It's a great story!

Teruggekeerde soldaten leren schrijven over hun ervaringen in Irak – dat is de inzet van Operatie Thuiskomst. De Amerikaanse overheid heeft er bekende auteurs voor ingehuurd. Een workshop op de grootste marinebasis ter wereld, twee jaar na het begin van de strijd.

Adelaars, bergleeuwen en coyotes bevolken Camp Pendleton, een ongerept natuurgebied in Californië van ruim 50.000 hectaren. Gelegen tussen San Diego en Los Angeles, pal aan aan de Stille Oceaan met tientallen kilometers stranden, is het de grootste US Marine-basis ter wereld, met, in vredestijd, 60.000 bewoners. De manschappen leven hier met hun gezinnen in comfortabele tuindorpen. Nu is het stil op de highways die de basis doorkruisen. Van Camp Pendleton zijn meer Marines naar Irak gestuurd dan van enige andere basis. En ook zijn meer Marines van hier gesneuveld of verminkt teruggekomen.

In Camp Pendleton vindt de laatste etappe van Operation Homecoming plaats, een overheidsinitiatief van de National Endowment for the Arts (NEA), de enige kunstsubsidiegever van de Amerikaanse federale overheid in samenwerking met het ministerie van Defensie. Doel van de operatie is de lange traditie van Amerikaanse oorlogsliteratuur te verrijken met een bloemlezing geschreven door militairen die vochten in Afghanistan en Irak. Ook gezinsleden van militairen zijn uitgenodigd mee te schrijven. Om de veteranen aan te zetten tot schrijven, organiseert de NEA overal in Amerika schrijversworkshops op militaire bases onder leiding van beroemde schrijvers.

Captain Juliet Chelkowski van de Marine Public Affairs afdeling geeft me een lift. Ze wilde naar Hollywood om actrice te worden, maar heeft voorlopig bijgetekend als reservist. ,,Ik dacht: Ze hebben me nu nodig en acteren kan altijd nog.'' Operation Iraqi Freedom is de eerste Amerikaanse oorlog gevoerd door vrijwilligers, beroepsmilitairen die geloven in hun werk en hun missie.

De avond valt als we aankomen bij een paleisachtige villa in Spaans-Mexicaans koloniale bouwstijl, gelegen op een heuvel met gladgeschoren gazons. Hier, op de San Luis Rey officiersclub, vindt een receptie plaats als start van de schrijversworkshop. Middelpunt zijn de auteurs-coryfeeën Tobias Wolff en Victor David Hanson die deze workshop gaan coachen. Wolff schreef over zijn Vietnamervaringen In Pharao's Army, Memoirs of a Lost War. Hanson, een militaire historicus, is een strijdvaardige essayist die ieder Amerikaans militair ingrijpen, in heden en verleden, heeft verdedigd. Tegenpolen, maar beide in tweed, minzaam, professoraal. Er is ook een groepje zwaargebouwde heren in donkergrijs aanwezig, met een bordje Boeing op de revers – de vliegtuigfabrikant sponsort het project.

In een apart zaaltje geeft NEA-voorzitter Dana Gioia interviews aan de media. Traditioneel klaagt oorlogsliteratuur aan, beschrijft de gruwelen en ontmaskert de politieke retoriek waar militairen voor sneuvelen. Is het een goed idee workshops te houden onder het toeziend oog van superieuren, in een militaire omgeving en gesponsord door Boeing? Gioia zegt dat hij nooit zou toestaan dat de artistieke integriteit in gevaar komt. ,,Er is geen officiële censuur, althans zolang er geen veiligheidsaspecten in het geding zijn. Wij hebben een onafhankelijke groep editors aangetrokken. En deze generatie militairen is mondig genoeg – die laat zich niet betuttelen.''

