Patiënten melden vaak bijwerkingen van antidepressiva

Bij het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb hebben patiënten in een jaar tijd 276 bijwerkingen van geneesmiddelen gemeld. In 80 gevallen (29 procent) ging het volgens Lareb om een ernstige bijwerking die resulteerde in een ziekenhuisopname, een aangeboren afwijking, blijvende arbeidsongeschiktheid of het overlijden van een patiënt. Het was het eerste jaar dat patiënten zelf bijwerkingen konden melden. Tot nu toe mocht alleen een gealarmeerde arts of apotheker een klacht dorgeven. In de periode waarin patiënten 276 bijwerkingen meldden (van april 2003 tot april 2004) trokken artsen en apothekers 3.131 keer aan de bel. Van hun meldingen betrof 21 procent een ernstig medicijnenbijwerking. (Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 5 maart).

Patiënten meldden vooral veel bijwerkingen van antidepressiva. Op de tweede plaats kwamen geslachtshormonen, zoals de anticonceptiepil. De hormonen komen bij de meldingen van artsen of apothekers echter helemaal niet in de top 10 voor. Bij hen stonden de antidepressiva en andere psychofarmaca ook bovenaan, gevolgd door de vaccins. De vijf meest voorkomende bijwerkingen waren, zowel bij patiënten als artsen/apothekers, aandoeningen van het zenuwstelsel (18 procent), psychische klachten (16 procent), maagdarmstoornissen (12 procent), algemene malaise (10 procent) en aandoeningen van de huid en onderhuidsweefsel (9 procent).

De Landelijke Registratie en Evaluatie van Bijwerkingen (Lareb) is in 1991 opgericht. In 2003 heeft het een speciale website (www.meldpuntbijwerkingen.nl) opengesteld voor meldingen door patiënten. De medewerkers van Lareb schrijven dat er bij de organisatie aanvankelijk nogal wat bedenkingen bestonden tegen het accepteren van patiëntenmeldingen. Er was twijfel of het wel bruikbare informatie zou opleveren. Maar nu blijkt dat eenderde van de meldingen wel degelijk goed gedocumenteerd was: de melding bevatte tenminste de bijwerking, het tijdsverloop, het beloop van de bijwerking en het geslacht plus de leeftijd van de patiënt. Bij 53 procent van de meldingen ontbraken een of meer van deze gegevens maar stond er wel andere bruikbare informatie, bijvoorbeeld over andere medicijnen die men tegelijkertijd gebruikte, of over de indicatie voor het geneesmiddel.

Bijna een kwart van de patiënten meldde de bijwerking direct bij Lareb omdat ``de klacht elders niet serieus genomen werd''. Een even grote groep patiënten zei dat de bijwerking wel was gemeld bij de arts of apotheker maar dat men er nooit meer iets van had gehoord. Lareb heeft die laatste meldingen gecontroleerd. Ze bleken inderdaad slechts zelden doorgegeven. De door Lareb gecreëerde mogelijkheid om patiënten zelf bijwerkingen van geneesmiddelen te laten melden, voorziet dus duidelijk in een behoefte, vooral ook omdat alle melders een persoonlijke inhoudelijke reactie krijgen.