Scoringsdrift zit in het bloed

Sietze Veen (58) was een behendige middenvoor, die tien jaar (1968-'78) onder contract stond bij de voetbalclub die hij tegenwoordig leidt: De Graafschap. Zijn oudste zoon Stephan (34) groeide uit tot een van 's werelds beste hockeyers. Een gesprek over wijze raad, leiderschap en nuchterheid.

In Sydney was hij, broodnuchtere Groninger die opgroeide in Winschoten, zijn emoties niet langer de baas. Zijn oudste zoon had de Nederlandse hockeyploeg zojuist eigenhandig (drie doelpunten én de beslissende strafbal) de olympische titel bezorgd ten koste van Zuid-Korea, en op de tribune stonden de tranen in de ogen van Sietze Veen. ,,Huilen is van nature niet aan mij besteed. Maar op die bewuste avond, ja, toen hield ik het niet meer. Om op zo'n manier afscheid te mogen nemen als topsporter; na zo'n moeizaam toernooi waarbij binnen de ploeg van alles en nog wat speelde, en dan als aanvoerder je team zo bij de hand nemen indrukwekkend. Dat heb ik hem later ook verteld, en dat terwijl ik zelden of nooit een complimentje uitdeel.''

Na afloop van die olympische finale van 2000, op veilige afstand van de foto- en tv-camera's, vonden vader en zoon elkaar in een innige omarming in een hoek van het stadion. Ook Stephan Veen herinnert zich dat moment als de dag van gisteren. ,,Ik heb mijn vader aangekeken en hij mij, maar we hoefden elkaar niets te zeggen. Het was wel duidelijk. Achteraf bezien was dat moment, samen met hem, mijn moeder en mijn broer kort na die finale, zo vreselijk mooi, zo intens én waardevol. Dat moment koester ik, misschien nog wel meer dan die medaille zelf.''

Uiterlijk lijken vader en zoon niet veel op elkaar, innerlijk des te meer. Vergelijkbaar karakter, vergelijkbare voorkeuren. En we moeten dus niet vreemd opkijken als Stephan onbewust exact hetzelfde voor- en hoofdgerecht bestelt als zijn vader op dat moment in zijn hoofd heeft. De laatste, grijnzend: ,,Niks bijzonders hoor, overkomt ons vaker.'' Plakboeken bijhouden over hun sportcarrière? Aan beiden niet besteed. Stephan: ,,Dat doet oma, al jaren, en dat doet ze heel goed.''

Ook op het veld vertoonden de Veens opvallende overeenkomsten, al is sprake van verschillende disciplines. Beiden waren zeer behendig en gezegend met veel balgevoel. Maar senior signaleert ook een verschil: ,,Stephan kon accelereren, hij vond altijd nog een tweede versnelling. Ik niet; ik kende maar één tempo en gooide daarom bij de tegenstander vaak m'n kont erin. En dan draaien en schieten.''

Én scoren, want ook dat hebben vader en zoon gemeen: scoringsdrift, zowel binnen als buiten de lijnen. Veen senior was tweemaal clubtopscorer (1971 en '75) bij De Graafschap, Veen junior een aalvlugge goaltjesdief die furore maakte bij HC Doetinchem, Upward (Arnhem), HGC (Wassenaar) en het Nederlands elftal (275 interlands, 116 doelpunten). ,,Die wil om te scoren blijft, ook na de sportcarrière'', zegt de laatste, zelf inmiddels ook vader van een zoon en getrouwd met oud-hockeyinternational Suzan van der Wielen. ,,Noem het geldingsdrang, maar het is er. Ik heb het nu in mijn werk ook: als anderen afhaken omdat het bijvoorbeeld al laat op de avond is, dan vind ik ergens nog een tandje en blijf ik doorgaan.''

Ze zijn elkaars raadgever, en toen vorig najaar het verzoek kwam of Sietze Veen voorzitter wilde worden van de voetbalclub waar hij tien jaar (1968-1978) onder contract stond, belde de voormalige spits vanzelfsprekend ook zijn oudste zoon. Diens advies? ,,Doen, gewoon doen, heb ik mijn vader gezegd. Daar ligt je hart, dus aarzel niet. Sport zit ons in de aderen, en uitdagingen moet je niet uit de weg gaan. Hij weet wat leiding geven is, en heeft als oud-speler van De Graafschap een natuurlijk streepje voor bij de achterban. Bovendien is hij nuchter genoeg om zich niet het hoofd op hol te laten brengen in die vaak wat hectische voetbalwereld.''

