`De openbare school heeft mensen als wij juist nodig, maar wat is het beste voor ons kind?'

Ook in Londen worstelen ouders met schoolkeuze. Het is een onderwerp aan de hand waarvan zich zeven jaar New Labour laten beschrijven. Zoals onze Britse correspondent doet in zijn afscheidsstuk. Moet je kind naar een openbare school, zoals Tony Blair propageert, of naar een dure privé-school, zoals Blair doet?

Paul Griffiths noemt het vanzelfsprekend dat kinderen openbaar onderwijs volgen. Toch heeft hij zijn spaarrekening aangesproken om zijn dochter Eleanor na de lagere school naar een Londense privé-school te laten gaan. Daar kan ze haar potentieel beter vervullen, zegt hij. Want middelbare staatsscholen zijn weliswaar gratis, maar de goede zijn dun gezaaid en het toelatingsbeleid is volgens hem een loterij. Ook zijn zoon Jacob gaat daarom na de openbare lagere school zo goed als zeker naar een privé-school.

Maria Margaronis vindt ook dat kinderen van allerlei verschillende achtergronden samen onderwijs moeten krijgen. Zo maken ze, met hun ouders, deel uit van de wijdere samenleving. Terwijl kinderen van rijke ouders die naar een privé-school gaan onder een glazen stolp leven. Maar haar dochter Zoe was ongelukkig op de openbare lagere school: ze verveelde zich en bleef klagen dat het werk veel te makkelijk was. In plaats van haar vaste juf had ze de ene vervanger na de andere, die geen speciale aandacht kon geven aan snelle (of langzame) leerlingen. Maria en haar man vonden het ook jammer dat de school door geldgebrek weinig aan muziek en tekenen kon doen. Daarom hebben ze Zoe van school gehaald. Sinds een jaar zit ze op een privé-school voor meisjes, waar ze dolgelukkig is. Maria weet nog steeds niet of ze goed heeft gehandeld. ,,Het is een vorm van arrogantie om beslissingen voor je kinderen te nemen'', zegt ze. ,,Maar je kind op die school laten wegens je principes, zelfs als ze ongelukkig is, is óók een vorm van arrogantie.''

De kinderen van Fiona Macintosh zitten op een openbare school. Sam, haar jongste, op de lagere en Josh, haar oudste, zit op een middelbare staatsschool. Josh' school haalt in het landelijke cijferklassement zeker geen topscores. Maar dat vindt Fiona niet het belangrijkste. Zij en haar man verdienen vermoedelijk genoeg om een privé-school te kunnen betalen, maar zouden het nooit doen. ,,Het staatssysteem heeft mensen zoals wij juist nodig'', zegt ze. ,,Het probleem is niet alleen dat openbare scholen te weinig geld hebben, maar óók dat de middenklasse zich er niet aan committeert. Er moet kritische massa komen. Dan zal het systeem blijken te werken.''

Linda Cullen is alleen met vier kinderen en verdient te weinig om zelfs maar aan een privé-school te denken. Maar ook als ze het wel kon betalen, zou ze haar kinderen op de openbare school houden, omdat het de beste afspiegeling van de samenleving is, zegt ze. Linda zag de tweedeling in het Britse onderwijs steeds scherper toen haar oudste dochter, Jade, in het laatste jaar van de lagere school zat. Rijkere ouders begonnen het onderwerp schoolkeuze te mijden. ,,Als ik vroeg naar welke school hun kind zou gaan, antwoordden ze vaak: O, dat weten we nog niet precies. En als ze wel toegaven dat hun kind op een particuliere school zou komen, zeiden ze er vaak bij dat hun vader of een oude tante het schoolgeld betaalde. Alsof ze het niet konden helpen.''

Ik kom Paul, Maria, Fiona en Linda al zeven jaar bijna elke dag tegen op een Londens schoolplein. Hun kinderen zitten en zaten op dezelfde lagere school als onze zoon en dochter. Paul, Maria, Fiona en Linda tonen elk een eigen kant van het dilemma dat veel Britten 's nachts wakker houdt. Ze stemmen alle vier progressief en zijn voorstanders van openbaar onderwijs. Maar Paul en Maria laten zien dat egalitaire idealen op gespannen voet kunnen staan met de vraag of het beschikbare openbaar onderwijs wel goed genoeg is voor hun eigen kinderen. Als de local primary of de comprehensive – de openbare lagere of middenschool om de hoek – niet bieden wat ze willen, wijken ze uit naar een privé-school, al moeten ze er een tweede hypotheek voor afsluiten.

