Mooi afgewogen Matthäus Passion van Herreweghe

In elk geval nog één keer leidt Philippe Herreweghe dit weekend Bachs Matthäus Passion bij het Concertgebouworkest. Na drie Amsterdamse Matthäussen en vier Johannessen in elf jaar, maakt Herreweghe in 2006 en 2007 plaats voor de Brit Sir Roger Norrington (71). Over de periode daarna is nog niets bekend. Het Concertgebouworkest heeft ,,plannen te over'', en sluit niet uit dat Herreweghe te zijner tijd weer zal terugkeren.

Herreweghe kan bogen op een eigen passietraditie in het Concertgebouw. Sinds zijn debuut in 1994 staat hij voor tekstgerichte uitvoeringen die een lichte benadering verbinden aan een intellectuele inslag. Zijn achtergrond in de authentieke uitvoeringspraktijk is daarbij hoorbaar gebleven, maar Herreweghe is geen purist. In die zin matcht hij perfect met het Concertgebouworkest, dat sinds de passies onder Harnoncourt in de jaren zeventig en tachtig een unieke middenweg heeft gevonden tussen de `symfonische' en de `authentieke' tradities.

De uitvoering van gisteravond, die morgen op Palmzondag traditiegetrouw wordt herhaald en dan ook live op radio 4 wordt uitgezonden, sloot in veel opzichten naadloos aan op de Matthäus Passion die Herreweghe vorig jaar bij het orkest dirigeerde. Constante details als de aanzwellende sleutelwoorden `schuld' en `minzaamheid' in het openingskoor, verrieden de afgewogenheid van zijn opvattingen. Maar de winst van Herreweghes jarenlange samenwerking met het orkest schuilt juist en vooral in de wijze waarop hij zijn visie steeds verder nuanceert. Zo sleept Christus in datzelfde openingskoor nog steeds energiek met het hout voor zijn eigen kruis, maar is de wrange huppelsfeer verdwenen. Als geheel blijft het eerste deel (duur: 66 minuten) snel, maar met reden. Herreweghe bewaart de meeste rust en adem voor het tweede deel, opdat ook de muziek langzaam inzoomt op de menselijke essentie van het passieverhaal.

Voor het eerst werkt Herreweghe in deze Matthäus samen met het Nederlands Kamerkoor. Dat leidt tot aftastmomenten, maar in de rijke klank en precieze dictie bewijst het Kamerkoor zijn kwaliteiten – al bezit het (nog) niet het vanzelfsprekende gevoel voor Herreweghes wensen dat zijn eigen Collegium Vocale Gent kenmerkt.

In de wisselvallige cast, opgesteld tussen de twee zestienkoppige koren en twintig musici tellende orkesten, zijn de vrouwenstemmen hoogtepunten. Alt Sarah Connolly ontroert in het dit jaar gelukkig kalm genomen Erbarme dich, gesteund door de volle vioolklank van concertmeester Vesko Eschkenazy. Maar de grootste attractie is sopraan Carolyn Sampson, die met haar onopgesmukte, heldere geluid de tijd bevriest in Ich will dir mein Herze schenken en Aus Liebe.

Aansluitend bij Herreweghes dramaturgie zingt de aanvankelijk wat afstandelijke Konrad Jarnot (Christus) toenemend dramatisch. Christoph Prégardien blijft juist zonder extreme verteleffecten een evangelist van zeldzame statuur. Zijn stijlvolle hoogte maakt dat de vocaal breekbare momenten verbleken tot trivia, zijn warme laagte onderstreept de wijze waarop hij als verteller steeds een ware betrokkenheid toont.

Concert: Matthäus Passion van J.S. Bach door het Kon. Concertgebouworkest/Ned. Kamerkoor o.l.v. Philippe Herreweghe. Gehoord: 18/3 Concertgebouw, Amsterdam. Herh.: 20/3, aldaar. Radio 4: 20/3, 12 uur (live).