De cultuur van de angst lijkt overwonnen in het Midden-Oosten - maar wees niet al te optimistisch

Na jarenlange politieke stagnatie komt er nu beweging in het Midden-Oosten. Een soort Arabische perestrojka? Zou kunnen. Maar wat als regimes hard optreden tegen critici, zoals China deed op het Plein van de Hemelse Vrede?

Wanneer je hoort hoe lovend de Arabieren in de cafés in deze stad aan de Perzische Golf over George W. Bush spreken, is nauwelijks te geloven dat dit dezelfde Bush is die hier sinds zijn aantreden alom is afgekraakt. Maar toch brengt het warme briesje hier flarden van gesprekken vol met instemming met de vrome Amerikaanse president. Zijn hardnekkige roep om democratie in het Midden-Oosten klinkt minder als een preek dan als goed getimede aanmoediging.

Zowel intellectuelen als zakenlieden en arbeiders zijn tegenwoordig vol lof over Bush' nadruk op democratie en voor zijn houding jegens Arabische leiders die bondgenoten zijn van de VS. Velen bewonderen Bush ook om zijn onomwonden dreigementen aan het adres van Syrië, dat dit land zijn militairen en spionnen niet voor de verkiezingen van komende maand uit Libanon moet terugtrekken – een waarschuwing die de Verenigde Naties hebben onderstreept, met onmiddellijk effect. Niet dat Bush hier op handen wordt gedragen, maar gewaardeerd wordt hij zeker.

,,Goed dat hij aandringt op democratie'', zei een uit Egypte afkomstige vrouw in een restaurant in Dubai, luid genoeg om aan de omringende tafeltjes te worden verstaan. ,,Hij blijft erop hameren. Geweldig, toch?'' Aan een andere tafel sprak een Libanese man enthousiast over Bush' onomwonden, oneerbiedige optreden jegens de Arabische alleenheersers: ,,Het is goed dat er een vuur onder hun voeten wordt aangestoken.''

Van Casablanca tot Koeweit-Stad signaleren commentatoren in columns en op de Arabische satelliet-tv een nieuw klimaat voor voorvechters van de mensenrechten, constitutionele hervormingen, openheid in het zakenleven, de rechten van de vrouw en inperking van de macht. Al verschillen de ontwikkelingen van land tot land, ze hebben één ding gemeen: de angst die de Arabieren tientallen jaren psychisch in zijn greep heeft gehouden, wordt een klein beetje minder.

Los van wat Bush eigenlijk van plan is – en daarover hebben vele Arabieren en moslims nog hun twijfels – dragen de Amerikaanse president en zijn neoconservatieve entourage eraan bij dat er een hervormingsgezinde wind opsteekt en dat dynastieke dictaturen worden geconfronteerd met frisse tegenkrachten. Ik heb altijd gevonden dat de houding van Bush jegens het Midden-Oosten helemaal verkeerd was, maar nu vraag ik me af of hij misschien toch de juiste manier heeft gevonden om het islamitische huis op orde te brengen.

Voor gelukwensen is het nog te vroeg. Misschien laat Bush zich inspireren door president Ronald Reagan, die indertijd in Berlijn tot Sovjet-leider Michail Gorbatsjov riep: ,,Breek deze muur af''. Maar wie weet of het Midden-Oosten niet meer lijkt op het Peking van 1989 dan het Berlijn van toen. Terwijl het communisme in Oost-Europa en de Sovjet-Unie grotendeels onder zijn eigen gewicht bezweek, zonder directe Amerikaanse inmenging, werd een pro-democratische demonstratie in China neergeslagen. Wat komt er van het Amerikaanse beleid in het Midden-Oosten terecht als de autocraten, de vorsten en de religieuze fundamentalisten niet willen buigen voor de roep om vrijheid?

Toch is er de afgelopen twee maanden genoeg gebeurd om Arabische democraten licht in hun hoofd te doen voelen.

Op 9 januari beleefden de Palestijnen vrije verkiezingen waarbij de winnaar niet, zoals elders in de regio zo vaak is gebeurd, 99 procent van de stemmen kreeg. En binnen de Fatahbeweging van wijlen Yasser Arafat roepen jongere leden om voorverkiezingen voor nieuwe kandidaten voor de verkiezingen voor de wetgevende vergadering in juli.

Eind januari stapten acht miljoen Irakezen ondanks dreigend geweld naar het stembureau om een nieuw parlement te kiezen. Sindsdien hebben de winnaars onderhandeld en parlementaire groeperingen tegen elkaar afgewogen op een manier die niets heel laat van alle voorspellingen omtrent overheersing door de shi'ieten, en die ondanks de aanhoudende bomaanslagen en de onvrede onder de soennieten nog een toonbeeld van meerpartijenpolitiek zou kunnen worden.