Zulke scholen vragen duizenden ponden per jaar aan lesgeld en kunnen bogen op glanzende resultaten, zowel in de `academische' vakken als de muzische. Ze winden geen doekjes om hun ambities: privé-scholen voor lager onderwijs, prep schools, leiden hun leerlingen op voor het toelatingsexamen van een middelbare privé-school. En de middelbare privé-scholen helpen hun leerlingen om de drempel van Cambridge of Oxford te nemen. Zelfs als je niet super-slim bent, kun je er toch redelijke cijfers halen.

Fiona en Linda zien het anders: een school is óók een instrument voor sociale verandering. Hun kinderen in dat onzekere experiment storten maakt ze tot betere burgers. Een school hoort kinderen niet te selecteren, noch op talent, noch op de koopkracht van hun ouders. Een school hoort op te leiden voor het leven in de volle breedte.

Voor armere Britten is privé-onderwijs nooit een optie geweest, tenzij met een beurs, dus als vorm van liefdadigheid. De upper class en veel Tory-stemmers hebben vanouds principiële noch praktische bezwaren tegen onderwijs dat niet door de staat wordt verzorgd. Landelijk gaat bijna één op de tien leerlingen naar een privé-school. In Londen, waar relatief veel slechte staatsscholen zijn en relatief veel rijke ouders, is het zelfs één op vijf.

Maar voor het welvarende en Labour-stemmende deel van de middle class betekent de mogelijkheid om `private te gaan' vaak gewetensnood. Kiezen tussen eigenbelang en principes; overal waar ouders elkaar ontmoeten is dat een vast gespreksonderwerp dat de gemoederen hoog doet oplaaien. Want het is geen vrijblijvende keuze: Britten dwingen elkaar daarmee om hun politieke correctheid af te leggen. Het onderwijsdilemma is een test waarmee de Britten-uit-het-midden elkaar meedogenloos onthullen aan welke kant van de klassenmaatschappij ze echt willen staan.

Juist de gepijnigde middenklasse leverde de cruciale groep kiezers die in 1997 het land opnieuw een Labour-premier bezorgde. Onder de leus 'Education, education, education' beloofde Tony Blair om miljarden te steken in het openbaar onderwijs, dat Conservatieve regeringen achttien jaar lang hadden verwaarloosd. Sindsdien is er veel verbeterd: leraren verdienen een stuk beter en staken niet meer, scholen zijn gemoderniseerd, er is een nationaal leerplan, er zijn Cito-toetsen en een landelijk scholenklassement, en over de hele linie stijgt de lees- en rekenvaardigheid.

Tegelijkertijd is de ergernis toegenomen over ministeriële regelzucht en de lawine papier die leraren van het lesgeven afhoudt. Leraren en ouders klagen over de aanvinkmentaliteit die hand-in-hand gaat met het offensief om de standaard te verhogen. Zie de onpersoonlijke schoolrapporten. Niet: X heeft met veel plezier Winnie de Pooh gelezen. Wel: X heeft de afgelopen periode geleerd dat lezen het overdragen van betekenis via geschreven woorden is.

Na bijna acht jaar Labour-bestuur is ook duidelijk dat de middenklasse haar oude gewoonte niet heeft afgeleerd: de neiging om, als het uitkomt, van twee walletjes te eten. Ze gebruikt het staatsonderwijs nog steeds zolang ze er voordeel in ziet, met de optie van privé-onderwijs achter de hand voor als het tegenzit.

