Wij zijn de baas

De particuliere scholen van Iederwijs groeien hard. Ze trekken ouders die zich afzetten tegen gewone scholen, waar alles draait om meetbare prestaties. ,,Aan groeiend gras moet je niet trekken'', vindt men bij Iederwijs. En: ,,Als ze willen mogen ze tien jaar voetballen.'' Maar, zeggen critici, straks blijkt misschien dat die kinderen niets hebben geleerd.

Op een vel in de gang hangt een rooster met het aanbod van deze week. Zoals maandag: acrobatiek. Of dinsdag: wiskunde en paardrijden. Dit is geen buurthuis, dit is een school. Een school in het Gelderse plaatsje Loenen. Particulier, dat wel. Klaslokalen hebben ze hier niet. Leerlingen bevinden zich in dezelfde ruimte. Ze kiezen zelf wat ze doen en met wie. Leraren heten `begeleiders' en zijn een `aanspreekpunt'. Zij verzorgen geen lessen, maar `aanbod'.

,,Wij kunnen hier geschiedenis schrijven'', zegt bestuurslid Henk Veneman van de particuliere school Iederwijs Loenen. ,,De tijd zal leren of we in het jaar 2000, ons oprichtingsjaar, het Nederlandse onderwijs hebben veranderd.'' Het klinkt zelfverzekerd. Veneman zit samen met bestuurslid Miriam Schreurs op kleine stoeltjes in het handvaardigheidslokaal. Om hem heen een paar ouders en leraren. Folders gaan rond.

,,Wat wij hier neerzetten'', betoogt Veneman, ,,is een radicale vorm van wat wij `natuurlijk leren' noemen. Voor het eerst is het onderwijs niet gebaseerd op de grondslagen van de Industriële Revolutie.'' Hij somt op waar het gewone onderwijs volgens hem nog altijd in uitblinkt: productie draaien, lesstof stampen, leerlingen als hapklare brokken afleveren.

Op Iederwijs gaat het anders. Prestaties van leerlingen worden niet gemeten in cijfers of Cito-toetsen. De begeleiders beschrijven de sociale en creatieve ontwikkeling van de kinderen. Over de dagelijkse gang van zaken op school hebben de kinderen evenveel te zeggen als de begeleiders. Elke week komen begeleiders en kinderen samen in een schoolkring, waarin ze vergaderen. De kinderen moeten zich aan regels houden die ze zelf mede hebben bepaald.

Veneman: ,,Innerlijke motivatie is hier het belangrijkst. Kinderen kiezen zelf wanneer ze iets willen leren en of ze daarbij hulp nodig hebben. Want alleen als ze écht geïnteresseerd zijn, steken kinderen iets op.''

Een vrouw die werkt op een gewone basisschool steekt haar hand op. ,,Jullie houden geen resultaten bij van de kinderen. Hoe weten jullie dan of een kind niet stagneert in zijn ontwikkeling?''

Henk Veneman: ,,Stagnatie, bij dat woord moet ik weer zó aan het industriële tijdperk denken. Kinderen ontwikkelen zich autonoom, wij zien dat niet als vastlopen.''

Miriam Schreurs: ,,Wij volwassenen noemen het stagnatie. Maar wij bekijken of het kind misschien een noodzakelijke pauze in zijn ontwikkeling doormaakt.'' Veneman: ,,Aan groeiend gras moet je niet trekken.''

Het schoolgebouw ligt langs een drukke autoweg, net buiten Loenen. De school heeft 27 leerlingen de oudste is 15, de jongste is bijna 4. Het gebouw bestaat uit drie lokalen: naast de grote ruimte is er een technieklokaal en een theaterzaal. Daarboven is een zoldertje getimmerd, de `snoezelkamer'. Kinderen kunnen daar in ligkussens een dutje doen of lezen. Lesboeken liggen naast de spelletjes in het grote lokaal. Live your dreams, is te lezen op een kunstwerk van begeleider Erik Reith.