In het ondoorzichtige Saoedische koninkrijk lieten op 10 februari prinsen van het koninklijk huis een straaltje licht binnen in de vorm van de eerste gemeentelijke verkiezingen in 42 jaar. En in plaats van te worden verwelkomd als een stap vooruit, werden die verkiezingen op Saoedische chatsites op internet belachelijk gemaakt als een poppenkast waarbij de helft van de bevolking – de vrouwen – niet mocht stemmen, en de helft van de winnaars door de overheid was aangewezen. Zulke boude uitspraken waren vroeger ondenkbaar. Ze laten zien dat de mensen geen genoegen meer nemen met scherts- of beperkte verkiezingen.

Het belangrijkst waren de demonstraties in de straten van Beiroet na de moord op de Libanese leider Rafiq Hariri op 14 februari. De moord was, in de woorden van Napoleons minister van Buitenlandse Zaken Talleyrand, ,,erger dan een misdaad; het was een blunder''. De moord legde alle verbolgenheid over dertig jaar bezetting, inmenging en moordaanslagen door Syrië bloot. Met de demonstraties tegen Syrië, en zelfs met de grootscheepse tegendemonstraties van Hezbollah, is een breed en – tot dusverre – geweldloos debat over de toekomstige inrichting van heel de Arabische wereld in gang gezet.

In het grootste Arabische land, Egypte, heeft president Hosni Mubarak op 26 februari met tegenzin bekendgemaakt dat dankzij een wijziging van de Grondwet ook anderen zich kandidaat kunnen stellen voor het presidentschap. Iedereen gaat ervan uit dat Mubarak, die al 24jaar aan de macht is, dit najaar, op zijn 77ste, nogmaals voor een termijn van zes jaar zal worden gekozen, maar toch: de sfinx heeft met zijn ogen geknipperd. Een ander bewijs van de druk die Bush uitoefent.

De beweging grijpt om zich heen. In Koeweit zijn vrouwen de straat opgegaan om stemrecht te eisen. Zij discussieerden met bebaarde islamistische parlementariërs over wat de koran wel of niet zegt over de rechten van de vrouw. Zij hebben de steun van de regering gekregen voor een nieuw voorstel aan het parlement. Daarop haastten de Saoediërs zich om te verklaren dat zij vrouwen zouden laten stemmen bij de volgende gemeentelijke verkiezingen. Of ze dat werkelijk menen, doet er niet toe – de Saoedische vrouwen hebben het gehoord.

Het gebeurt allemaal echt. En het is wel heel ironisch dat vele Arabische democraten jarenlang van alles hebben geprobeerd, maar dat het een gepassioneerd-christelijke Amerikaanse president is, iemand die Israël heeft gesteund en een Arabisch land is binnengevallen en te midden van veel geweld bezet houdt, die een positief effect zou kunnen hebben op de islamitische wereld. Het brengt mensen hier er toe het vers uit de koran te citeren over een ramp die goede vruchten afwerpt.

Het drukke gepraat over democratisering wordt versterkt door de satelliet-tv, internet en mobiele telefoons. Die vormen een nieuwe kluif voor autocratische regimes, die vooral veel ervaring hebben met stille repressie. Al-Jazira, met zijn tientallen miljoenen kijkers, heeft breeduit bericht over de protesten in Libanon, inclusief live-interviews vanaf het Plein der Martelaren in Beiroet, en debatten, analyses en talkshows. Ook de hier veelbekeken CNN en BBC hebben de gebeurtenissen van uur tot uur gevolgd.

De anti-Syrische demonstraties in Beiroet trokken jong en hip volk. Dat sprak hun welgestelde, ontwikkelde maar doorgaans weinig geëngageerde soortgenoten in heel de regio aan, en zo ontstond nieuwe belangstelling voor de politiek. Andere regeringen voelen blijkbaar dat de gevoelens op straat kenteren, want behalve Iran heeft er geen de kant van Syrië gekozen.

Al deze ontwikkelingen overstemmen, voorlopig althans, door hun intensiteit het gebruikelijke gesputter over vermeende Israëlische samenzweringen, neoconservatieve intriges en de Amerikaanse tegenslagen in Irak.

De leuze van deze prille volksopstand is Kifaya genoeg. Dat krachtige woord is zo vaag dat het alles dekt en toch effectief is: genoeg van alleenheersers, genoeg van corruptie, genoeg van bezetting, genoeg van repressie. Het heeft een magische, wellicht blijvende kracht verworven.