Als een kapitein op de brug torent commandant Major General Timothy E. Donovan boven het receptiegewoel uit. Zijn hoofd is kaalgeschoren en hij drinkt Corona uit de fles. In mei vertrekt hij naar Irak als de tweede hoogste bevelhebber ter plaatse. Hoe denkt de generaal over dit schrijversproject?

Met een stem alsof het stormt: ,,Onze troepen kunnen trots zijn op wat ze bereikt hebben. Wat je niet in de pers ziet... (dreigende hoofdbeweging) ...is hoe wij een brute dictatuur hebben veranderd in een veelbelovende democratie. (-) Het Amerikaanse volk heeft er recht op de andere kant van het verhaal te horen. It is a great story. En wij gaan dat verhaal schrijven.''

De volgende ochtend, in een zaaltje van een sporthal, ontmoeten we de deelnemers aan de workshop. Het zijn er veertig. De gemiddelde leeftijd is in de twintig. De meesten blijken in opleiding bij de afdeling Marine Public Affairs en zijn gewoon gestuurd. Slechts enkelen hebben gediend in Irak of Afghanistan.

Victor David Hanson, de militaire historicus en classicus, opent met een exposé over de oorlogsliteratuur van de oude Grieken en Romeinen. Gaandeweg grijpt hij zijn gehoor. Als hij door de zaal rent, met zijn jasje dicht op de onderste knoop en zijn arm geheven met een denkbeeldige speer, verschijnt een zwaarlijvige gladiator in een strijd op leven en dood. Hansons boodschap: Oorlogsliteratuur mist vaak de directe waarneming, het detail, de ik-persoon met zijn emoties (en Caesar beval...schrijft Caesar). ,,Júllie kunnen geschiedenis schrijven from the ground up.''

In de pauze buiten praat Hanson over zijn waardering voor de Nederlandse deelname in Irak en zijn hoge verwachtingen van deze veteranen. ,,Hoe bizar is het dat deze generatie, de meest verwende ooit, nu gevraagd wordt zijn Honda te parkeren en naar de Sunni-driehoek te gaan om daar wellicht gedood te worden, terwijl wij in het Westen dachten dat onthoofden iets uit een ver verleden was.''

Hanson is blij met de nieuwe media, met name de bloggers die logboeken bijhouden op internet. ,,Na Vietnam had Amerika zijn vertrouwen in `de officiële versie' verloren. De ironie wil dat toen ik studeerde, de alternatieve media onveranderlijk links waren. Nu zijn de alternatieve media vaak rechts en worden de Mainstream Media (MSM) beheerst door het linkse establishment.'' Het verhaal van de gewone soldaat, waar het in Operation Homecoming om gaat, zal volgens Hanson de vooringenomenheid van de MSM over de oorlog in Irak onderuithalen.

Corporal Veronika Tuskowski zit kaarsrecht en kijkt ernstig voor zich uit. Ze is een van de weinige deelnemers die niet de moeite nemen om aantekeningen te maken. Ze heeft een gebronsd, vrolijk gezicht dat hier zorgvuldig in de plooi blijft, maar in de pauze haar collega's aan het lachen krijgt.

Tuskowski is al twee keer in Irak geweest, waar ze televisiereportages maakte voor de interne nieuwsvoorziening van de Marines. Ze werkte als een one-man band: camera, geluid, interviews en productie. Naar verluidt vinden de Marines de Marine-oorlogscorrespondenten vaak net zo onbetrouwbaar als de echte media. Veronika: ,,Het is toch al anders om een vrouw te zijn in de Marines, want er zijn geen vrouwen in de infanterie. Ik had ook last van mijn moederinstinct. Als er iemand dood was gegaan en ik zag zijn maten slikken, dan had ik de neiging mijn arm om hen heen te slaan. Maar ze zien je al aankomen.''

Hoe koos ze haar verhalen? ,,Er waren massa's MSM-verslaggevers en de meeste zijn anti-oorlog, ook de Amerikanen. Ik zag het als mijn opdracht om tegen de negativiteit van deze media in te gaan. Ik concentreerde me op verhalen over bevoorrading en training van de Irakezen, de opbouw van scholen enzovoorts.''

