Primavera

Eigenlijk zou ik wel Remco Campert willen zijn. Zo'n chique bohémien die denkt dat nieuw leven begint met de voorjaarsklassiekers. Milaan-Sanremo als een orgie van bloemen en klanken, als een ballade van geluk.

Helaas, we leven in tijden van Hein Verbruggen, van professionalisering alom, van industrie met spaken. De Primavera is meer Allerzielen dan lente. Meer nostalgie dan belofte. Een wedstrijd op maat van een agenda, niet op maat van een verlangen. En al helemaal niet op maat van de zon. Milaan-Sanremo: gesluierde hoofden.

Zo zijn ze nu de renners: agenda-wezens. Gedrild in de tijd, in het seizoen, niet in de verbeelding van een triomf. Vazallen. Renners op ijs gebouwd. In Drenthe wil je ze best tegenkomen, maar toch niet in Sanremo.

O, wat heb ik ze graag zien winnen, Saronni en Moser, De Vlaeminck en Merckx, Hennie Kuiper vooral. Goden op de Poggio, en dan als valken naar beneden duiken in de straten van een stad vol oude middenstand. Gevleugelde sukkels die het in de eerste de beste betonfabriek niet zouden redden, maar die in het nevelachtige gebied van Milaan-Sanremo opeens een identiteit verwierven van hen alleen. In een explosieve demarrage van rugnummer tot icoon, zoals Remco Campert dat zo graag ziet.

In de industrialisering van de sport zoeken we graag naar een miniatuur. Naar het antidotum. Naar iets wat exclusief buiten de logica van Rabobank en Discovery Channel staat. Met permissie: ik heb het gevonden. De gedoodverfde winnaar, Alessandro Petacchi zei dat de Cipressa en de Poggio hem niet zoveel konden schelen. Hij zag zich wel flitsen in een ultieme jump, voor Freire en Boonen.

Om eerlijk te zijn, ik ook. Wat me zo voor Petacchi inneemt, is zijn kinderachtige alledaagsheid. Alessandro heeft een papegaai in huis. Wat heet? Hij belt geregeld naar zijn papegaai. Alessandro: ,,Ik heb drie mobieltjes. Een voor het professionele gebruik, een voor mijn vrouw Anna Chiarra, een die is aangesloten op de kooi van onze papegaai. Als ik het laatste nummer bel, zie ik in mijn gsm hoe mijn geliefde vogel zich voelt. Of hij gelukkig is.''

Jacques Anquetil had andere satellieten, maar prachtig is het wel. Petacchi als de antichrist van geloof en epo. Dierengeluk. Van de ene kant wordt het wielrennen steeds meer een Moulin Rouge, en terzelfdertijd zie je die hunkering naar geborgenheid, naar een papegaai, naar de blondine aan de meet. Naar blonde Nini van Rik van Looy. Ik ben wel wel blij dat Max van Heeswijk nog niet bestraald is door de rosse gloed van het uitheemse. Al kan dat natuurlijk snel veranderen bij Discovery Channel.

Wielrennen is en blijft een vorm van troost. Daarom begrijp ik Remco Campert zo goed. Oscar Freire, Petacchi, Boonen en Dekker hebben ons zoveel meer te bieden dan het ordinaire gegrinnik van ochtendgymnastiek in de regie van Willem Duys. Wielrenners souffleren ons in de zelfbedachte legende. Zoals Co Adriaanse en Johan Cruijff dat nooit zouden kunnen doen. Tempobeulen zijn van de achterkeuken, waar intimiteit ontstaat en een grote vergevingsgezindheid. En ook: een verlangen naar eenvormigheid. Daar kun je Joop Zoetemelk over ondervragen, niet Geert Wilders. De renner zijn we zelf.

Wat is er mooier dan de Primavera? Zoveel is zeker: een referendum over Europa kan er niet tegenop, en ook geen Idol op een commerciële zender. Het boekenweekgeschenk van Jan Wolkers? Ik dacht het niet. Karina is mooi bloot, maar een normaal mens zal zeggen: doe mij maar die prachtige onthaarde benen van Paolo Bettini. Benen met het soortelijke gewicht van heroïek, dan wel met vergeefsheid.

AZ en PSV doen het goed in Europa. Beide clubs hebben zowaar een exportcharisma. Hup Holland hup. Flauwekul. Wat Joop Zoetemelk voor deze natie heeft betekend, is onnavolgbaar. Niemand weet het nog, maar nooit eerder was een volk zo eensgezind de natie. De panache van melkbenen en een nog witter gezicht, niemand had het hem voorgedaan. Joop is alweer vergeten. Zo gaat dat in een land dat weigerachtig in zijn spiegelbeeld staat, dat niet van dialectiek droomt en niet eens de wijn weet te kiezen bij een bal gehakt.

Terug naar Alessandro Petacchi. Hij houdt van pasta en van een wijn die weent aan de rand van het glas. Het afgelopen jaar ontdekte hij dat hij iets te zwaar stond op de Poggio. Alessandro heeft een streng dieet gevolgd. Drie kilo minder. Alleen scherven winnen Milaan-Sanremo. Vedetten van een ons, is dat niet iets voor Remco Campert?