Hollands dagboek

Wie Annejet van der Zijl, die het waargebeurde verhaal reconstrueerde van een jonge Surinaamse student en een Hollandse huismoeder die in de jaren dertig van de vorige eeuw verliefd op elkaar werden en tijdens WO II joden hielpen onderduiken.

Waarom Omdat zij tijdens de boekenweek elke dag optredens had en daar erg aan moest wennen. Maar van Sonny Boy zijn in vier maanden tijd 50.000 exemplaren verkocht. En ze krijgt bloemen van een 85-jarige man die tot nu toe nooit over de oorlog had willen lezen.

Schrijft: `Zie scheel van alle complimenten en wit van slaapgebrek, en zit de hele dag te sippen op de bank.'

Woensdag 9 maart

Vroeg op wegens boekenbal-logees, katterig vanwege datzelfde bal. Niet alleen omdat het daar laat werd, maar vooral door de uitgebreide evaluatie thuis onder de hanenbalken, in pyjama en met veel wijntjes. Eensgezind concluderen dat dit ons gezelligste bal ooit was geweest – haast gemoedelijk qua sfeer en zo verloren als eerdere jaren voelden we ons ook niet meer. Al blijft het natuurlijk wel de jaarlijkse literaire apenrots. Hoe mooier het plekje dat het CPNB je heeft toebedeeld, hoe meer aapjes staan te kijken en te bedenken dat zíj daar eigenlijk hadden moeten zitten.

Ondertussen loop ik me tussen de rondslingerende feestkleding, lege flessen en logeerbedden warm voor de aftrap van m'n lezingentournee, vanavond in Tilburg. Tussen de bedrijven een haastig afscheid van J., die een week voor werk naar Frankrijk gaat. `Circus Jetje' zoals hij mijn uithuizige activiteiten noemt, is vanaf nu een onewomanshow.

Met het oog op filegevaar besluit ik al om vier uur weg te rijden met de onlangs speciaal voor dit doel aangeschafte auto, om precies te zijn een Panda met zes airbags en alle veiligheidsbevorderende gadgets die de dealer maar in huis had. Dat laatste omdat ik behalve een rijbewijs (gehaald in Friesland), ook in het bezit was van een diepgaande rijvrees (opgedaan in het immer hoffelijke Amsterdamse stadsverkeer). Inmiddels rij ik er nog wat onwennig, maar toch al reuze trots in rond.

Naar Tilburg leer ik in ieder geval filerijden – het is al bijna zeven uur als ik door de dienstdoende interviewer als (zijn woorden) ,,een verdwaald vogeltje'' van een stadspleintje geplukt wordt. Vogeltje wordt gevoederd, zit om acht uur scherp op het podium, en kwettert er lustig op los. Boekenweek 2005 is nu echt begonnen.

Donderdag

Dat ik vannacht heelhuids ben thuisgekomen mag een wonder heten – en dat lag geenszins aan de Tilburgers of de mooie boekhandel Gianotten. 's Avonds zo'n eind naar huis rijden blijkt toch iets anders dan een ritje maken op een mooie zondagmiddag met een man die voor je inparkeert. Vooral het vinden van een parkeerplaats rond middernacht in de oude binnenstad van Amsterdam is een crime. Uiteindelijk draai ik 'm met bonzend hart achterin in op een zelfs voor een Pandaatje onmogelijk smalle plek aan de Achterburgwal, angstwekkend dicht aan de waterkant. Het duurt uren voor ik rustig genoeg ben om de slaap te vatten.

De volgende ochtend de agenda er maar eens bij gepakt om te zien hoeveel lezingen er nu eigenlijk zijn binnengedruppeld de afgelopen maanden. Tot mijn schrik tel ik er zestien, op twaalf dagen. Goddank hoef ik vanavond niet alleen. Als vriendin M. die middag aan komt fietsen om me te vergezellen naar boekhandel Bensmann & Blankstein in Rotterdam-Overschie, sta ik al met het autosleuteltje te wapperen. Leren rijden doe ik voorlopig wel buiten de boekenweek.