Premier Blair geeft zelf het voorbeeld: hij stuurde zijn kinderen naar scholen waarvoor betaald moet worden. Dat steekt principiële voorstanders van openbaar onderwijs nog het meest: als het erop aankomt, zijn sommige vrienden, buren en partijgenoten niet solidair. Dan gedragen ze zich als bondgenoten van de elite die al eeuwen goed onderwijs koopt. Misschien hebben ze wel geen belang bij de hervormingen die ze met de mond belijden. Dat berooft ze immers van hun opties. En met hun opportunisme houden ze de oude tweedeling in stand. ,,Je kunt nu links zijn en je kinderen toch naar een privé-school sturen'', zegt Fiona. ,,Dat toont de echte crisis.''

Waar gaat onze zoon naar school? Dat was een belangrijke (in elk geval de eerste) vraag die we wilden oplossen toen we bijna zeven jaar geleden naar Londen verhuisden. Voor Willem, toen negen, wilden we graag wat we in Nederland gewend waren: een goede openbare lagere school, voor jongens en meisjes, zonder verplicht uniform en graag in een beetje betaalbare buurt. Die combinatie bleek in Londen nogal zeldzaam.

Voor goede openbare scholen bleken onmogelijk lange wachtlijsten te bestaan. Bovendien namen ze alleen kinderen aan uit de directe omgeving, waar de huizen om precies die reden extra duur zijn. Goede particuliere scholen selecteren niet op postcode, maar zijn meestal ongemengd, geüniformeerd en vragen een fee die kan oplopen tot 16.000 pond (24.000 euro) per jaar. Dat konden we niet betalen en we vonden het ook principieel onzin. De derde optie, een christelijke staatsschool, viel ook af.

Uiteindelijk vonden we bij toeval een geschikte state primary in noordwest-London. Die school plukte net de vruchten van de regeringswisseling. Met het extra geld van Blairs onderwijsbegroting werd het gebouw, een bakstenen kolos uit 1906, verbouwd en konden overvolle klassen gesplist worden. In de nieuwe opzet bleek nog één plaats vrij. Die kreeg Willem, mits we in de buurt een huis konden vinden, en ook dat lukte ten slotte.

Het had wel een nadeel, want juist omdat we dicht genoeg bij Willems school woonden, woonden we nu te ver weg om in aanmerking te komen voor een plaats op een goede middelbare staatsschool in deze gemeente. Maar daar zouden we pas later achterkomen.

Op de school vonden we wat we (en hij) gehoopt hadden: merendeels enthousiaste leraren, leuke lessen en een vrolijke mengelmoes van kinderen, uit alle sociale klassen, die niet allemaal wit waren en die thuis ook niet allemaal The Queen's English spraken. Het leek kortom een aardige afspiegeling van de Londense samenleving, waarover ik voor deze krant een paar jaar zou gaan schrijven.

We hebben veel gelachen, bijvoorbeeld over het Engels dat het Nederlands van Willem (15) en Doortje (9) binnensijpelde (,,Mag ik nog een getoosterde boterham?''). We zagen bewonderend hoe de school er een sprankelend koor en een orkestje op na hield, en elk jaar uit het niets een musical optuigde. We moesten er wel aan wennen dat onze kinderen zelden zomaar een klasgenootje mee naar huis konden nemen of zelf spontaan bij klasgenoten thuis werden gevraagd. Want Britse ouders plannen kameraadschap voor hun kinderen liefst een paar weken van tevoren. Het was ook nieuw dat je voor elk klassikaal zwembad- of dierentuinbezoek schriftelijk toestemming moest geven om de school van schadeclaims te vrijwaren.

We ontdekten al snel dat veel niet was wat het leek. Dat `tea' voor de ene groep kinderen een kop thee betekende en voor de andere kinderen het avondeten, bijvoorbeeld. En ook dat veel uiterlijk onbezorgde ouders van de eerste groep kinderen intussen aan het calculeren waren.

,,Niemand wil zijn kinderen opofferen om het systeem te veranderen'', zegt Paul. ,,Als je je het kunt permitteren, kies je de school waar je kinderen de beste resultaten boeken, ook al zet je ze daarmee onder een sociale stolp. Deze openbare lagere school was goed en beschikbaar, maar een vergelijkbare middelbare school was hier niet. Als we Eleanor na de lagere school niet naar een privé-school hadden kunnen laten gaan, zouden we verhuisd zijn.''