Beiden hebben de ratio hoog in het vaandel staan en maken een bedachtzame indruk. Beiden kennen ook de wetten van het `harde' zakenleven: de vader als directeur van de Brouwer Groep, een in Leusden gevestigd bedrijf in geïntegreerde grafische dienstverlening, de zoon als `senior relatiemanager grootzakelijke markt' bij Rabobank. Voorzitter van een eredivisieclub die gedoemd is tot degradatievoetbal en niet over een gulle gemeenteraad beschikt à la `buurman' Vitesse uit Arnhem; in een bedrijfstak bovendien waar emoties geregeld de overhand krijgen dat is een baan met, zoals dat heet, een `hoog afbreukrisico'. Hij weet het. ,,Dat was ook een van de redenen dat mijn vrouw niet stond te juichen. Maar mijn gevoel sloot exact aan bij datgene wat ook Stephan mij voorhield: volg je hart. Het was pure emotie dat ik `ja' zei. Maar De Graafschap is mijn club, Doetinchem is mijn stad.''

Terug in de wereld waar hij als prof vijftien jaar deel van uitmaakte, als speler van achtereenvolgens Heracles, PEC Zwolle en De Graafschap, blijkt er bijna dertig jaar later veel veranderd. En niet alles ten goede, constateert Veen. ,,Veel vooroordelen kloppen, want de voetbalwereld is inderdaad niet altijd even eerlijk. Nieuws ligt snel op straat en respect is vaak ver te zoeken: spreekkoren, flying tackles, elleboogstoten, spugen. Dat is toch even wat anders dan hockey of de jaren zeventig, toen ik voetballer was en mijn zoons een beschermde opvoeding gaf.''

Niet dat hij de klok wil terugdraaien, maar: ,,Ik heb bij De Graafschap een boetepot ingesteld voor diegene die `een elleboog' uitdeelt. We zijn een sympathieke club, en dat moeten we ook uitstralen. We strijden weliswaar tegen degradatie, maar iemands benen op kniehoogte `afzagen' past niet. Ze houden hun armen maar langs het lichaam. Ik wil het verleden niet romantiseren, maar destijds hadden wij bij De Graafschap voetballers die smerige overtredingen niet nodig hadden: Oeki Hoekema, Guus Hiddink, André van der Ley, dat soort types. Zelf heb ik in vijftien jaar profvoetbal geen kaart gehad. Daar ben ik trots op. Ik deed het op basis van inzet en techniek. Zoals het hoort dus.''

Nostalgie is hem niet vreemd, en dat hebben ze geweten in de Achterhoek. ,,Ik hou van ons clublogo, en dan vooral van die fraaie handgeschreven G. Dat is pure geschiedenis. Drie jaar geleden wilden ze daar vanaf. Daar ben ik vóór gaan liggen, net als de supporters. Ik was dolblij met hun actie. Zelf heb ik de toenmalige voorzitter gebeld. `Het gaat toch niet gebeuren, hé?' Het is ook niet gebeurd, en gelukkig maar. Sommige dingen in het leven moet je intact laten.''

Veen is bij de Superboeren niet alleen voorzitter, de oud-voetballer die met Jan Mulder en Klaas Nuninga opgroeide bij WVV beheert ook de portefeuille technische zaken en beslist zodoende mee over het aan- en verkoopbeleid. Sinds zijn aantreden in oktober vorig jaar maakten tal van spelers de overstap naar De Vijverberg. ,,Kwestie van de juiste plannen maken, oude contacten aanboren, goede commissarissen aanstellen, de juiste sponsors vinden en die ook vast weten te houden. Want voetbal is geld, simpel zat. Het is niet kopen om het kopen, want we kijken verder dan dit seizoen. We willen geen Volendam worden: op en neer. Leo Beenhakker (oud-bondscoach, red.) heb ik benaderd. Hij heeft met zijn grote netwerk uitstekend werk voor ons verricht. Soms bel ik Stephan als we een speler op het oog hebben. Niet dat hij de doorslag geeft, maar gewoon om te polsen hoe hij erover denkt. Hij is topsporter geweest. Van zijn kennis en inzichten moet ik gebruikmaken.''