De school maakt deel uit van een netwerk van zogeheten Iederwijs-scholen. Sinds 2002 zijn er negentien van deze scholen gesticht. Inmiddels hebben ze samen meer dan vierhonderd leerlingen. De school in Loenen, die al twee jaar als zelfstandige particuliere school bestond, sloot zich er in 2002 bij aan.

Sindsdien gaat het razendsnel. Op dertig plaatsen zijn er scholen in oprichting. ,,We staan op de kaart'', zegt mede-oprichter Yolanda Eijgenstein, zakenvrouw van het jaar 1997, in haar kantoor in Schoonhoven. De tijd is volgens haar rijp voor een tweede historische omslag in het onderwijs in zeventig jaar. Destijds stichtte haar grootvader de eerste Montessori-school. ,,Kinderen mochten voor het eerst naar de juf lopen en in groepjes zitten. Revolutionair was dat toen. Inmiddels is dat gewoon.''

Maar de samenleving is veranderd, zegt Eijgenstein. Dus moet ook het onderwijs veranderen. ,,Natuurlijke autoriteiten, zoals God of de politiek, hebben aan gezag ingeboet. Mensen willen zelf zoeken naar zingeving.''

Het Jenaplan- en Montessori-onderwijs hebben het onderwijs veranderd, zegt Eijgenstein, ,,maar zij zijn uiteindelijk in het reguliere systeem gaan zitten''. De scholen krijgen overheidssubsidie en moeten daarom aan alle eisen voldoen die het ministerie van Onderwijs stelt.

Onvrede

Onvrede met `het systeem' was voor een klein groepje, onder wie Yolanda Eijgenstein, de reden een alternatieve onderwijsvorm op te zetten. In Schoonhoven begon een klein schooltje met zes kinderen. ,,Het onderwijs houdt te weinig rekening met het kind, het kind moet zich aan het onderwijs aanpassen'', zegt Eijgenstein. ,,Leraren draaien jarenlang dezelfde lessen af, en de kinderen hebben een exact vastgestelde periode om zich de verplichte lesstof eigen te maken. De structuur bepaalt het gedrag van leerlingen.''

Op Iederwijs-scholen, zegt Eijgenstein, staat het kínd centraal. Want kinderen, zegt ze, moeten de vrijheid krijgen hun talenten te ontplooien. ,,In plaats van de leraar leren de kinderen van elkáár. Wij zorgen ervoor dat zij zich ontwikkelen tot initiatiefrijke kinderen, met discipline en zelfbewustzijn. Daarin voorzien wij kennelijk in een behoefte van ouders.''

De Iederwijs-scholen zijn particulier. Ze krijgen geen geld van de overheid enworden dit moment alleen op `inrichting' van het gebouw en `bevoegdheden van de leraren' door de Onderwijsinspectie gecontroleerd. Ouders betalen meer dan wanneer zij hun kind naar `gewone scholen' sturen: tweehonderd euro per maand.

Iederwijs Loenen trekt, net als alle Iederwijs-scholen, ook ouders van leerlingen die vastlopen op `gewone scholen', vertelt Erik Reith. ,,Voor hen is deze school een laatste redmiddel. Dit systeem werkt voor alle kinderen. Alleen moeten ouders ertegen kunnen dat een kind soms een half jaar geen rekenboek pakt.''

Toch weigert de school ook leerlingen. Miriam Schreurs: ,,Wij zijn geen voorziening als het speciaal onderwijs, waar leerlingen met leer-en gedragsproblemen terechtkunnen. De groep moet het kunnen dragen.'' Het afgelopen jaar heeft de school twaalf kinderen geweigerd.

In een hoek van het grote klaslokaal begint de wekelijkse schoolkring. Begeleider Erik Reith gaat in een kring zitten met Fenna (10), Daan (9), Carolien (13) en Inger (13). De stem van een kind weegt hier even zwaar als die van een volwassene. Wie wil, mag meepraten in de kring. Een besluit wordt alleen genomen als niemand overwegende bezwaren heeft.