Hij voelt zich niet schuldig over zijn besluit. Wel ,,ongemakkelijk''. Hij is blij dat hij het staatssysteem nog steeds steunt via de belastingen. En als leraar wil hij ook het liefst op openbare lagere scholen blijven werken. Met een slag om de arm. Want hij hoopt wel dat er na de komende verkiezingen, verwacht in mei, een einde komt aan de meet- en regelcultuur van de regering-Blair, die de love of learning in de weg zit. ,,Als een van mijn leerlingen een prachtig opstel schrijft over een ingrijpende gebeurtenis in haar leven, mag ik er geen cijfer voor geven. Omdat je emotie niet kunt wegen.''

Maria noemt het besluit om haar dochter naar een privé-school te laten gaan ,,hartverscheurend'' en niet de gemakkelijke uitweg die sommigen erin zagen.

Maar ze koos uiteindelijk voor het geluk van haar kind. Niet wegens de betere baan waartoe een privé-opleiding ontegenzeggelijk kan leiden. Maar omdat je je schooljaren moet gebruiken ,,om jezelf te openen'' en dat lukte op Zoe's oude school steeds minder.

Geld helpt wel degelijk gelukkig maken. Staatsscholen geven jaarlijks 2.000 pond per kind uit, evenveel als Maria en haar man per kwartaal aan de nieuwe school betalen. Voor dat geld krijgt Zoe een kleine klas met persoonlijke aandacht, en veel sport, handvaardigheid en muziek – de vertrouwde omgeving waarin Maria zelf ook naar school is geweest. Maar ze beseft ook dat de school ook een productielijn voor examens is. En dat Zoe het contact heeft verloren met jongens, met zwarte kinderen en met kinderen van working class-ouders. ,,Dat zal ze dus later moeten inhalen.''

Maria en haar man vonden dat de school hun kind in de steek had gelaten. Sommige ouders vonden het omgekeerde: dat zij de school in de steek hadden gelaten. Ze mijden Maria nog steeds als ze Theo, haar jongste zoon die nog steeds op Zoe's oude school zit, gaat halen of brengen. Toen Maria's echtgenoot Don vorig jaar in The Guardian hun motieven uitlegde, regende het ingezonden brieven, met het woord ,,hypocriet'' als rode draad. ,,Ik voel me wel droevig, maar niet schuldig'', zegt Maria een jaar later.

Fiona heeft sinds die tijd niet veel met Maria gepraat. Ze noemt het een illusie dat je door een privé-school werkelijk een betere opleiding zou kopen. ,,Je koopt vooral een uitweg uit de problemen die elke grote stad nu eenmaal heeft.'' Ze gelooft ook dat zulke ouders soms te weinig vertrouwen hebben dat hun kind het wel redt op een staatsschool en dat die kinderen zich daar vervolgens naar gaan gedragen. ,,Maar de `beste opleiding' is niet altijd de beste opleiding; daar komen veel kinderen die naar privé-scholen zijn geweest op een later moment in hun leven achter'', zegt Fiona.

Ze voelt zich maar over één ding schuldig, zegt ze: dat ze er zo laat achter kwam hoe geprivilegieerd haar eigen opleiding was. Ze denkt niet dat haar kinderen op de openbare school academisch iets tekortkomen. En ze is ervan overtuigd dat ze er in sociaal opzicht zelfs een stuk beter van zijn geworden. ,,Ik glim van trots als mijn zoon zegt: mam, mijn vriendje zus-en-zo zul je wel een beetje een yob [tuig] vinden, maar eigenlijk is hij best oké!''

En toch zou zelfs Fiona haar kinderen niet onder álle omstandigheden naar de comprehensive sturen, geeft ze toe. Als haar kinderen de enige middle class-kinderen op zo'n middelbare staatsschool waren, bijvoorbeeld. ,,Het is beter voor hun zelfvertrouwen als ze deel uitmaken van een groep'', zegt ze. ,,Veel comprehensives zijn nu helemaal geen comprehensives, juist omdat de middenklasse zich er niet aan waagt. Als dat in mijn buurt het geval was, zou ik verhuizen naar de omgeving van een betere staatsschool, ook al zijn de huizen daar duurder.'' Je kunt natuurlijk ook blijven wonen waar je woont en het geld dat je op je huis bespaart besteden aan fees voor de privé-school. Maar dat is niet hetzelfde, zegt Fiona. ,,Het schoolsysteem kunnen we alleen laten werken als we het samen doen. Juist voor de kinderen op school die minder keuze hebben dan wij.''

