Milaan-Sanremo vaak een kwestie van centimeters

Met de klassieker Milaan-Sanremo begint het wielerseizoen vandaag eigenlijk pas echt. Een ,,toffe'' en nerveuze race die de laatste jaren gedomineerd wordt door sprinters.

Zeventien centimeter was het vorig jaar en de kans is groot dat de afstand tussen de winnaar en nummer twee van Milaan-Sanremo na bijna 300 kilometer vanmiddag niet veel groter is. Sinds de beklimmingen van de Cipressa en de Poggio aan het eind van de race nauwelijks nog voor een schifting zorgen, is de openingsklassieker vooral het domein van de sprinters.

Vorig jaar eindigde de Spanjaard Oscar Freire dankzij een katapultsprint net vóór Erik Zabel die te vroeg zijn armen omhoogstak en met nauwelijks twee decimeter werd geklopt. ,,Voor mij kwam die rit altijd te vroeg in het seizoen'', zegt de voormalige sprinter Theo Smit die vroeger bekend stond om zijn katapult: een ultieme jump voor de finish. Hij was ploeggenoot van Jan Raas toen die in 1977 won. ,,Ik moest destijds de eerste 150 kilometer van dienst zijn, maar daarna was de koek wel op.''

Dat in de laatste vijf jaar viermaal een echte sprinter de klassieker op zijn naam heeft geschreven komt volgens Smit vooral door de samenstellingen van de ploegen die de sprinters goed bij de laatste heuvels als de Cipressa en de Poggio afleveren. ,,Wat ook scheelt is dat het de laatste jaren steeds goed weer is geweest. Je kan niet zeggen dat een bepaald type sprinter in het voordeel is: Cipollini en Zabel zijn krachtsprinters, maar Freire is dat minder.''

Tijdens de actieve carrière van Freddy Maertens kwam er bij Milaan-Sanremo nauwelijks nog een echte sprinter aan te pas. De Belg, tegenwoordig werkzaam in het Belgische Nationaal Wielermuseum, nam zevenmaal deel aan de race, maar winnen deed hij niet. Vooral Eddy Merckx (zevenmaal winst) zat hem dwars. ,,Maar ontsnappen kan nog altijd'', zegt Maertens nu. ,,Het is alleen de vraag hoeveel ploegen willen helpen om de boel voor hun sprinters gesloten te houden. Ik heb het altijd een toffe koers gevonden, maar omdat het de openingsklassieker is, lijkt iedereen extra nerveus. Het tempo ligt dan ook heel erg hoog.''

Volgens Maertens ligt het volledig aan de vorm van de dag welke sprinter de meeste kans op de overwinning maakt. ,,Natuurlijk zijn er grote verschillen in stijl tussen bijvoorbeeld Zabel, Freire en Tom Boonen. De laatste staat recht op de trappers, terwijl de andere twee meer uit de lenden kracht zetten. Zabel is vooral een krachtsprinter: als hij vorig jaar niet te vroeg zijn stuur had losgelaten, was hij gewoon de winnaar geweest.'' Dat zou dan voor de vijfde maal zijn geweest.

De overmacht van sprinters is zo groot dat bijvoorbeeld klassiekerspecialist Peter van Petegem de race gewoon aan zich voorbij laat gaan. ,,Milaan-Sanremo zal nooit meevallen. Zeker nu niet, nu al die sprinters blijkbaar moeiteloos over de hellingen raken. Als ik uiteindelijk tiende ben, zoals vorig jaar, dan heb ik heel goed gereden. Voor hetzelfde geld lig ik echter op de grond en moet ik de wedstrijden in Vlaanderen missen die ik wel kan winnen'', verklaarde hij deze week tegenover de Vlaamse media. Ook de beste sprinter uit zijn ploeg Davitamon is er vandaag niet bij: Tom Steels was onlangs ziek en acht zich nog niet sterk genoeg voor de `Primavera'. Tot die conclusie kwam gisteren ook de Nederlander Max van Heeswijk.

Door het wegvallen van Van Heeswijk blijven er acht Nederlanders over die de Primavera wel rijden. Raborenner Erik Dekker is een van die acht: vorig jaar moest hij vanwege een blessure afhaken, terwijl hij twee jaar geleden in die race zijn heup brak. Hij noemt het op zijn website een ,,onmogelijke'' koers. ,,De laatste tachtig, negentig kilometer is er in het peloton één groot gevecht gaande. Een gevaarlijk spel, zoals ik heb mogen ondervinden.''

De winnaar van Parijs-Tours van vorig jaar spreekt zelfs van ,,een zestig kilometer durende massasprint'' in de aanloop naar de Cipressa. Bij dat klimmetje wil iedereen vooraan, of in elk geval bij de eerste dertig zitten. Dan volgt de Poggio die slechts een hoogte heeft van 162 meter, maar de klim telt wel 3,7 kilometer. Vanaf de top is het dan nog 5,5 kilometer en dat stuk, grotendeels afdaling, is berucht vanwege de onoverzichtelijke haarspeldbochten.

Van de sprinters staan Freire en de Toscaanse krachtpatser Alessandro Petacchi door hun successen in de Tirreno-Adriatico hoog in het ProTour-klassement. De Spanjaard gaat aan de leiding met 53 punten, de Italiaan bezet de derde plaats met 43 punten. Wie vanmiddag, al of niet met een voorsprong van een paar centimeter, als eerste over de finish gaat, krijgt er nog eens vijftig punten bij. Dat is net zoveel als de Amerikaan Bobby Julich heeft vergaard met zijn overwinning afgelopen zondag in de acht dagen durende etappekoers Parijs-Nice.