`De tijdbom tikt onder de wereldeconomie'

Zelden stond de wereldeconomie zo uit het lood als nu. Topeconoom Stephen Roach van zakenbank Morgan Stanley maakt zich zorgen. ,,Ik geloof niet dat de wereldwijde autoriteiten in actie komen, totdat er een crisis is.''

Bijna drie miljard dollar, zo ver is het bedrag inmiddels opgelopen dat de rest van de wereld elke werkdag naar de Verenigde Staten moet sturen om de groeiende tekorten op de Amerikaanse betalingsbalans bij te passen. Amerika consumeert op de pof, Azië levert de goederen en de bijbehorende financiering, in de vorm van de aankoop van Amerikaanse aandelen en vooral staatsobligaties. En Europa? Dat draalt, terwijl het met een stijgende euro vrijwel als enige opdraait voor de dalende dollar op de internationale valutamarkt.

Zelden was de wereldeconomie verder uit balans dan nu. Maar het gevoel van een naderende crisis is er nauwelijks. Behalve dan bij Stephen Roach, de strateeg van zakenbank Morgan Stanley en met afstand de beroemdste econoom op Wall Street. Roach staat er bekend om dat hij nooit met de heersende wind meewaait. Hij bleef eind jaren negentig tegen de klippen op sceptisch over de Nieuwe Economie, terwijl zijn vakgenoten een voor een capituleerden. En Roach voorzag als eerste de Amerikaanse recessie die volgde op het instorten van de beurskoersen en de olieprijspiek in de herfst van 2000.

Op zijn kantoor in het Morgan Stanley-gebouw aan Broadway, Manhattan, toont Roach zich uitermate bezorgd over de huidige `onbalans' in de wereldeconomie. En nog meer bezorgd over het gebrek aan internationale coördinatie en politieke wil om daar wat aan te doen.

Tot nu toe investeert de rest van de wereld drie miljard dollar per werkdag in de VS. Maar hoe lang kan Amerika aantrekkelijk genoeg blijven om die financieringsstroom op gang te houden?

,,De beste manier voor de VS om aantrekkelijk te blijven is om de hoge productiviteitsgroei van de afgelopen tien jaar levend te houden. Als wij kunnen verzekeren aan investeerders - zowel de private sector als centrale banken - dat er hoog rendement op investeringen te behalen blijft bij een lage inflatie dan is de financiering geen probleem.''

Blijft het Amerikaanse productiviteitswonder inderdaad overeind?

,,Ik denk dat het zijn beste tijd gehad heeft. Van 1970 tot 1995 groeide de productiviteit jaarlijks met 1,5 procent. Dat was ontmoedigend. Daarna, over de laatste tien jaar, is dat enorm versneld tot 3 procent. Dat is buitengewoon. Wie kijkt naar de samenstelling van die uitzonderlijke productiviteitsgroei, moet constateren dat die een gevolg is van drie ontwikkelingen die niet kunnen worden volgehouden. Ten eerste is er de overgang van oude technologie naar de door informatietechnologie geleide samenleving en economie van vandaag.

Het heeft tien jaar geduurd om die overgang te maken. In 1995 ging een derde van de bedrijfsinvesteringen naar IT, nu is dat het dubbele. De `kapitaalsverdieping' die dit teweeg bracht heeft de arbeidsproductiviteit sterk verhoogd. Maar we kunnen dat niet herhalen, het aandeel van IT in de bedrijfsinvesteringen kan moeilijk naar 90 procent. De dagen van de kapitaalsverdieping lopen dus ten einde. En daarmee ook de zo gunstige calculatie van de productiviteit.

De tweede ontwikkeling is die van agressieve kostenbesparingen door bedrijven. Zoals wel vaker in de VS, hebben we die trend tot in het excessieve doorgevoerd. Wat eerst redelijk en nodig leek, is omgeslagen in een slash and burn-benadering. Het baanloze economische herstel is daar een uitvloeisel van. Maar de slinger zwaait nu terug. De banengroei neemt toe en bedrijven beginnen na te denken om de capaciteit uit te breiden. Dat geeft mij het signaal dat de druk om kosten te besparen, die nogmaals een belangrijk ingrediënt was van het productiviteitswonder, afneemt.