Vrijdag

Ik word met een schok wakker: ik droomde dat ik op een treinstation stond en me plots herinnerde dat ik die middag een lezing had. In paniek rende ik naar het perron, maar daar bleek de trein finaal uit de rails gereden, het hele spoor versperrend. En geen Panda te bekennen. Eenmaal wakker realiseer ik me dat die lezing pas vanmiddag is, en dat ik behoorlijk in de stress zit.

Aan Overschie lag het niet, want een prettiger soort lezersavond dan daar is nauwelijks denkbaar. Het ligt aan mij. Ik ben niet gebouwd op het artiestenbestaan. Op het moment zelf gaat het prima, maar na afloop ben ik een leeg ballonnetje. En dat late thuiskomen en onregelmatige eten is een ramp voor zo'n doorgewinterde huismus als ik. Maar the show must go on en dus manoeuvreer ik de Panda rond het middaguur door weer en wind naar Leiden. Naast me uitgever V., die geen rijbewijs heeft en bovendien liever boeken leest dan kaarten. Ik dank de hemel voor mijn navigatiesysteem, door J. voorzien van een warme Belgische damesstem en dus Germaine gedoopt.

In boekhandel Van Stockum legt een aimabele historicus mijn Sonny Boy onder de wetenschappelijke loep. Ik vang iets op over `problematiseren'. Ik had, begrijp ik, iets moeten problematiseren of juist niet? Vervolgens race ik terug naar Amsterdam, alwaar literair agent P. en diens vriend annex chauffeur W-J me opwachten om naar Boekhandel De Ark in Almere te gaan. Je krijgt toch wel een merkwaardig wereldbeeld gedurende zo'n tournee – er bestaan alleen nog maar sympathieke boekverkopers en stralend publiek, dat geduldig staat te wachten op een krabbel in hun boek.

Uitgeput en uitgehongerd eindigen we in wegrestaurant Gouden Huis. P. krijgt de Chinese kok zo ver dat hij ons ondanks het late uur weer op verhaal brengt met kippensoepjes. Tegen middernacht rol ik in bed, maar alweer schrik ik na een paar uur wakker. O God, ik heb Germaine in de auto laten zitten! Dat betekent in deze buurt gegarandeerd autobraak. Uiteindelijk vind ik haar onder mijn tas. Ze staat nog steeds aan, en als ik haar vastpak, zegt ze: `Over vijftig meter rechtsaf'.

Zaterdag

Dipdag. Mis man, mis mijn eigen rust en regelmaat. Zie scheel van alle complimenten en wit van slaapgebrek, en zit de hele dag te sippen op de bank. Zo rustig en overzichtelijk mijn gewone leven is, zo verwarrend, kleurig, druk en intensief is het nu. De aandacht is nog een stuk heftiger dan bij Anna, en bovendien kon ik me toen lekker verschuilen achter Annie M.G. Schmidt. Nu lijkt het wel alsof mijn huid na elk optreden dunner wordt. En dan wordt je ook nog eens bepoteld en besnuffeld door de media. `De verleiding van Annejet' kopt een krant naar aanleiding van een optreden. Welja.

En het ergste is natuurlijk dat de hele wereld ervan uitgaat dat ik loop te huppelen van plezier omdat het allemaal zo goed gaat. ,,Iedere lezeres wil jou zijn'' mailt een vriend naar aanleiding van reportages in vrouwenbladen. Ondertussen wil ik mezelf vandaag helemaal niet zijn, en voel me een ondankbaar mormel. Buiten is het koud en naar, en vanavond moeten we naar de Leesnacht in Den Haag. Gelukkig gaat uitgeefster a.i. J. mee, mét rijbewijs.

