Met de 400-jarige Don Quichot door La Mancha

Waar woont een romanpersonage? Rik Zaal op zoek naar de ware woonplaats van Don Quichot, de Ridder van het Droevige Gelaat

Heel Spanje houdt zich samen met een groot deel van de rest van de wereld al vierhonderd jaar bezig met de vraag uit welk plaatsje in La Mancha Don Quichot komt. Precies vierhonderd jaar nu, want het eerste deel van El ingenioso hidalgo Don Quijote de la Mancha, De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha (in de vertaling van Barber van de Pol) of De geestrijke ridder Don Quichot van de Mancha (in de vertaling van J.W.F. Werumeus Buning en C.F.A.van Dam) is verschenen in 1605, een gebeurtenis die Spanje dit jaar flink viert.

Het raadsel van Don Quichots woonplaats begint al bij de eerste zin van het boek, waarin Miguel de Cervantes zich als schrijver de naam van die plaats `niet wenst te herinneren', of, in een andere interpretatie, waarin hem de naam `niet te binnen wil schieten'. Waarna Cervantes er op de allerlaatste pagina van het boek nog een schepje bovenop doet door na de dood van zijn held te schrijven: `Dit was het einde van de vernuftige edelman uit La Mancha, wiens dorp Sidi Hamed [de door Cervantes bedachte verteller van de avonturen van Don Quichot – RZ] niet nauwkeurig wenste te vermelden, want nu konden alle steden en dorpen van La Mancha hem om het hardst opeisen en als hun bewoner beschouwen, zoals de zeven steden van Griekenland streden om Homerus.' (Barber van de Pol).

En inderdaad heeft Cervantes het voor elkaar gekregen dat er tientallen dorpen al eeuwenlang strijden om Don Quichot, dat er steeds nieuwe bewijzen worden gevonden voor dan weer dit dan weer dat dorp en dat zich dus vele dorpen hebben uitgeroepen tot `het plaatsje van La Mancha', en dat de reiziger in deze streek aan het begin van deze dorpen een bord ziet staan waarop dat wordt gemeld: `el lugar de la Mancha' staat er, met de silhouetten van Don Quichot en zijn schildknaap Sancho Panza erbij.

VERWARDE TOPOGRAFIE

En dat allemaal voor een romanfiguur, een personage dat nooit en nergens heeft bestaan. Bedacht door een schrijver die zich flink moet hebben vermaakt met het in de war brengen van zijn lezers door de wel degelijk bestaande namen van dorpen, gebergten en gebieden op een merkwaardige wijze in het boek rond te strooien. Want voor een eenvoudige lezer die de reizen van Don Quichot wil navolgen, blijkt er vaak niet veel van de topografie te kloppen.

Toch is het een aangenaam avontuur door La Mancha te reizen aan de hand van het mooiste reisboek uit de literatuurgeschiedenis. Niet alleen om voor de eerste, tweede of de zoveelste keer kennis te maken met de prachtige zinnen, de waanzinnige verhalen en gebeurtenissen en de ontwapenende hoofdpersonen, maar ook om het bijzondere landschap te zien waarin zich een groot deel van het boek afspeelt. Dat landschap is indrukwekkend. Niet door een voortdurende afwisseling van spektakelstukken, zoals in andere gedeelten van Spanje vaak het geval is, maar door de eenvoud. Een typisch La Mancha-landschap is leeg en stil en laat allerlei tinten rode aarde zien waarop rijen wijnstokken afgewisseld worden door rijen olijfbomen of losse steeneiken. Soms glooit het wat, hier en daar heuvelt het zelfs, maar vaak is het vlak, tot aan de horizon of tot aan de bergen die het landschap omarmen. Het is geen landschap om met open mond door te reizen, het maakt de reiziger eerder stil.