Het derde punt is dat we productiviteitsgroei hebben behaald door langere werktijden te eisen van werknemers. We hebben ze voorzien van gsm's, Blackberries, laptops en andere apparaten die hun effectieve werktijd hebben opgerekt met twintig procent. Dat verstoort de productiviteitsberekening. Naar mijn oordeel behelst een toegenomen productie als gevolg van langer werken geen echte productiviteitsstijging. Die heb je pas als er meer wordt geproduceerd per gewerkt uur. En veel meer informele uren zijn er nu niet meer uit werknemers te persen.

Wat gebeurt er als de rest van de wereld het geloof in de Amerikaanse wondereconomie verliest?

,,Ik denk niet dat we van de productiviteitsgroei van 3 procent teruggaan naar die van 1,5 procent van voorheen. Maar ook als we naar 2 procent gaan, dan is dat zeer relevant voor de perceptie die het buitenland heeft voor het rendement van investeringen in de VS en de inflatie. Dan gebeurt wat je normaal zou verwachten. De dollar gaat omlaag en de rente op de kapitaalmarkt stijgt. Het eerste hebben we al gezien, maar nog niet afdoende. Het tweede nog nauwelijks.

Die ontwikkeling zou de Amerikaanse consumentenuitgaven vertragen, die tot nu toe de motor waren van de wereldeconomie. En dat heeft gevolgen voor de rest van de wereld. Het ziet er niet naar uit dat de Europese consumenten dat gat gaan vullen, en de Aziatische consumenten ook niet. Dus ligt het voor de hand dat, in het geval van het wegvallen van de Amerikaanse consumptieve vraag, de wereld een periode van lagere groei tegemoet gaat.

Hoe kan het, dat iedereen dit gevaar wel ziet, maar er geen actie wordt ondernomen?

,,De internationale coördinatie van het economische en financieel beleid is een lachertje. Het is een verspilling van tijd, moeite en geld. Het model dat nu in de praktijk wordt toegepast, houdt in dat het beste beleid voor de wereldeconomie de optelsom is van het beste beleid voor alle individuele landen. Dat werkt niet. Voor mij is het een bewijs van de roekeloze incompetentie van de G7 dat de wereldeconomie zo uit balans heeft kunnen raken als nu. Het is onbevattelijk. Maar ze gaan maar naar hun bijeenkomsten en produceren daar nietszeggende verklaringen. Hoe kan je kijken naar de toestand van de wereldeconomie, met een ongekende discrepantie tussen de betalingsbalansen, de rentes op recordlaagte en een dollar die maar één kant op kan, en dan toch de boodschap uitdragen: `we bevorderen een beleid dat er op gericht is om een beter klimaat te scheppen voor de wereldeconomie'? Wat zegt je dat?

[Vervolg Crisis nodig: pagina 25]

CRISIS NODIG

G7, dat is de wereld van vijftig jaar geleden

[vervolg van pagina 23]

Dat iedereen intussen gewoon zijn eigen gang gaat?

,,Dat is het grote issue in de herbalancering. We hebben een foefje gevonden om alle onevenwichtigheden in de wereldeconomie op te tellen en die samen te herbenoemen als `evenwicht'. `Blijft u maar geld uitgeven in de VS, dan blijven wij dat in de rest van de wereld financieren. En kijk eens, dat doen we door Amerikaanse staatsobligaties te kopen, en zo houden we uw rente laag, en subsidiëren we dus de overtollige consumptie die wij van u nodig hebben om zelf te blijven groeien.' Dat is de logica.

De status quo van de laatste drie, vier jaar wordt gebruikt als een rechtvaardiging om dezelfde koers te blijven varen in de hoop dat de huidige situatie voor altijd kan blijven bestaan. Dat is een gigantische fout. Door de dag verder vooruit te schuiven waarop toch eens met de instabiliteit van de wereldeconomie zal moet worden afgerekend, wordt die instabiliteit alleen maar erger, en stijgt het risico van een pijnlijk eindspel, dat makkelijk een crisis kan worden.

In de jaren tachtig waren de grote landen wel in staat eendrachtig op te treden toen de wereldeconomie dreigde scheef te groeien.