Zondag

Vandaag, hoera, is een lummeldagje. Ik verzoen me weer een beetje met mijn bestaan – de Leesnacht was tenslotte toch wel heel leuk om mee te maken. Ik had een perfecte interviewer en was daar niet de enige en zeker niet de grootste attractie, dus kon heel ontspannen rondlopen. In m'n oudste kloffie naar de sportschool, boodschappen gehaald, post gedaan. 's Avonds bij buurvrouw M. voor de televisie gehangen. Vroeg naar bed, voor het eerst in tijden weer eens lekker doorgeslapen.

Maandag

De nieuwe week hakt er meteen flink in, met achter elkaar een literaire lunch in Ulvenhout, High Tea in de bibliotheek van Breda, diner bij de Rotary en literaire avond in de bibliotheek van Oosterhout. En ik maar babbelen, babbelen, babbelen. Marketingbaas P. van de uitgeverij scheurt de Panda rond alsof het haar eigen bolide is en de immer enthousiaste boekhandelaar R. van Van Kemenade & Hollaers, tevens aanstichter van dit alles, sleept me met verve door alle optredens heen. Moe en met een lam signeerpootje, stommel ik laat die avond de trappen naar mijn huis weer op, mijn armen vol bloemen en bonbons.

De mooiste bloemen kwamen van een 85-jarige man die het woord nam tijdens de lunch. Hij had zelf in allerlei kampen gezeten en zijn leven lang nooit een boek over de oorlog willen lezen. Maar aan Sonny Boy was hij toch begonnen. En beter nog, hij had het uitgelezen. Terwijl hij sprak, kroop ik bijna onder tafel van verlegenheid, maar het maakte mijn dag, misschien wel de hele week.

Dinsdag

Het voordeel van zo'n marathon is wel dat één optreden per dag opeens een makkie lijkt. Vanavond naar Medemblik, wat betekent dat ik overdag tijd heb om het huis op te ruimen, bloemen in het water te zetten, de wasmachine te laten draaien. En buiten lonkt de lente – op het dakterras zijn opeens krokussen en blauwe druifjes verschenen.

Woensdag

Voor een kleine plattelandsbibliotheek had Medemblik een mooie opkomst, die bovendien iets bijzonders meemaakte, want ik werd vergezeld door S., schoondochter van Sonny Boy. Niet in het minst gehinderd door plankenkoorts vertelde ze hoe het is als je familie tot onderwerp van een boek gemaakt wordt. Terug in Amsterdam bleken de parkeergoden een plekje pal voor mijn huis te hebben vrijgehouden, ook heel fijn.

Vandaag is de lente definitief doorgebroken, en mijn goede humeur ook. De rozemarijn bloeit, man is weer terug en vanavond sta ik in Badhoevedorp, wat betekent dat ik gewoon thuis kan koken en eten. En van de berichten van het verkoopfront wordt ik toch ook wel heel blij: de uitgeverij meldt dat precies vier maanden na verschijnen de 50.000ste Sonny Boy de toonbank over is gegaan. Wie had ooit kunnen denken dat dit onbekende verhaal zó'n hit zou kunnen worden?

Donderdag 17 maart

De Badhoevedorpse bibliotheek deed niets om het feestje te verstoren, en Boekhandel Bouwman in De Bilt waar ik deze avond ben, maakt er ook al iets bijzonders van. De mooiste reactie komt van een bezoekster die werkt in de gevangenis van Rotterdam en vertelt dat Sonny Boy een groot succes is onder de Surinaamse gedetineerden daar.

Ik heb inmiddels wel in de gaten dat artiestengeluk voor een groot deel schuilt in de begeleiding: deze avond hebben agent P. en twee van zijn boomlange medewerkers zich in de Panda gepropt. Nog twee dagen en vier optredens en dan is Boekenweek 2005 zelf geschiedenis en kan Circus Jetje haar tenten – voor zolang als het duurt – weer inpakken. En dan toch maar eens leren inparkeren.

Sonny Boy is een groot succes onder Surinaamse gedetineerden