Inger zit op de verwarming en neemt het woord. De jongens maken te veel kapot, vindt zij. ,,Ze hebben de laatste tijd vier keer naast de wc geplast. En ze laten skelters buiten staan.'' Omdat de kring eerder besloten had vijf euro op het budget van de leerlingen te houden als het gebouw niet netjes is achterlaten, worden de meisjes gedupeerd. Want van dat geld worden extraatjes betaald, zoals excursies.

Oneerlijk dus, vindt Inger. De meisjes maken hun wc immers niet vies. Carolien: ,,Ik wil dat het meisjesbudget wordt gescheiden van dat van de jongens. Nu betalen wij omdat de jongens naast de wc plassen.''

Erik Schreurs kijkt bedachtzaam. ,,Mag ik beginnen?'', vraagt hij. De groep knikt. ,,Ik snap het probleem, maar het gaat niet alleen om de wc'', zegt hij. ,,Kinderen laten spullen slingeren, of maken na schooltijd rommel. Dat zijn niet alleen jongens. En er zijn ook jongens die nooit iets kapotmaken.'' Daan is het met dat laatste eens. Hij veert op van de bank. ,,Straks kan ik nooit meer mee op een uitje.''

Fenna steekt haar vinger op. Als kinderen die alles opruimen er nou geld bij krijgen, oppert zij. Een paar alternatieven passeren de kring. Een persoonsgebonden budget, zodat de vervuiler betaalt. Een speelverbod voor kinderen die hun rommel niet opruimen. Uiteindelijk besluit de kring dat de opruimcommissie beter haar werk moet doen en beter toezicht moet houden. De besluiten worden uitgeschreven en op de deur geplakt.

Tegenzin

Volgende maand opent in Renkum de twintigste Iederwijs-school. In een huiskamer zitten drie moeders die hun kinderen naar de school zullen sturen. Alleen Joke Wikkerink twijfelt nog over haar zoon van 14 die al op een school zit. ,,Ik weet niet of het goed voor hem is. Maar hij vindt het vreselijk op school. Al zijn hele leven.''

Het gewone onderwijs remt de ontwikkeling van kinderen, vinden de moeders. Maaike van Mourik: ,,Kinderen leren tot hun vierde jaar uit zichzelf en daarna moeten ze opeens doen wat de juf zegt. Aan een tafeltje zitten en werkjes doen. Kinderen gaan met tegenzin naar school.''

Tachtig ouders hebben hun kinderen al aangemeld voor de nieuwe school. Maar volgens initiatiefnemer Van Mourik van Iederwijs De Vallei zoals de school gaat heten begint de school waarschijnlijk met vijftien kinderen.

Waar komt die plotselinge belangstelling vandaan? Wim Meijnen, hoogleraar onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam, heeft zich er de laatste maanden over verbaasd. ,,De opkomst van Iederwijs heeft iets paradoxaals'', zegt hij. ,,Ouders vragen tegenwoordig juist resultaten van scholen en roepen om verantwoording. En dan komt er zo'n jaren zeventig-concept bovendrijven.''

Particuliere scholen waren tot dusver meestal `bijspijkerinstituten', die de naam hebben streng te zijn. Alternatieve scholen leidden een bestaan in de marge. Maar die tijd lijkt met de opkomst van Iederwijs voorbij. Met name onder sommige hoger opgeleide ouders, zegt Meijnen, leeft een toenemend gevoel van onvrede over het gewone onderwijs. ,,Deze ouders eisen het beste voor hun kind. Een kind is een project dat alle aandacht verdient, maar de omgeving mag zich er niet mee bemoeien. Dus gaan ouders op zoek naar iets anders. Dit is onderwijsvrijheid in de meest ultieme vorm. Waar dat toe leidt, of dat kinderen oplevert die uiteindelijk niet genoeg kennis hebben, weten we nog niet. Maar klaarblijkelijk nemen ouders dat risico.''

Tegelijk met de opkomst van Iederwijs ontstond de kritiek. Deze zomer verscheen een ingezonden brief in de Volkskrant van de econoom Bernard van Praag, onderwijseconoom Henriëtte Maassen van den Brink en Wim Groot, alle drie verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Nova had een uitzending aan het fenomeen gewijd. Van Praag: ,,We kwamen elkaar in de gang tegen en spraken onze verbazing uit over zoiets zots als Iederwijs.''