VELE RIDDERROUTES

Er zijn vele tochten te maken door het land van de ridder van de Droevige Figuur (Werumeus Buning) of de ridder met het Droeve Gelaat (Barber van de Pol), en de reiziger bevindt zich altijd wel op een van de tien Don Quichot-routes die uitgezet zijn om alle plaatsjes die `el lugar' willen zijn een genoegen te doen, maar een rit door de Campo de Montiel, de velden, de landouwen van Montiel, waar zich een groot deel van het boek afspeelt, geeft misschien wel het beste beeld van wat het landschap van La Mancha te bieden heeft. Onderweg zijn er plekken te zien die door deskundigen geïdentificeerd zijn als plekken uit het boek. Voor wat het waard is.

Een begin van zo'n route zou Villanueva de los Infantes kunnen zijn, ruim tweehonderd kilometer ten zuiden van Madrid, iets ten oosten van Valdepeñas. Dit stadje is onlangs door tien Spaanse wetenschappers aangewezen als het dorp van Don Quichot. Ze hebben twee jaar onderzoek verricht, dus wie weet. In ieder geval is het een mooi dorp met een prachtige herberg (de Hospedería Real de Quevedo), een goed restaurant (Jaraiz) en een leuke attractie. Want in de bibliotheek om de hoek van de Plaza Mayor wordt de bezoeker uitgenodigd een paar regels uit de Don Quichot over te schrijven in een boek dat door de verschillende handschriften mooier en mooier wordt. Van Villanueva gaat een mooie, stille weg (de CM 3127) naar La Solana, waarna een andere mooie, stille weg (de CM 3109) naar Argamasilla de Alba gaat. Dit eenvoudige dorp, dat genoemd wordt in het laatste hoofdtstuk van deel een, staat zich er al heel lang op voor `el lugar de la Mancha' te zijn. Cervantes heeft er gevangen gezeten in de Cueva de Medrano, die te bezichtigen is, en hij zou hier aan het boek begonnen zijn.

Van Argamasilla gaat een weg (de CM 3115, later de AB 650) die door de week stil is en in het weekend heel druk kan zijn met dagjesmensen, naar en langs de Lagunas de Ruidera. In dit natuurgebied bevindt zich de grot van Montesinos waarin zulke verbazingwekkende dingen gebeuren (hoofdstuk 23 van deel twee) dat Cervantes meldt dat `dit hoofdstuk als apocrief beschouwd mag worden'. De grot wordt op ruim vijf kilometer voor Ossa de Montiel met een bordje aangewezen. En jawel, hij bestaat nog. Er wonen vleermuizen in.

SUF DORP, GOEDE KEUEKN

Van Ossa de Montiel over Villahermosa terug naar Villanueva de los Infantes, gaat misschien wel de meest authentieke La Mancha-weg over Almedina, Tore de Juan Abad en Castellar de Santiago naar Viso del Marqués. Het is een prachtige route met bergen in de verte en een mooi heuvelend landschap van rode aarde rondom. Zo'n kilometer of tien voor de N4 van Madrid naar Córdoba, gaat er een landweg linksaf naar La Nava. Hier zou Don Quichot (deel 1, hoofdstuk 25) zijn bizarre boetedoening hebben gedaan. Er bevindt zich nu een heel geheim lijkend privévliegveld waar geregeld rijkelui uit heel Europa landen om er te gaan jagen.

In het nogal suffe dorp Viso del Marqués is een mooie herberg (de Hospedería La Almazara del Marqués) en er staat een waanzinnig groot paleis in Italiaanse renaissancestijl, dat van admiraal Don Alvara de Bazan is geweest (die in 1571 de slag van Lepanto won voor Filips II, een slag waarin Cervantes meevocht en gewond raakte) en nu, midden op de Spaanse hoogvlakte, het archief van de Spaanse marine bevat. Verderop, op weg naar een van de vele andere Don Quichot-routes die er in deze buurt te maken zijn, bevindt zich het mooiste stadje van La Mancha, Almagro. Hier staat het beste hotel van de streek, de parador, die in een voormalig klooster is gevestigd – en een opmerkelijk goede keuken heeft.