgen. Van die consequentie lijkt Bush met zijn oproep tot meer politieke vrijheid niet doordrongen.

Dat Ayman Nour, criticus van de Egyptische president Hosni Mubarak, vorige week zondag weer is vrijgelaten, na zes weken gevangenschap, suggereert dat Amerikaanse druk effect heeft gehad, net als het besluit van Mubarak om meerdere kandidaten toe te laten bij de presidentsverkiezingen. Maar deze ontwikkelingen roepen ook vragen op.

De regering-Bush was woedend over de arrestatie van Nour, en terecht. Toch was het voorval niet bepaald uniek. Naar schatting 15.000 islamisten kwijnen weg in Egyptische gevangenissen politieke gevangenen die niet naar behoren aanspraak op een eerlijk proces kunnen maken als gevolg van een noodtoestand die nu al 24 jaar duurt. Maar het is veelzeggend dat de VS wel hun verontwaardiging hebben geuit over Nour, een secularist, maar tientallen jaren hebben gezwegen over de onderdrukking van de Moslimbroederschap, de grootste, invloedrijkste oppositiegroepering in Egypte. Als een leider van de Broederschap was opgesloten, zouden de VS dan net zo hebben gereageerd? De hoofdstroming van de islamistische oppositie heeft lang geleden ondubbelzinnig gekozen voor geweldloze deelname aan het Egyptische politieke leven.

Degenen onder ons die zich inzetten voor politieke hervorming van de Arabische wereld, voelden zich gesterkt door de gedurfde inhuldigingstoespraak van president George W. Bush, waarin hij de verbreiding van de democratie uitriep tot het kernpunt van zijn Midden-Oostenpolitiek. De VS, zei Bush, zouden geen dictaturen meer toestaan of vergoelijken. Maar hij vertelde niet waarom Washington dit tot nog toe altijd had gedaan. Weliswaar hebben de Amerikaanse beleidsvormers de wens uitgesproken om de democratie te bevorderen, maar ze zijn er ook op uit de groeiende macht van de islamisten te beteugelen die hebben immers het meest te winnen bij de democratische sfeer die de VS in het gebied proberen te creëren.

Met andere woorden: door de angst dat de islamisten met behulp van een democratisch proces aan de macht zullen komen, wordt de verbreiding van de democratie in de Arabische wereld minder wenselijk.

Dit speelt vooral in Egypte, waar de Moslimbroederschap nog altijd is uitgesloten van deelname aan de verkiezingen. Nog niet duidelijk is wie zich voor het presidentschap kandidaat mogen stellen, maar het is onwaarschijnlijk dat de Broederschap aan de verkiezingen mag deelnemen, omdat de kandidaten vermoedelijk zullen moeten worden gesteund door een wettige politieke partij en de goedkeuring behoeven van het parlement. En daarin bezet de regerende Nationale Democratische Partij van Mubarak meer dan 90 procent van zetels.

Als het Bush ernst is met zijn roep om meer democratie, en dat lijkt het geval te zijn, dan moet zijn regering een samenhangender standpunt ontwikkelen over de politieke islam. Door hun legitimiteit en massale steun onder het volk kan aan de vreedzame islamisten niet voorbij worden gegaan. Bovendien kunnen we ons onmogelijk voorstellen hoe Egypte zich ooit onder 's werelds werkelijke democratieën zou moeten scharen als het geen plaats kan bieden aan een groep die de grootste groep kiezers vertegenwoordigt.

De islamisten hebben zich vreedzame deelnemers aan het democratische proces betoond in Marokko, Jemen, Koeweit en Jordanië, waar zij sterke krachten in het parlement zijn. In Turkije hebben de islamisten blijk gegeven van een indrukwekkende vermogen om zich aan te passen aan de sociale en politieke werkelijkheid, waarmee ze een toonbeeld van islamitische gematigdheid vormen. De islamistische politici in Turkije waren eens felle voorstanders van een breuk met het Westen. Inmiddels zoekt de regerende islamitisch getinte Rechtvaardigheids- en Ontwikkelingspartij actief aansluiting bij het Westen, met name bij de Europese Unie.

Ook de ervaring van Jordanië is het vermelden waard een zeldzaam voorbeeld van meer dan vijftig jaar vreedzame coëxistentie en dikwijls nauwe samenwerking tussen de islamisten en het ogenschijnlijk seculiere Hasjemitische koningshuis.

De les is duidelijk: vrije verkiezingen, uitbreiding van de politieke ruimte en andere institutionele mechanismen die bevorderen dat conflicten met vreedzame middelen worden opgelost, bewegen islamitische partijen tot gematigder doelstellingen. Als de VS van plan zijn in het Midden-Oosten een gewaagde nieuwe weg in te slaan, dan zullen ze weerbarstige regimes als dat van Mubarak moeten dwingen niet alleen liberalen als Nour, maar ook gematigde islamisten in het democratische proces te betrekken.

Politiek wetenschapper en dichter. Hij doet aan de universiteit van Amman, Jordanië, onderzoek naar democratisering en de politieke islam.

©Shadi Hamid/Daily Star (Beiroet)