Hun zorg is dat de school drop-outs produceert. ,,We hebben in Nederland afgesproken dat elke school aan een aantal eisen moet voldoen; de zogenoemde kerndoelen. Daarin staat wat kinderen aan het eind van de basisschool allemaal geleerd moeten hebben. En dat zouden we nu maar gewoon loslaten omdat een aantal mensen bedenkt dat kinderen zelf goed weten wat ze moeten leren? Daar geloof ik niet in. Kinderen zijn daar niet toe in staat. Kinderen hebben leerkrachten nodig om ze dat te leren. Aan deze gekkigheid moet zo snel mogelijk een einde worden gemaakt door de Onderwijsinspectie.''

Léren kinderen wel wat? Yolanda Eijgenstein zucht. Ze moet het vaak uitleggen aan critici, zegt ze. ,,Ik zeg wel eens provocerend: als een kind wil, mag het tien jaar lang bij ons voetballen. Wij kennen geen enkele restrictie daarin. Maar je ziet dat een kind na vijf dagen voetballen zélf doorkrijgt dat dat niet het enige is. En voor je het weet, pakt hij alsnog een boek.''

Miriam Schreurs heeft, zegt ze, hetzelfde gezien bij haar dochter Inger. ,,Jarenlang keek ze geen wiskundeboek in. Totdat ze op een dag zei dat ze wilde weten wat er in die boeken stond. Binnen een paar maanden beheerste ze de hele stof van de basisschool.'' Toch, geeft ze toe, is er soms een conflict tussen haar ideeën ,,als moeder'' en die als oprichter van de school. ,,Ik heb de omslag moeten maken om volledig op de kinderen te vertrouwen.''

Nieuwsgierig

Donderdagochtend. In het grote lokaal, verdeeld in vijf hoeken die door lage kasten zijn afgebakend, zijn overal kinderstemmen te horen. Een groep meisjes ruilt verzamelkaartjes aan de grote tafel, jongens spelen verderop het kaartspel Magic, in een hoek zitten twee meisjes stil te werken.

Sjoerd en Ivo (9) spelen samen Pokémon. Urenlang gaan ze volledig op in hun spel. Ze gebaren naar elkaar en geven commando's, half in het Engels, half in het Nederlands. Rage volle kracht! Level twee tot honderd! TM1 is diamatic punch! En hup, Sjoerd draait zich om en gooit een been de lucht in. ,,Aaaahh'', roept Ivo. Hij speelt dat hij geraakt is en stort neer.

Miriam Schreurs kijkt rond. ,,Er zijn onder de oppervlakte allemaal processen gaande. De kinderen leren juist hier veel, want de nieuwsgierigheid komt helemaal uit zichzelf.''

Kijk, daar is weer zo'n proces. Terwijl ze praat, onderbreekt Schreurs een paar keer haar verhaal voor een gebeurtenis. Twee meisjes, een jaar of twaalf, discussiëren op luide toon. Het gaat om het opzetten van een spel met matten, houten blokken en een trampoline. De een wil tien minuten later komen helpen met opbouwen, waar de ander het weer niet mee eens is. Met rode hoofden staan ze tegenover elkaar.

,,Ik vind: afspraak is afspraak.''

,,Maar ik zei toch dat ik wel kom helpen? Alleen wordt het tien minuten later.''

,,Ja zeg, dan hebben wij het zware werk al gedaan.''

Na een paar minuten hebben de meisjes een compromis bereikt: het spel wordt tien minuten later opgebouwd. Miriam Schreurs lacht. Dat was precies wat ze bedoelde. ,,Een kind ontdekt hier zelf hoe het problemen moeten oplossen. Als ik ga vertellen wat ze moeten doen, dan leren ze niets. Dan doen ze alleen wat ik zeg.''