Worden Amerikanen niet goed voorgelicht door de media over de oorlog?

Veronika aarzelt: ,,Nee, ik geloof niet dat ze een juiste indruk krijgen van wat we daar doen. They love blood, guts and death. Maar de andere kant... En men begrijpt ook niet dat als we een stad binnenrijden, we er niet op uit zijn om Irakezen neer te schieten. Dat wij degenen zijn die worden beschoten.''

De Canadese verslaggever komt ertussen en vraagt haar of loyaliteit en kritiek elkaar uitsluiten. Veronika bevriest. ,,Wat onze leiders voor ons besluiten is essentieel voor ons – wij moeten gewoon vechten. We hebben morele waarden, de veiligheid van Amerika is onze missie.'' Ze geeft het op. Ik weet niet hoe ik dit moet beantwoorden, besluit ze eenvoudig.

Onder de jonge, kaalgeschoren hoofden in de workshop valt een ernstig, ouder gezicht op. Corporal Paul Leicht is 34, studeerde geschiedenis en heeft jarenlang gewerkt voordat hij tekende als enlisted Marine. Waarom niet als officier? Paul wilde de journalistiek in als combat correspondent. Officieren worden daar niet voor ingezet. Leicht is vorige week teruggekomen uit Irak waar hij zes maanden diende. Ook de thuiskomst is een cultuurschok. Maar het is lekker om weer te douchen. Opvallend hoe vaak de douche en niet kinderen of hond genoemd worden als de weldaad wachtend bij thuiskomst. Pizza's en bier staan op de tweede plaats.

Als ik met Paul meerijd naar zijn huis op een basis in San Diego, vertelt hij over grootvader Leicht, een Duitse immigrant die in de Tweede Wereldoorlog in het Amerikaanse leger ging. ,,Hij reageerde nooit op mijn vragen over de oorlog. Nu begrijp ik hem beter. Het wordt te emotioneel. Veel Marines praten er makkelijk over met Jan en alleman. Anderen, zoals ik, worden zwijgzaam. Misschien proberen we erachter te komen wat we eigenlijk gezien hebben.''

Hij laat me foto's zien op zijn computer die hij in Irak voor Marine-websites heeft geschoten. Groenige beelden van razzia's in dorpjes en buurten. Irakezen die met plastic zakken over hun hoofd geboeid worden afgevoerd. ,,Die opstandelingen verspreiden zich als kakkerlakken. We hadden Falluja nog niet uitgekamd of ze doken weer ergens anders op.''

Kan Paul zich voorstellen waarom de opstandelingen terugvechten?

,,In Falluja vonden we martelkamers en druglabs. Die lui worden high en dan gaan ze vechten. Met drie, vier kogels in hun buik gaan ze nog niet liggen. Ik zag een kaart van Irak met in rood gemarkeerd waar ze ongewapende Rode-Kruishelikopters hadden beschoten. Die kaart zag eruit als een bloedbad. Wat zijn dat voor mensen die op het Rode Kruis schieten, die hun eigen mensen vermoorden, hun eigen kerken ontheiligen?''

Paul toont een Iraakse verkiezingsposter aan de muur, met tientallen handtekeningen. ,,Ik reed veel Irakezen naar de stembus; ze waren uitgelaten. They said: thank you! All the time. Ik bewaar dit document voor m'n kinderen.'' Tot slot laat Paul foto's zien van zichzelf met Iraakse kinderen. ,,Als je ze snoepgoed geeft, rennen ze ermee weg; ze weten niet wat delen is. De meeste van die kinderen leven zonder elektriciteit, zonder stromend water. Ze stinken.''

