Roerdomp

,,Als je roerdompen moet fotograferen moet je zelf bijna een roerdomp worden'', schrijft Jan Wolkers in het boekenweekgeschenk Zomerhitte (2005). Wolkers treft meteen de kern: roerdompen zijn `de schuwste vogels' en je zou een `gestalte van riet' moeten worden om deze nachtelijke moerasvogel (Botaurus stellaris) met het grootste geluk van de wereld te kunnen aanschouwen, bij voorkeur 's morgens wanneer de duisternis taant. Deze grote waadvogel, geelbruin van kleur, is over het hele lichaam grillig zwart gevlekt en dwars gestreept. De poten zijn groen. Hij loopt, ook schuw, met opgetrokken schouders en voorovergebogen kop. Bij onheil of gevaar neemt hij de karakteristieke `paalhouding' aan door met gestrekte hals en omhoog gerichte snavel net als de achtergrond van dorre rietstengels te zijn. Dan wordt hij nagenoeg onzichtbaar. Hij bouwt zijn nest in het riet en is hier te lande een schaarse broedvogel in moerasgebieden in Noord- en Zuid-Holland, Friesland en Overijssel. Zijn roep is een laag en sonoor, grommend geluid, ook wel woemp-woemp. Volksnamen zijn domphoren, reiddomp, butoor of rommeldoes. Soms vliegt hij laag over de rietvelden op zijn ronde vleugels.

Illustraie: Rein Stuurman

(Zien is kennen!)

freriks@nrc.nl