Vies om de expertise van buiten te halen, is Veen allerminst. Openstaan voor ontwikkelingen elders. Hij zegt het zonder omwegen: ,,Voetbal kan nog veel van hockey leren.'' Ter illustratie wijst hij op de bijna mathematische voorbereiding van de hockeyploeg in Sydney, op ,,het fenomeen strafballen'', de sportpsychologie en de videoanalyse. ,,Daar werken ze in het hockey al twintig jaar mee, terwijl dat bij voetbal nog maar mondjesmaat gebeurt en de meeste spelers het eigenlijk maar niets vinden. Onbegrijpelijk voor een professionele tak van sport. Zo conservatief, zo'n bekrompen wereld is dat voetbal nog. Specialistische trainingen zijn er nauwelijks. Waarom niet weer de kopgalg invoeren, heb ik gezegd tegen onze trainers. Bij WVV sprongen en kopten wij urenlang naar die bal en dan het touw op heup- of borsthoogte laten zakken om er met de wreef tegen te kunnen trappen. Via Stephan heb ik laatst [diens oud-ploeggenoot] Jan Willem Neuberg gevraagd een presentatie over videoanalyse te houden voor onze spelers. Dat heeft onze trainer Gert Kruys toch aan het denken gezet. Zoals ik ook [hockeybondsdirecteur] Johan Wakkie bij de club heb betrokken. Die geeft ons adviezen op het gebied van onder meer sponsoring en marketing.''

Zijn zoon staat, bijna vijf jaar na zijn afscheid, te popelen om terug te keren in de topsport. Hij hockeyt momenteel bij heren-6 van HC Rotterdam en was vorig seizoen `spitsentrainer' bij de grootste club van Nederland. ,,Maar dat was te vrijblijvend, te incidenteel. Eén keer in de week een training geven gaf mij niet het gevoel dat ik iets wezenlijks bijdroeg. De eerste twee jaar na het hockey had ik nodig om los te komen van de sport. Ik kon bij wijze van spreken geen stick meer zien, ik moest uit die tunnel geraken, ik moest afstand nemen. Veel sporters hebben dat. Zie Marco van Basten. Pas nu heb ik weer het gevoel dat ik klaar ben voor de sport, maar vraag me niet voor welke functie.''

Als aanvoerder van de Nederlandse hockeyploeg doorstond Veen menige storm, met de Spelen van Sydney als climax. Hoewel de selectie intern verdeeld was en een paar medespelers zijn aanvoerderschap betwistten, viel hij niet uit zijn rol. Hij bleef de diplomaat, die niet eens op het puntje van zijn tong hoefde te bijten om lastige vragen te pareren. Aangeboren leiderschap? Zijn vader: ,,Leiderschap is een groot woord, maar feit is dat Stephan de prettige eigenschap heeft niet achter elke boom een vijand te zien. Hij is nuchter, dat is zijn kracht. Hij gaat net als ik uit van het positieve in de mens. Negatieve energie is verspeelde energie.''

Zijn oudste zoon kon in zijn jeugd als voetballer ook goed uit de voeten, maar koos net als zijn jongste zoon Michel (31) voor hockey. Foutje in de opvoeding? Grijnzend: ,,Welnee, Stephan deed van alles en nog wat: tennis, voetbal, zwemmen, hockey, noem maar op. Hij moest zelf zijn keuze maken, niet ik. Ik ben niet het type dat zijn kinderen `stuurt'. Het werd uiteindelijk hockey. Nou ja, prima. Had ik vroeger op het gymnasium in Winschoten zelf ook gedaan. Ik vond er niets aan, want ik had te veel moeite om die bal op dat niet-gemaaide gras weg te krijgen. Willem van Hanegem zag Stephan ooit voetballen en zei: die jongen moet stoppen met dat hockeyen. Maar als Stephan ergens voor gekozen heeft, laat-ie niet meer los. Dat herken ik, zo ben ik ook.''