Hollandse Samaritanen

Op 20 september 2001 sprak een politicus deze indrukwekkende woorden: ,,Ze haten wat we hier voor ons zien in dit Huis – een democratisch gekozen regering. Hun leiders hebben zichzelf tot aanvoerders uitgeroepen. Ze haten onze vrijheden – onze vrijheid van godsdienst, onze vrijheid van meningsuiting, ons stemrecht, onze vrijheid te vergaderen en onze vrijheid om met elkaar van mening te verschillen.'' Het was negentien dagen na de terrroristische aanval op de Verenigde Staten.

Wie sprak hier en wie vertegenwoordigde hij? In de oude wereld, met haar links/rechts tegenstelling, zouden we deze spreker tot de linkse categorie gerekend hebben. Zou een linkse leider zoals GroenLinks-fractievoorzitter Femke Halsema dit soort gedachten kunnen uitspreken? Zou zíj begrepen hebben dat de terroristische aanval van 9/11 de strijd tussen de vrije en onvrije wereld aan de oppervlakte heeft gebracht? Nee, omdat deze zienswijze in strijd is met de postmodernistische religieuze benadering van Halsema en haar partij. Bovenstaand citaat is afkomstig uit een toespraak van president Bush – een toespraak die doortrokken was van de retorische kracht van de neoconservatieve denkers. Oeps! Hoe durf ik die foute neo's te noemen?

In deze krant van 13 maart vroeg René Moerland aan Femke Halsema wie in haar ogen hysterisch zijn. VVD-fractieleider Van Aartsen en zijn CDA-collega Verhagen, antwoordde ze. En wel omdat de één een nieuw patriottisme bepleit en de ander de grondrechten wil onthouden aan potentiële terroristen. Vervolgens vraagt Moerland: waarom stellen zij zulke dingen voor? Het antwoord dat mevrouw Halsema daarop geeft, doet me denken aan typische Midden-Oosterse complottheorieën: ,,Het past in een neoconservatieve agenda. Ze maken van grondrechten een politiek instrument in handen van de macht. Zo wordt bij mensen tegenmacht weggehaald. Dat vind ik neoconservatief.''

Wat een hysterische onwetendheid. Dit antwoord zou je verwachten van de eerste de beste geitenhandelaar in Medina of Basra. Wanneer polderpolitici hun vocabulaire internationaliseren, krijgen we dit soort komische taferelen te zien.

Waar gaat het om? In tegenstelling tot de Amerikaanse conservatieven zijn de zogeheten neoconservatieven niet zozeer christelijke geëngageerd. Neoconservatief is slechts een aanduiding voor de christelijke, joodse, islamitische en ongelovige Amerikanen en niet-Amerikanen die al dan niet een linkse achtergrond hebben. Denkers die nauwe contacten hadden en hebben met de politici. Ze vormen geen coherente beweging, laat staan een politieke groepering. Uiteraard is een aantal neo's aan de macht zoals: Paul Wolfowitz, de onderminister van Defensie; Hamid Karzai, de gekozen president van Afghanistan; Zalmai Khalilzad, de Amerikaanse ambassadeur in Kabul en de speciale afgezant van president Bush in het Midden-Oosten; Azar Nafisi, de voormalige hoogleraar Engelse literatuur in Teheran en adviseur van Paul Wolfowitz inzake de islamwereld én de schrijfster van het beroemde boek Reading Lolita in Teheran.

De neoconservatieven vertegenwoordigen een manier van denken die, historisch gezien, tot het linkse spectrum behoorde. Het boek van Ivo Daalder en James Lindsay Amerika ontketend, de Bush-revolutie in de buitenlandse politiek, is de beste studie die tot nu toe over de neo's is geschreven. Beide auteurs behoren tot de onverdachte kringen van wetenschappers, ze maakten deel uit van de staf van de National Security Council tijdens het presidentschap van Bill Clinton. Volgens Daalder en Lindsay vond een kleine minderheid van de Amerikaanse hegemonisten onder leiding van Wolfowitz dat ,,Amerika actief zijn superieure militaire, economische en politieke macht moest gebruiken om een wereld naar zijn evenbeeld te scheppen''. Met het evenbeeld wordt een democratische rechtsorde bedoeld waarin respect voor mensenrechten buiten kijf staat. Deze groep wordt door de pers aangeduid als neoconservatieven, omdat de conservatieven vaak een zeer beperkte beschrijving van het nationale belang hanteerden en daardoor waren ze zelden bereid actief deel te nemen aan de wereldwijde strijd om de democratie.

Daalder en Lindsay zijn terecht van mening dat het correcter zou zijn om de neo's als `democratische imperialisten' aan te duiden. Dit impliceert uiteraard een omkering van de traditionele rechts-links-verhouding: links is nu rechts geworden, wil vooral het onverzadigbare geluk van het eigen volk bevorderen en is bereid als een barmhartige Samaritaan via het internationale overleg de wereldbedelaars te helpen. Rechts is revolutionair geworden en wil de wereld definitief democratiseren ten einde de voorwaarden te scheppen voor vrede, veiligheid en menselijkheid. Dit alles is niet te verteren voor de Hollandse Samaritanen die een onbetwistbaar monopolie op het goede claimen.

Dienovereenkomstig lijkt Groenlinks met haar gelovige moslimsbrigade op een klassiek conservatieve beweging die het wel over de slechtheid van de islamitische mannen wil hebben, maar niet over de juridische, politieke en culturele wortels van die slechtheid, te weten profeet Mohammed ibn Abdollah. En Van Aartsen met zijn liberale achterban is het voorbeeld van een revolutionair emancipatoire beweging: gelijkheid, vrijheid en veiligheid.

Het is dan ook onbegrijpelijk dat Halsema beweert dat zíj de ware opvolger van Thorbecke is. Zou een hedendaagse Thorbecke het moslimsterrorisme niet willen bestrijden? Zou hij niet bezorgd zijn geweest om de islamisering van een liberaal land? Gelet op de grote eerbied die Halsema voor mohammedanisme heeft, moet zij zich wellicht in de eerste plaats met één van de vrouwen van Mohammed vergelijken en níét met Thorbecke.

Thorbecke zou met instemming de woorden van Bush hebben aangehoord: ,,Deze terroristen doden niet alleen om levens te vernietigen, maar ook om een manier van leven te verstoren en te verwoesten.''

Het zijn de democratische imperialisten en niet de Halsema's van deze wereld die het democratisch strijdvuur hebben aangestoken in Kabul, Bagdad, Damascus, Beiroet en Kairo.