Knap staaltje pedanterie in artikel over Loe de Jong 1

Daargelaten hun onjuiste beeldspraak (`bij Russische roulette gaat het niet om raak of naast schieten') getuigt het opinieartikel van Arlman en Mulder `De Jong had soms gelijk, soms niet', van een knap staaltje pedanterie en de-pot-verwijt-de-ketel, juist als het net als in hun stuk over prins Hendrik gaat (NRC Handelsblad, 16 maart)

In 2002 publiceerden Paul Snijders en ik in het rechtshistorisch tijdschrift Pro Memorie een omvangrijke reconstructie van het Haags zedenschandaal van 1920. Arlman en Mulder beweerden in hun boekje Van de Prins Geen Kwaad uit 1982 (bij hun stuk vermeld) dat het schandaal begonnen was met een inval in een jongensbordeel en dat daarbij o.a. prins Hendrik en Louis Couperus via de achterdeur zijn weggeleid. Overige bezoekers werden aangehouden, vervolgd en veroordeeld.

Zowel bronnen als bronverwijzing voor die bewering schoten volstrekt tekort. Arlman en Mulder verwezen o.a. naar de ongepubliceerde memoires van baron Wittert van Hoogland in het Nationaal Archief, zonder deel of pagina te noemen: die memoires bestaan uit ontelbare versies en vele duizenden pagina's. Wij vonden weliswaar in een paar van die versies verwijzingen naar zo'n inval, maar geen daarvan kwam overeen met de lezing van Arlman en Mulder. Wittert van Hoogland koerste bovendien bij het schrijven van zijn memoires op een buitengewoon rancuneus geheugen en volstond met een verwijzing kennelijk uit zijn hoofd naar Het Vaderland, die niet bleek te kloppen. Bronnen die Arlman en Mulder indertijd niet gezien hebben o.a. van het ministerie van Justitie, arrondissementsrechtbank, krijgsraad, huis van bewaring, zedenpolitie en kranten (deels dezelfde waarvan ze De Jong verwijten dat hij ze niet heeft geraadpleegd) stelden ons in staat de chronologie van gebeurtenissen te reconstrueren, waarbij van inval, jongensbordeel noch prins sprake bleek.

Uitspraken van het schrijversduo over ambachtelijkheid, verificatie van bronnen en het opdiepen van relevante stukken (waarin De Jong dus zou zijn tekortgeschoten) zijn in hun groots mogelijke algemeenheid niet onjuist: Arlman en Mulder zijn simpelweg de laatsten om de eerste steen te gooien.