Aan het uiteinde van een lange tafel zit Romy (12, lang rood haar). Zit alweken te blokken. Zij gaat volgend jaar van school af, naar het vmbo. Daarom wil ze leren lange tijd achter elkaar te zitten werken. Elke dag krijgt ze drie keer vijftig minuten les van begeleider Erik Reith taal, rekenen en wereldoriëntatie. Ze nemen vanochtend een grammaticaboek door. Reith: ,,Haal hier eens de persoonsvormen uit. Dat vond je lastig, toch?'' Het gaat goed met Romy, zegt Reith na afloop opgetogen. In korte tijd heeft ze zich al het niveau van groep zes eigen gemaakt. Aan het einde van deze maand moet ze een toelatingstoets voor het vmbo maken. Dan moet ze het niveau van een leerling in groep 8 hebben. Reith: ,,We komen een heel eind, hoor. We gaan in sneltreinvaart.''

Aandacht

De kinderen op Iederwijs-scholen krijgen tenminste weer de aandacht die ze verdienen, zegt Luc Stevens. Hij is emeritus hoogleraar orthopedagogiek van de Universiteit Utrecht, gespecialiseerd in leerproblemen. Stevens: ,,Kinderen moeten leren weer leuk gaan vinden en zelf gaan ontdekken.''

Sinds zijn emeritaat houdt Stevens kantoor midden in de bossen van een landgoed in Driebergen. Een paar gebouwen verderop zetelt ook een Iederwijs-school. De conclusie die hij trekt na zijn loopbaan is dat het huidige onderwijs zijn eigen problemen creëert. ,,Het is een doodlopende weg. In Nederland wordt dat alleen al bewezen door het hoge aantal voortijdige schoolverlaters. Ik besef dat Iederwijs een extreme variant is, maar er moet iets veranderen in het onderwijs. En daar heb je voorlopers bij nodig.''

Stevens noemt als voorbeeld de Amerikaanse Sudbury Valley School, de inspiratiebron van Iederwijs, die al 35 jaar bestaat. Volgens Stevens komt op deze school geen dyslexie voor. Dat beweert de stichter, Daniel Greenberg, ook in zijn boek `De Vrijheid van Sudbury Valley School.' Greenberg stelt dat kinderen pas gaan lezen als zij daar `aan toe' zijn. De kinderen overwinnen volgens Greenberg hun dyslexie omdat zij niet gedwongen worden te lezen.

Tot nu toe blijft het gissen naar de effecten van het Iederwijs-concept op de leerresultaten van kinderen. Nog maar een paar leerlingen hebben de school in Nederland verlaten. Ook naar de effecten van het onderwijs van de Sudbury Valley School is in 35 jaar geen onderzoek gedaan. In het boek worden alleen geslaagde voorbeelden gegeven. Stevens: ,,Natuurlijk is het optimistisch, maar met het benoemen van alleen de problemen in het onderwijs zijn we óók niet veel verder gekomen. Een zwakke lezer zal nooit een goede lezer worden. Door kinderen te dwingen maak je ze alleen maar onzeker en ongelukkig.''

De Onderwijsinspectie houdt geen toezicht op het onderwijs op Iederwijs-scholen, net zo min als op andere particuliere scholen. Naar schatting van de inspectie zijn er dertien particuliere basisscholen en achttien middelbare. Precies weet de inspectie het niet. Particuliere scholen als Iederwijs worden alleen bezocht door de leerplichtambtenaren om te bekijken of ouders aan de leerplicht voldoen. Ze moeten hun kind naar een onderwijsinstituut sturen en dat instituut hoeft op zijn beurt alleen maar te voldoen aan basiseisen: de huisvesting moet goed zijn en het personeel voldoende geschoold.

Maar, zegt hoofdinspecteur Leon Henkens: ,,We mogen het onszelf aanrekenen als het toezicht niet verandert en over zes jaar blijkt dat er kinderen met grote achterstanden van de Iederwijs-scholen komen.'' Henkens vraagt zich af of Iederwijs wel zo'n goed concept is voor kinderen die moeilijk leren. ,,Over het algemeen gaat het bij Iederwijs om kinderen van hoger opgeleide ouders. De school lijkt op thuis en dat is alleen maar goed voor hun leerresultaten. Maar voor kinderen die niet goed kunnen leren, kan zo'n vrij concept wel eens een brug te ver zijn.''