We staan buiten in Pauls voortuin. De Californische zon is verdwenen. Ik vraag hem wat van zijn werk in de workshop voor te lezen. Tobias Wolff vond Paul een literaire ontdekking. Het is een kort verslag over een nachtelijke raid rond kerstmis in Ramadi.

Tobias Wolff had erop gestaan dat de workshop besloten was: geen pers en geen officieren. Ik kon door het raam zien dat het geanimeerd was, en intens. Na afloop vraag ik Wolff of hij, een van de woordvoerders van de gedesillusioneerde generatie van Vietnamveteranen, verbaasd was over de unanieme steun onder deze militairen voor de oorlog in Irak.

,,Ik ben hier niet naar toegekomen om hen in een right or wrong van deze oorlog te betrekken. Het gaat er nu om momenten uit het dagelijks bestaan vast te leggen. Daarna heb je afstand nodig. Paradoxaal genoeg zien we deze generatie als vooral visueel gericht, wars van literatuur en taal. Maar let op: dit wordt waarschijnlijk de bestgedocumenteerde oorlog aller tijden. Hun e-mails, de bloggers, de duizenden computers, hier en in Irak, this war is almost a real time conversation.''

Als er afstand nodig is, waarom nu zo'n grootscheepse overheidscampagne om veteranen tot schrijven te brengen? Is het therapeutisch bedoeld?

Wolff: ,,Ik ben vandaag niet begonnen met: Goodmorning, ik ben dr. Wolff en dit is therapiesessie. Ze zien me aankomen. Schrijven, het maakt je eerder gek en brengt je aan de drank dan iets anders. Veteranen zijn ook niet geloofwaardiger over oorlog dan de schrijvers die thuisbleven. Maar onder de druk van oorlog verandert iedereen. Je karakter verandert, en niet altijd ten goede. Als je erover schrijft, moet je beslissingen nemen over wat je gezien hebt, wat belangrijk was. En daarmee neem je ook beslissingen over wie je bent, over je eigen karakter.''

Gunnery Sergeant Barbara Cogburn loopt rond in een modieuze blauwe jas. Ze is in de veertig. Lip gloss en golvend lang donkerbruin haar. Ze is een van de weinige deelnemers die uit vrije wil naar deze workshop zijn gekomen. Ze diende in Irak vanaf het begin van de oorlog en nam onlangs vervroegd ontslag na twintig jaar dienst bij de Marines. Ze leest voor uit het begin van haar dagboek, 21 maart 2003. ,,In de nacht van de 20ste begonnen ze (they) Irak te bombarderen. (...) Een grote rots vloog door het raam en ik werd bijna geraakt. Dat was het startsein om de rest van de nacht in en uit de SCUD-bunkers te springen. We deden 15 drills in de afgelopen 20 uur.

,,Vannacht zal het weer beginnen. Ik ben doodmoe, net als iedereen. Maar ik heb mijn werk afgekregen en een brief aan tante Trish afgemaakt. Het zal haar moeilijk vallen maar ik wou niets achterhouden. Dit gaat mijn leven veranderen, voor altijd. En ik wil het opschrijven zoals ik het voel. Afgelopen nacht, in en uit de bunkers, maakte duidelijk dat we in oorlog zijn. Ook al gaat het goed, we zijn in een oorlog.''

Barbara zucht en vat samen: eerste dag van de oorlog, een hoop heen en weer geren, onderlinge irritaties en veel onzekerheid. Er valt een stilte. We zitten op de lege tribune van een sportveld. Op de achtergrond speelt een gemengd team Marines Amerikaans voetbal.

,,Je verliest je onschuld op de een of andere manier. Je denkt dat je de juiste dingen doet om de juiste redenen. Dat je het voor je land doet. Zo ben je opgevoed. Ik was twintig jaar lang een Marine. Maar dan ga je daarheen en je ziet een catastrofaal verlies, een catastrofale algemene vernietiging. En elke dag wordt het moeilijker om dat te rechtvaardigen. Ik voelde me verscheurd, ik voelde me kwaad, ik voelde me moe en voor de eerste keer in mijn leven voelde ik me oud. We praatten erover onder elkaar. We keken elkaar aan. Ben jij oké? Nee, ik ben niet oké. Het ziet er zo anders uit op televisie dan in werkelijkheid. Als je rondreed en je zag hoe vrouwen en kinderen naar je keken... Daarom, als je terugkomt, ben je niet meer dezelfde.''

