Ongezond eerlijk 2

In het artikel Ongezond eerlijk (W&O 26 febr) over de lichaamsperceptie bij mensen met een eetstoornis wordt geconcludeerd dat `normale' mensen een roze bril op hebben wanneer ze hun lichaam beoordelen en dat eetgestoorde mensen middels therapie weer zouden moeten leren deze bril op te zetten. Zelf ben ik ex-anroxiapatient, die net drie weken geleden haar eetstoornis los durfde te laten, en voor mij ontbreken een aantal essentiële zaken in (de bespreking van) dit onderzoek. In de eerste plaats is het zo dat je je dik voelt en dat zul je in de spiegel ook zien. In de tweede plaats veranderen je lichaamsproporties ook, zelfs als je al enige tijd op een normaal gewicht zit. Er is dus een verschil tussen eetgestoorde mensen en normale mensen in hun lichaamsbouw. In de derde en misschien wel belangrijkste plaats mis ik de behandeling van uitstraling in dit onderzoek. Als je prettig in je vel zit straal je dat uit en zie je er mooier uit. Ik ondervind dit op dit moment aan den lijve! Het volgende voorbeeld illustreert dit in mijn ogen volledig. Mijn moeder, toch een persoon die altijd met een roze bril naar haar kind kijkt, had mij anderhalve maand niet gezien, een periode waarin er zeer veel gebeurde in het proces van het loslaten van mijn eetstoornis. Ik vertelde haar hoe ik met het bewust worden van mijn handen bezig was geweest en ze legde mijn hand op de hare. ``Maar je handen zijn ook anders, ze zijn groter, langer, slanker. Dat kan natuurlijk niet, maar ze waren wit en klein en je vingers waren een kootje korter.'' Mijn handen gaven weer hoe verkrampt ik was en geven nu weer dat ze open staan om het leven aan te pakken. Precies dezelfde handen, die zelfs in de ogen van een moeder een ander formaat hadden gekregen. Uitstraling is dus zo'n belangrijk onderdeel van de perceptie van een lichaam, en het lijkt me dat dat toch zeker in het onderzoek had moeten worden meegenomen. Op deze manier worden eetgestoorde mensen wederom in een `aanstellerig' daglicht gesteld: zet een roze bril op en het komt weer goed. Na vier jaar knokken in therapie is deze conclusie van mevrouw Jansen mij toch echt te kort door de bocht.