De snelle opkomst van de Iederwijs-scholen heeft minister Van der Hoeven (CDA, Onderwijs) ervan bewust gemaakt dat meer toezicht nodig is op het particulier onderwijs, zegt Henkens. ,,Leerplichtambtenaren kwamen steeds vaker met de vraag of scholen als Iederwijs wel voldeden aan de minimale eisen die aan een particuliere school werden gesteld. De meeste particuliere scholen voldoen ruimschoots aan de eisen die gesteld worden aan gewone scholen. Ze hebben kleinere klassen en besteden meer tijd aan onderwijs.''

Probleem met Iederwijs, zegt Henkens, is juist dat er helemáál geen klassen zijn. Daarnaast moeten gewone scholen laten zien welke stof ze gaan aanbieden maar dat kunnen Iederwijsscholen per definitie niet omdat de kínderen zelf de stof bepalen.

Sinds deze zomer is de inspectie dan ook bezig een zogeheten `toezichtskader' op te zetten voor particuliere scholen. De inspectie heeft drie pilots opgezet, waarvan één bij de Iederwijs-school in Schoonhoven om te bepalen of er voor Iederwijs een ander toezicht is vast te stellen.

Henkens: ,,Ook Iederwijs moet voldoen aan basiseisen als bijvoorbeeld een ononderbroken ontwikkeling en aansluiting op het voortgezet onderwijs. In samenspraak met de school kijken we hoe het Iederwijs-concept kunnen aanpassen aan de kerndoelen.''

Erkenning

Erkenning van de overheid en daarmee subsidie om leraren te betalen. Yolanda Eijgenstein wil niets liever. Maar, zegt ze: ,,Aan de basis valt niet te tornen. We gaan niet opeens wél vaste lesstof aanbieden. Ik ben daarom blij met de pilot van de inspectie in Schoonhoven.''

Iederwijs-school de Vrijborgh in Vught heeft dit jaar erkenning gekregen van het ministerie van Onderwijs als `algemeen bijzondere school'. Die kreeg ze op grond van artikel 23 van de Grondwet. De school krijgt volgend jaar overheidsgeld omdat ze voldeed aan de eisen: ze kon met handtekeningen van ouders aantonen binnen vijf jaar minimaal 200 leerlingen te hebben. Deze school zal wel aan toetsing op kerndoelen moeten geloven, want de inspectie gaat erop toezien. Overigens wil de Vrijborgh wel kijken waar zij concessies kan doen, volgens woordvoerster Mandy Kaas.

De moeders in Renkum geloven juist het tegenovergestelde: dat de groei van de Iederwijs-scholen ertoe zal leiden dat de kerndoelen worden bijgesteld. Maaike van Mourik: ,,Die regels moeten gewoon veranderen. In de kerndoelen staat bijvoorbeeld dat kinderen op de basisschool de tafel van zeventien moeten leren. Kun jij die nog opdreunen?''

Hoogleraar Meijnen verwacht niet dat de overheid de kerndoelen zal loslaten. ,,In het verleden hebben de Vrije Scholen ook die kerndoelen aangevochten door middel van een proces. Dat hebben ze wel verloren. De Vrije Scholen hebben toen het onderwijs moeten aanpassen. Iederwijs is een nieuwe beweging die nog lang niet uitgekristalliseerd is. Het mag snel groeien, maar laten we eerst kijken wat er na vijf jaar over is van al die initiatieven.''

Meijnen is wel genuanceerder dan onderwijsminister Van der Hoeven. ,,Zij praat over vrijheid en zelfstandigheid van scholen, maar intussen wordt een school wel de maat genomen in de manier van lesgeven. Wat míj betreft blijft Iederwijs bestaan, mits ze de kerndoelen halen. Dat is de enige eis die de inspectie moet stellen. Voldoen ze daar niet aan, dan moet de overheid de school sluiten.''