Het begin

Handboogschieten, dat is beslist geen sport voor watjes! De pijlen van de beginnertjes bereiken al een snelheid van honderddertig, de gevorderden jagen ze in of naast het bord met een imponerende driehonderd kilometer per uur. Vijfmaal per week is er een trainingsavond in de plaatstalen hal van handboogschutterij Almere, gelegen in een donkere buitenwijk van de snelst groeiende stad van Nederland. De kleintjes vanaf acht jaar zijn als eerste aan schot, de afstand tot het bord is voor hen beperkt tot achttien meter. Begonnen wordt met het gezamenlijk losmaken van spieren en hoofdjes. Vervolgens worden bogen en pijlen uit de rekken gehaald en stellen de kinderen zich in één lijn op, daarbij zorgvuldig in het oog gehouden door de senioren. Die indien nodig aanwijzingen geven over de wel of niet correcte schiethouding, de afstelling van de boog en het juiste moment om de pijl maar eens los te laten. Elke inslag in het bord gaat gepaard met een doffe klap, deze avond zal er amper een in de achterwand denderen. Als iedereen zijn pijlen verschoten heeft, wordt er op commando gezamenlijk naar de borden gewandeld en met veel gezucht en gesteun geprobeerd de pijlen eruit te trekken. Dit ritueel zal zich deze avond zo'n tien keer herhalen. Omdat de boog niet altijd gespannen kan blijven, wordt de avond voor de kleintjes besloten met het schieten op zelf meegebrachte alternatieve doelen; ballonnen, tekeningen en zowaar een teddybeer.

Dit is de elfde aflevering over kinderen en sport.