Abdel Moneim Said, een gerenommeerde Egyptische peiler van de stemming in de Arabische wereld, heeft in Asharq al-Awsat, een krant met een Saoedische eigenaar, betoogd dat de Kifaya-beweging nu al iets bijzonders tot stand heeft gebracht: ze heeft afgerekend met het versleten argument dat door `bijzondere omstandigheden' universele democratische beginselen niet zouden zijn weggelegd voor Arabieren en moslims.

Een politieke cartoon in de Jordaanse krant al-Ghad drukte uit dat de autocraten mogelijk hun langste tijd hebben gehad. Cartoonist Emad Hajjaj tekende vier standbeelden op sokkels. Het meest rechtse, van Saddam Hussein, zakt door zijn knieën en tuimelt tegen een vrijwel identiek beeld van de Syrische leider Bashir Assad aan, dat omkiepert tegen een beeld van Mubarak, dat op zijn beurt tegen een beeld valt waarvan het gelaat niet zichtbaar is.

Bush verklaarde in zijn inaugurele rede dat Amerika zich inzet voor de verbreiding van de democratie. ,,Iedereen die onder tirannie en uitzichtloosheid zucht moet weten: de Verenigde Staten zullen uw onderdrukking niet negeren, noch uw onderdrukkers vergoelijken. Wanneer u opkomt voor uw vrijheid, zullen wij u ter zijde staan.''

Het is niet de eerste keer dat een president Bush Arabieren heeft opgeroepen om in opstand te komen tegen hun onderdrukkers. In 1991 spoorde president George H.W. Bush de Iraakse shi'ieten en Koerden aan om in opstand te komen – maar toen Saddam Hussein terugsloeg, heeft hij hen in de steek gelaten.

Vraag is nu of de huidige president standvastiger is dan zijn vader. Hoeveel druk zal Bush uitoefenen op Mubarak, als hij tegelijkertijd van terrorisme verdachten naar hem toestuurt en rekent op hulp van Egypte in Gaza? Als Mubarak zijn voornaamste opponenten in de gevangenis houdt, als Syrië zijn spionagenetwerk handhaaft en Hezbollah als zijn rechterhand gebruikt, als de veelkoppige Saoedische koninklijke familie en haar fundamentalistische bondgenoten de macht in handen houden – wat is dan Plan B van Bush?

Niet één Arabische heerser zal vrijwillig meewerken aan democratische hervormingen. Hun regimes worden omgeven door een dichte haag van meelopers, die hangen aan hun financiële en politieke privileges. En al zijn de Arabische media veranderd, de regimes beschikken nog altijd over dezelfde dwangmiddelen die in het verleden zo effectief zijn gebleken.

Bovendien hebben veel voorstanders van verandering weinig op met een door het Westen geïnspireerd elan. Ook vormen gewelddadige extremisten een gevaar voor de in Irak en in de gebieden onder Palestijnse gezag geboekte vooruitgang.

In Libanon is Hezbollah een onberekenbare grootheid. In een eerder deze maand gehouden toespraak tot een half miljoen aanhangers die onder het vaandel van zijn beweging in Beiroet waren bijeengekomen, heeft Hezbollah-leider Hasan Nasrallah gezegd dat het eigenlijke doel van de Verenigde Staten en Israël niet is om de democratie in te voeren, maar om Hezbollah te ontwapenen en te ontmantelen. Het zou beter zijn als de zwaarbewapende Hezbollah, die al twaalf zetels heeft in het Libanese parlement, in het politieke proces werd betrokken, maar dat zou voor de regering-Bush moeilijk te verteren zijn. Hezbollah staat nog altijd op de Amerikaanse lijst van terroristische organisaties. Zal de regering bereid zijn tot een vergelijk?

Gezien de onzekerheid omtrent het Amerikaanse beleid is de belangrijkste vraag waarschijnlijk of de Arabische hervormers ook zonder noemenswaardige Amerikaanse steun effectief en voor een langere periode zullen blijven vasthouden aan hun eisen.

Je vraagt je af of dit meer dan een moment is; of het zal uitlopen op een reprise van de val van de Berlijnse Muur of op een reprise van de afgekapte Pekingse Lente. De regio mist de economische dynamiek van China, maar ook een Gorbatsjov en zijn perestrojka.

Op dit moment heeft het Midden-Oosten enkel demonstranten en dappere kiezers die, in de ene onvolmaakte verkiezing na de andere, met het ene e-mailtje na het andere, een cultuur van angst begraven. Voor het ogenblik is dat misschien al genoeg.

Managing director van de Strategic Energy Investment Group, een adviesbureau in Dubai. Hij was jarenlang correspondent in het Midden-Oosten voor The New York Times.

© LAT/WP