,,Dat was opmerkelijk. In 1987 werd opgetreden tegen een overgewaardeerde dollar, en twee jaar later nog eens om de val van de dollar te keren. Maar die bereidheid om samen te komen zie ik nu niet.

Waarom niet?

,,Het antwoord ligt denk ik in de paradox van de globalisering. Er is wel de erkenning van de interdependentie die handdelsstromen, inflatiestromen en financiële stromen in de wereld teweeg brengen. Maar politici hebben in de weg gestaan van het ontstaan van een internationale architectuur die dit proces recht doet. Niemand wil de eigen nationale beleidsagenada ondergeschikt maken aan de bredere internationale orde. De globalisering is dramatisch versneld, vooral na 1995 met de opkomst van het internet. De ironie is dat dit tijdperk ook de opkomst heeft gezien van een supermacht die zijn gelijke in de moderne geschiedenis niet kent. De uitzonderlijke dominantie van de VS heeft in de laatste tien jaar de wereldeconomie uit het lood geslagen, maar niemand heeft de wil dat onder ogen te zien.

Is die toestand niet vergelijkbaar met die van vóór 1914, toen de globalisering ook floreerde, maar de natiestaat de wereldorde uiteindelijk in de weg stond?

,,Er zijn twee perioden van globalisering in de twintigste eeuw, die allebei door een wereldoorlog werden beëindigd. Globalisering floreerde ook in de late jaren twintig. Of de toestand van nu, waarin de economie wereldwijd zo uit balans is even dramatisch zal eindigen? Dat is een vraag waar we allemaal naar op zoek zijn. Zijn we de slachtoffers van de geschiedenis, of geloven we echt dat we de lessen geleerd hebben en zetten we een andere koers uit?

Wat denkt u?

,,Waar ik me nu de meeste zorgen om maak is de voortdurende ontkenning dat er een probleem is. Er is, zoals wel vaker is gebeurd, de verleiding een Nieuwe Paradigma aan te hangen dat kan verklaren dat excessen waarvan we dachten dat ze een probleem waren eigenlijk heel gewoon zijn. Er is het idee dat de globale onbalans van nu niet ter zake doet. Dat de financiering van de VS door het buitenland geen probleem is, dat de dollar als 's werelds reservemunt niet kan falen en dat lage rentes er voor altijd zullen zijn.

Is er een manier waarop de internationale coördinatie kan worden verbeterd en er werkelijk actie kan worden ondernomen?

,,Het klinkt cycnisch, maar totdat er een crisis is geloof ik niet dat de wereldwijde autoriteiten in actie komen. Zelfs tijdens de financiële crisis van Azië en Rusland in 1997-1998, die door de toenmalige minister van financiën Robert Rubin `de ergste sinds 60 jaar' werd genoemd - zelfs toen was er geen gecoördineerde beleidsagenda of actieplan.

Wat moet er veranderen bij de G7?

,,De G7 is een door Europa gedomineerde organisatie in een door de VS gedomineerde wereld. Dat is belachelijk. Waarom zou Europa vier stemmen hebben? Geef Europa één stem, misschien twee omdat er naast de Eurozone een nog klein maar belangrijk land is, het Verenigd Koninkrijk. Maar om China en India er niet in te hebben, en landen als Canada en Italië wél, dat is te gek voor woorden. Het is de wereld van vijftig jaar geleden.

We hebben de verkeerde architectuur om de problemen op te lossen van de globalisering. Het IMF en de Wereldbank zijn producten van de orde van na de Tweede Wereldoorlog. Ik zie niet hoe elk van deze twee opgewassen is tegen de eisen die de internationale economische problematiek in de geglobaliseerde wereld van nu stelt. De G7 zou een G5 moeten worden, inclusief China en India. Er is een permanente organisatie bij nodig met bestuurders die bevoegd zijn door hun nationale regeringen om de problemen te analyseren en indien nodig lastige oplossingen aan te dragen. Zo'n organisatie hebben we nu niet.

Ziet u dat er van komen?

,,Er is een grotere kans voor de wereld om te komen tot een andere architectuur als er een pijnlijke ervaring is, of de realisatie dat we daar dicht tegenaan zitten. Ik prefereer het laatste, maar de cynicus in mij zegt dat het het eerste zal worden. Het is jammer, maar dat is wat de geschiedenis ons leert.