`De heerser sterft, maar het volk overleeft'

De schrijfster Nawal al-Sadaawi heeft zich kandidaat gesteld bij de presidentsverkiezingen in Egypte. Ze is kansloos, maar toch: eindelijk een Egyptische vrouw die Mubarak uitdaagt.

Hoge, bruingrijze woonkazernes in een doodlopende straat in Kairo. Binnen is de toegangshal grauw en vuil. Een kapot groen kinderfietsje verkommert tegen een muur. Hier woont misschien wel Egypte's beroemdste vrouw – voor de buitenwereld dan: Nawal al-Saadawi, schrijfster, feminist, arts en sinds kort ook zelfverklaard presidentskandidaat.

Op de 26ste etage doet Saadawi (73, grijze paardenstaart en zwarte omslagdoek) de deur open. Ze zet een koffertje uit de weg – over een paar uur vertrekt ze naar Europa voor optredens in Zweden en Nederland. Ze heeft een volgeladen pr-programma sinds ze vorig jaar president Hosni Mubarak uitdaagde. ,,Doordat ik me als kandidaat aanmeldde zijn de media in mij geïnteresseerd geraakt.''

Mubarak heeft intussen onder druk van luidruchtige maar nog kleine protestbewegingen en aangespoord door bondgenoten Amerika en Europa de presidentsverkiezingen opengesteld voor uitdagers. Tot nog toe nomineerde het parlement één kandidaat (de zittende president) tegen wie het volk vervolgens in een referendum ja of nee mocht zeggen.

Aan welke voorwaarden de nieuwe tegenkandidaten zullen moeten voldoen, is nog niet duidelijk. Zeker is wel dat Saadawi onder geen enkele omstandigheid president zal worden. Buiten Egypte is ze beroemd. Binnen heeft ze vooral vijanden gemaakt met haar nietsontziende strijd voor volledige scheiding van moskee en staat, en tegen hoofddoek en vrouwenbesnijdenis. ,,We hebben werk nodig'', zegt ze, ,,geen sluier of rozenkrans''.

Waarom heeft ze zich kandidaat gesteld? ,,Het was niet mijn idee, het was het idee van jonge mensen, mannen en vrouwen, die zijn afgestudeerd en werkloos zijn. Ze kwamen hier en ze vroegen mij te helpen om werk in het buitenland te vinden. Ik kon hen natuurlijk niet helpen. Ze waren zo gefrustreerd en ze hadden zo genoeg van armoede en het systeem. Ze vroegen me: `Waarom wordt u geen president? U kunt ons helpen en een ander systeem invoeren in plaats van de afhankelijkheid van Amerika. U kunt de economie en de politiek en het onderwijs veranderen.' Ik was eerst niet overtuigd, maar toen dacht ik: `Ik doe het!' Om de taboes te doorbreken. Dat er een Egyptische vrouw is die Mubarak uitdaagt.'' Ze lacht.

Had ze zich dan niet beter bij de oppositie kunnen aansluiten? ,,Er is geen oppositie. De officiële oppositiepartijen zijn in 1980 door president Sadat gecreëerd. Ik schreef toen een artikel in de oppositiepers dat politieke partijen niet kunnen worden gevormd door de president; ze moeten worden opgericht door het volk. Hij zette me daarom gevangen. Die officiële oppositiepartijen zijn totaal verlamd.''

In het buitenland krijgt de Ghad (Morgen) partij van Ayman Nour veel aandacht, vooral sinds hij eind januari de gevangenis inging. Een week geleden werd hij weer vrijgelaten en afgelopen woensdag liet hij weten zich ook kandidaat te willen stellen bij de presidentsverkiezingen. Nour is bekender in het buitenland dan in Egypte, zegt Saadawi. ,,Ghad is anders dan de andere partijen, o zeker, zeker. Het is een partij van zakenmensen.''

En daarmee heeft Saadawi helemaal niets. ,,Ik ben erg tegen kapitalisme, tegen klassenonderdrukking, mannelijke overheersing, patriarchale onderdrukking, tegen Amerikaans en Israëlisch kolonialisme. Ik ben tegen al die dingen. Ik ben erg radicaal. Ik ben het oneens met de economische politiek van zijn partij. Je kunt geen vrouwenbevrijding of werkelijke democratie hebben of armoede uitroeien onder het kapitalisme.''

Is de Amerikaanse druk op president Mubarak om te democratiseren niet nuttig? ,,George Bush is een werelddictator. Hij is geen democraat. Ik kwam twee dagen geleden uit de VS (waar ze doceert) en hij heeft ook geen democratie in zijn eigen land. De Amerikanen klagen ook over George Bush. Hij beperkt de vrijheid van de mensen onder het mom van de strijd tegen terreur. Het weinige dat hij ons brengt is de dood. Hij doodt ons – door militair geweld in Irak en Palestina, en hij doodt ons in Egypte economisch door de overheersing van de Wereldbank en het IMF en Amerika. Hij brengt armoede en de dood – en dan zou hij democratie brengen? Hij is een leugenaar!''

Logisch dat de Amerikaanse regering zich achter Nour opstelde toen hij in de gevangenis terechtkwam. ,,Ze steunen mensen zoals hij, met dezelfde ideologie. Toen ik gevangen zat, bleven de VS stil. Toen mijn organisatie in 1991 werd verboden, zwegen ze.''

Sommige intellectuelen in Egypte zijn bang dat grotere democratische vrijheid uiteindelijk zal resulteren in een bewind van de fundamentalistische Moslimbroederschap. Deze beweging is (nog) niet als politieke partij erkend, maar op sociaal-cultureel gebied heeft de regering haar door de jaren heen veel concessies gedaan. De macht van de islamitische censuur van de Azhar-universiteit, de invloedrijkste autoriteit van de sunnitische islam, en de zee van hoofddoeken in de straten van Kairo – veel meer dan tien jaar geleden – zijn daarvan vandaag de uitingen.

,,Mubarak doodde de moslimextremisten maar moedigde tegelijk de fundamentalisten op cultureel gebied aan. Hij is bang voor de socialisten omdat hij kapitalistisch is en pro-Amerika, en daarom collaboreert hij met de fundamentalisten. Dat heeft geleid tot een dubbele moraliteit: Amerikaans conservatisme en religieus conservatisme. En vrouwen zijn de slachtoffers. Ze moeten make-up op en de sluier om. Op de televisie zie je buikdanseressen Amerikaanse shampoo aanprijzen. En een halve seconde later zie je een religieuze leider die zegt dat de sluier goed is.''

,,Daardoor zijn de Moslimbroeders zo prominent geworden. Maar ze zijn niet de meerderheid. Egyptenaren zijn heel tolerant. Als we werkelijke vrijheid krijgen, als we onze partijen kunnen organiseren en de mensen mobiliseren zonder dat we de gevangenis ingaan, dan wint de Moslimbroederschap niet.''

Komt die vrijheid? ,,Waarom niet? Ik ben heel optimistisch. Toen we gevangen zaten onder Sadat, zeiden al mijn collega's: Hij gaat ons vermoorden. Ik zei tegen hen: hij wordt vermoord en wij komen vrij. En dat was precies wat er gebeurde. Mijn motto is: de heerser sterft, maar het volk overleeft.''