Onvrede

Beste Mark,

Vorige week vrijdag las ik in deze krant het opmerkelijke gesprek dat je had met Mark Duursma over je botsing met studenten. ``Kennelijk heb ik iets niet goed gecommuniceerd'', was je reactie op de vraag hoe het zo ver had kunnen komen. Vervolgens bleek ook je communiceren naar de lezers van deze krant toe allerongelukkigst.

Dat communiceren van je doet me denken aan de stijl waar Ritzen zich van bediende. Die was aanvankelijk ook – zeg maar Jo – uiterst joviaal naar de studenten toe. Dat pakte geheel en al verkeerd uit. Door je op te stellen als een van hen stel je studenten namelijk teleur zodra blijkt dat jouw boodschap niet spoort met hun belang. Je wordt dan gezien als een wolf in schaapskleren. Dus Mark, een volgende keer niet oproepen tot bezettingsacties en zo, maar studenten gewoon zakelijk tegemoet treden. Behandel ze gelijk andere volwassenen met wie je in je werk te maken hebt. Dan schep je geen valse verwachtingen, en aangenaam wordt je boodschap hoe dan ook toch nooit.

Verder moet je leren dat het helemaal geen schande is ergens spijt van te betuigen. Bijvoorbeeld van die oproep aan studenten om te gaan bezetten. Of van het feit dat je niet naar het Maagdenhuis bent gegaan om met ze te onderhandelen. Nooit ergens spijt van hebben getuigt niet van flinkheid maar van koppigheid.

Je zegt dat als je wel naar Amsterdam was gekomen je dat ongetwijfeld een leuke pers zou hebben opgeleverd, maar dat je niettemin besloot dat niet te doen omdat je er niet zit om de persoon van Mark Rutte populair te maken. Nou Mark, dat geloof ik eerlijk gezegd niet. Het kan je toch niet zijn ontgaan dat politici vaak dingetjes doen die helemaal niets met hun werk te maken hebben, enkel en alleen voor een leuk kiekje in de krant of op de televisie. Populair worden door de wijze waarop je je werk verricht, dat wil toch iedere politicus, dus ook een publiciteitsschuw exemplaar als Mark Rutte.

Het ergste probleem, zeg je, is dat instellingen in het hoger onderwijs te veel geld besteden aan bureaucratie in plaats van onderwijs. De verklaring waarom je voorgangers dit probleem nooit hebben aangepakt, onthul je in je slotbeschouwing: `Ik ben niet het type VVD'er dat in iedere burger een consument ziet. Ik ben wel het type VVD'er dat bureaucratie wil terugdringen, dat is mijn prioriteit.' Blijkbaar waren je voorgangers Hermans en Nijs VVD'ers van de verkeerde soort. Maar beste Mark, als jij dat terugdringen van de bureaucratie als doelstelling ziet, dan moet je de studenten niet aanzetten om dat door acties van hun besturen af te dwingen. Dan moet je zelf actie ondernemen. Bijvoorbeeld door van de instellingen te eisen dat niet meer dan een bepaald percentage van hun budget naar bestuur en beheer mag gaan.

Jij vermeldt het heel gelukkig te vinden dat bestuurders van de universiteiten van Wageningen en Delft geld verschuiven van ondersteunend personeel naar onderwijzend personeel. Ik las ergens dat ook de voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam met vergelijkbare plannen rondloopt. Dit alles vanwege de onvrede van studenten met de kwaliteit van het onderwijs, en niet omdat het ministerie daar iets tegen heeft ondernomen. Als je goed wilt communiceren naar studenten toe erken je dat het ministerie op dit punt tekort is geschoten en beloof je daar iets tegen te gaan doen. Maar die belofte alleen geeft je natuurlijk nog niet het recht om nieuwe eisen aan studenten te gaan stellen. Dat mag je pas doen als je, door – waar nodig – de bureaucratie terug te dringen, het onderwijs hebt verbeterd.

lgm.prick@worldonline.nl