Wie helpt de consument?

Dit jaar wordt het wettelijke bouwwerk voltooid dat de financiële wereld moet ordenen en de consument beter moet beschermen.

Het betreft het algemene deel van de Wet op het financieel toezicht, de Wft. Die vormt het slot van de herziening van het toezicht op de markt. Uitgangspunt is de bestaande opzet per sector (banken, verzekeraars, pensioenfondsen, kredieten, effecten enzovoort) om te vormen tot een nieuwe opzet. Die opzet bestaat uit twee onderdelen. Het prudentieel (met beleid) toezicht door De Nederlandsche Bank en de Pensioen- en Verzekeringskamer, en het gedragstoezicht door de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Het prudentieel toezicht kijkt kritisch in de keuken van bedrijven en neemt eventueel maatregelen en de AFM controleert hoe de bedrijven omgaan met hun potentiële (particuliere) klanten.

De Wft vervangt de acht wetten die toezien op onder meer het kredietwezen, het verzekeringsbedrijf, het effectenverkeer, de beleggingsinstellingen, natura-uitvaartverzekeringsbedrijf en de assurantiebemiddeling.

Daarnaast staat de Wet financiële dienstverlening, de Wfd, in de steigers. De Wfd, een onderdeel van de Wft, legt de verantwoordelijkheden van dienstverleners vast. Zo worden hun belangrijke kwaliteitskenmerken als deskundigheid, betrouwbaarheid, adequate informatieverstrekking en zorgvuldige advisering wettelijk gewaarborgd. Het wetsvoorstel stoelt op de gedachte dat het voor de bescherming van een consument niet uitmaakt via welk distributiekanaal (bank, verzekeraar, pensioenfonds, tussenpersoon, internet) hij een product aanschaft, noch in welke sector (effecten, verzekeringen, hypotheken) het product zijn oorsprong heeft. Om deze uitgangspunten te kunnen realiseren vallen niet alleen bemiddelaars maar ook aanbieders, bijvoorbeeld banken en verzekeraars en adviseurs (voorzover de advisering leidt tot de aanbeveling van een specifiek product) onder de reikwijdte van de wet.

De invoering van de Wft en Wfd is een ingrijpende operatie, mede omdat alle betrokkenen hun zegje mogen doen en niet iedereen zit te wachten op strengere wetten, regels en voorschriften. Het verloop ervan is te volgen op de website van financiën, www.minfin.nl, en die van de AFM (www.afm.nl/marktpartijen) die gaat toezien op de naleving van de wet.

Nu de invoering nadert, 1 januari 2006 lijkt een passende datum, vragen meerdere toezichthouders zich af hoe je het publiek moet voorlichten, of weerbaarder maken, of trainen. De Nederlandsche Bank heeft plannen, de AFM heeft een map met keurige folders en het Dutch Securities Instituut (keurmerkt effectenspecialisten, handelt klachten van beleggers af) denkt aan een beleggerstest.

Dat is hoog tijd, want tot nu toe is de wettelijke benadering top-down (van bovenaf) en die betrekt de consument niet in het spel, je kan niet alles tegelijk. Maar dit soort toezicht kan niet zonder een degelijke bottum-up controle. En die gaat uit van de consument zelf. De consument moet zijn verantwoordelijkheid willen en kunnen dragen. Mensen zijn doorgaans onwetend, laten zich leiden door hebzucht, angst en gemakzucht. Reageren op prikkels van buitenaf: advertenties, folders, gekleurde artikelen, telefoontjes. Redeneren zelden vanuit hun behoeften en risico's, maar staren zich blind op de voordelen van een aanbieding en willen niet denken aan nadelen en risico's. Aan die instelling van (impuls)kopers veranderen de nieuwe wetten (bijna) niets.

Er moet dus iets gebeuren. De ingrijpende invoering van de genoemde wetten is vergelijkbaar met de landelijke introductie van het nieuwe inkomstenbelastingstelsel op 1 januari 2001 en het nieuwe erfrecht op 1 januari 2003. Toen werkte de overheid actief en financieel mee om het publiek voor te lichten.

Zo kan en moet het rond 1 januari 2006 weer gaan. Een lekkere dikke huis-aan-huis krant van alle betrokken partijen, ondersteund met boekjes en brochures, waarin mensen onder meer kunnen lezen waar ze allemaal op moeten letten wanneer ze ergens geld in stoppen. De tien dingen die je nooit moet doen en de tien die je juist wel moet doen. En dan niet op zo'n keurige, beleefde, polderachtige manier, maar recht op de man/vrouw af.