Scènes vervliegen snel in Carvers Lapidarium

In een vervallen landhuis zitten vier mensen bijeen, de mannen in vooroorlogse herenpakken, de vrouwen in veellagige jurken ergens tussen chic en sjofel. Het zou kunnen dat ze niet meer bestaan, dat ze van vroeger zijn. De gedachtes van de gastvrouw gaan over een reeds overleden man. Deze zit er echter blakend bij. In beige zomerpak leest hij oude boeken. Hij haalt een gedicht aan dat begint met een ingewikkelde routebeschrijving. En een Afrikaner passage over een ongeluk bij de jacht. De vrouw die te gast is gedraagt zich als een oud meisje, de mannelijke gast is dronken. Hij heeft een vrije, fysieke rol. Op blote benen met het jasje over het hoofd geslagen, maken de gasten een malle trippeldans.

Een lapidarium is een verzameling losse stenen, achtergebleven bijvoorbeeld na een restauratie. Het oeuvre van Theatergroep Carver, dat is gebouwd op gestolde improvisaties, valt uiteen in enerzijds toneelstukken met een verhaal en tekst, en anderzijds verzamelingen losse nummers, soms met de nadruk op mime, soms op de tekst. De jongste, Lapidarium, is zo'n verzameling losse nummers met veel tekst. Het landhuis en de landerige sfeer van wachten op niets, houdt de scènes enigszins bijeen.

Vooropgesteld dat Carver een unieke en waardevolle groep is, en dat Lapidarium een weldadige sfeer en enkele prachtige momenten kent, moet gezegd dat de meeste scènes te snel vervliegen, waarna vooral de verveling blijft hangen. De spelers, Jim van de Woude, Helmert Woudenberg, Beppie Melissen en Joke Tjalsma, zijn zeer goed in staat om met heel weinig heel veel te doen. Om bijvoorbeeld tragiek en humor in een absurd gesprek over een dode vlieg te leggen. Maar dat is dit keer niet genoeg.

Voorstelling: Lapidarium door Carver. Gez: 17/3 Toneelschuur, Haarlem. Tournee t/m 4/9. Inl. www.theatergroepcarver.nl