Gunnery Sergeant Cogburn wendt zich af en veegt een traan weg.

Ik vraag haar hoe het komt dat de meesten die terugkeren uit Irak gesterkt zijn in hun geloof dat Operation Iraqi Freedom de wereld verder helpt. ,,Het verschil is dat ik vervroegd pensioen kon nemen. Ik kan eerlijk zijn. Ik hoef niet terug. Als je daar een vriend bent kwijtgeraakt, dan moet je het in je hoofd wel zo draaien dat het de moeite waard was.''

Ze huilt. Dit is de eerste keer in deze workshop dat ik over het innerlijke conflict van militairen in actie hoor. Er bestaat dus nog twijfel.

De volgende morgen sta ik in een woonwijk van Camp Pendleton met enkele honderden familieleden te wachten op de terugkeer van de 11de Marine Expeditionary Unit (MEU) uit Irak. Het is het begin van de grote wisseling van de wacht. De Amerikaanse troepenmacht in Irak blijft op dezelfde sterkte, maar de Marines, grotendeels op Californische bases gerekruteerd, worden afgelost. De oostkust is aan de beurt.

Een bejaarde vrouw wordt omringd door springende jongeren van uiteenlopende leeftijden met spandoeken, Welcome Home Tio Luis! en New York Loves You! Elena Molinari, oorspronkelijk uit Ecuador is met twee generaties uit New York gekomen om haar kleinzoon te zien. Een peloton van de 11de MEU komt strak in de pas de hoek om marcheren. De families rennen schreeuwend en juichend op hen af. Spandoeken raken verward in kinderbenen, kinderwagens worden slingerend over de straat gesjeesd, taarten vallen op de stoep. Het peloton maakt pas op de plaats en wordt ontbonden. Geliefden en echtparen vallen elkaar in de armen. Tio Luis tilt zijn grootmoedertje op en kust tegelijk zijn vrouw, terwijl zijn nichten zijn benen omhelzen. Even verderop zie ik een jonge Marine verbaasd naar een slapende baby kijken. Zijn vrouw, nog geen achttien: ,,We zijn halsoverkop getrouwd toen we hoorden dat hij moest gaan. Vier dagen na de bruiloft was hij weg.''

De leider van de eenheid, Gunnery Sergeant Collins, houdt een geïmproviseerde persconferentie midden op straat met een kind op de arm. De 11de MEU heeft op deze trip zeven man verloren. Een bitse verslaggeefster roept hem toe: ,,Hoe komt u aan die bijnaam Rambo?'' Gy Sgt. Collins zwaait zijn zoontje op een andere heup: ,,Ach, dat heb ik aan de oorlog overgehouden. Ik vind dat je de mannen leiding moet geven door voorop te gaan en het voorbeeld te geven.''

Een oudere vrouw in een rolstoel wordt voortgeduwd door een stramme oude baas met een veteranenpet op. Hun twee kleinzonen, tweelingen, zijn bij de Marines en nu is ook de tweede teruggekeerd.

Heeft u als Tweede-Wereldoorlog-veteraan twijfels over Irak, vraag ik de man.

,,Zeker, maar ze hebben me niets gevraagd.''

Hebt u het er wel eens met uw kleinkinderen over gehad, of ze wel moesten gaan?

,,Als ze het ons gevraagd hadden... Maar ze waren net 17 toen ze gerekruteerd werden. Ik denk dat ze geen moment hebben stilgestaan bij het waarom van deze oorlog.''