Linda's kinderen horen tot die categorie. En dat zal zo blijven. ,,Je hoort vaak dat privé-onderwijs een open systeem is, omdat slimme kinderen in aanmerking komen voor een beurs. Maar dan moet je eerst toelatingsexamen doen en om daarvoor te kunnen slagen als je van een openbare school komt, moet je bijlessen nemen. Dat kan ik ook niet betalen.''

Ze vindt het niet erg: als Jade, haar oudste dochter, het goed doet op de middelbare staatsschool, laat dat volgens Linda ,,haar echte potentieel'' zien en niet het kunstmatig opgeblazen resultaat dat de privé-scholen in hun broeikasklimaat weten te bereiken. Maar het knaagt wel eens. Jade houdt van exacte vakken. Maar haar school geeft science alleen als een gecombineerd vak. Haar beste vriendin is naar een privé-school en krijgt wel biologie en natuur- en scheikunde als afzonderlijke vakken. En een witte jas bij de scheikundeles. Dat zou Jade ook graag willen. ,,Als het er op aan komt, maakt geld de dienst uit'', zegt Linda. ,,Dat zou niet moeten.''

Voor ons maakte geld ten slotte ook de dienst uit. Toen Willem vijf jaar geleden een middelbare school moest kiezen, zochten we een leuke openbare, in de buurt, ongemengd, zonder uniform – het oude liedje. Het lukte niet. Voor de goede scholen woonden we te ver weg. En de slechte scholen wilden we hem niet aandoen. We probeerden het bij die ene grammar school in de buurt. Van die staatsgymnasia, ooit de enige route voor arme maar slimme kinderen naar de universiteit, heeft een handjevol de halfhartige Labour-hervormingen van de jaren zestig en zeventig overleefd. Voor de tweehonderd plaatsen in de brugklas schreven zich achthonderd kandidaten in. Willem zakte voor het toelatingsexamen. Zo kwam hij na nóg een examen alsnog terecht op een dure school met alleen jongens, die allemaal gestreepte blazers dragen. Met Latijn en Grieks, en een orkest en een bloeiende toneelclub en een scheikundelokaal met witte jassen voor iedereen.

Doortje zit nu in dezelfde klas waar Willem zeven jaar geleden begon, toen met een woordenboekje als zijn enige gezelschap. Dit is voor allebei het laatste jaar op hun school. Over een paar maanden zijn we ex-expats. Kan het zijn dat het een beetje als verraad voelt?

Paul Griffiths (45) groeide op in Essex en heeft zelf nooit op een privé-school gezeten. Hij werkte vroeger in de City en besloot na een episode als pr-adviseur tijdens de dotcomgekte om onderwijzer te worden. Hij heeft nu bijna zijn driejarige opleiding daartoe voltooid.

Fiona Macintosh (46) komt uit een welgestelde Schotse familie en zat tot haar zestiende op een particuliere meisjesschool, maar deed eindexamen aan een staatsschool. Ze is wetenschappelijk medewerker en doceert klassieke talen aan de universiteit van Oxford.

Maria Margaronis (46), dochter van Griekse immigranten, ging zelf naar een Londense privé-school voor meisjes. Ze is, samen met haar Amerikaanse man, Londens correspondent van het New Yorkse weekblad The Nation.

Linda Cullen (40) groeide op in Londen met haar Ierse moeder. Haar Jamaicaanse vader heeft ze nooit gekend. Als sociaal werker helpt ze langdurig zieke mensen, bijvoorbeeld met hun financiële administratie. Ze is kortgeleden een opleiding sociale wetenschappen begonnen.

Hans Steketee was vanaf 1998 correspondent in Londen en werkt nu aan een boek over het Verenigd Koninkrijk. Deze zomer keert hij terug naar Nederland in een andere functie bij de krant.