De Britten doen een wedstrijd wie het langst op zijn werk is - niets voor ons

De Britten zitten veel op kantoor, maar wat doen ze daar eigenlijk, vraagt Maarten Huygen zich af, die als commentator reist door de samenleving.

Voordat ik de Noordzee overstak, was ik gewaarschuwd. ,,Zoek je Britten die te hard werken? Dat heb ik nog nooit meegemaakt'', lachte een kennis die daar lange tijd woonde. Toch zijn de cijfers hard: de Britse fulltime man werkt gemiddeld 45 uur per week, de vrouw 41 uur, veel meer dan de fulltime collega's op het Europese continent. De maximum toegestane werkweek bedraagt 48 uur. Aan al dat werk kun je je niet zo gemakkelijk onttrekken met een deeltijdbaan. Lijkt me een ideaal land voor de werklustige minister van Economische Zaken Brinkhorst.

Maar Madeleine Bunting, journaliste bij The Guardian, schreef een felle aanklacht tegen de overwerkcultuur: Willing Slaves: How the overwork culture is ruling our lives. Zij had stapels post gekregen van die gewillige slaven toen ze het onderwerp in een column had aangesneden. Professionals die 70 uur per week maken en dan nog dagelijks tussen huis en kantoor pendelen. Niemand die zich verzet. De werkkring is het nieuwe gezin en iedereen voelt zich persoonlijk verantwoordelijk voor zijn taak. Je moet je problemen zelf oplossen. Dan ga je niet met de buitenstaanders van de vakbond collectief protesteren tegen onbetaald overwerk.

Vaarwel luiheid, de Britten zijn Japanners geworden. Als je 's morgens vroeg weer de pendeltrein neemt, is de zitting nog warm van de nachtelijke terugreis gisteren. En het helpt, want na een jaar of vijftien doorploeteren behoren de Britten tot de rijksten van Europa. Het Britse voorbeeld laat zien dat er geen eindige bak is met werktijd en banen die leegraakt als je er te veel van hebt uitgedeeld. Integendeel, de baan van de één verschaft extra werk en geld aan de ander. Ook asielzoekers en immigranten werken in Engeland. Noord-Afrikanen zag ik na een zware dag in het restaurant genieten van een verdiende halal maaltijd. Niet die sociale uitsluiting van Nederland, niet die taaie werkloosheid van Duitsland. Geen vruchteloze sollicitaties en geen zeurend debat over uitkeringskwesties.

Moeten wij het ook drukdruk krijgen? Brinkhorst vindt van wel. Dat vind ik ook als ik een antwoordapparaat aan de lijn krijg dat verzoekt om over drie dagen tussen tien en twaalf terug te bellen. Dat overkomt je bij de Britten niet. Daar begint de avondfile niet al om drie uur. Maar blijft er nog genoeg tijd om te leven en te zorgen als je altijd op kantoor zit?

Toevallig voert de Britse vakcentrale, de Trades Union Congress (TUC), net als de FNV, actie tegen de aangroeiende niet betaalde overuren. Er was zelfs een dag voor een stiptheidsactie van leden tegen overwerk. Dus het zou gemakkelijk moeten zijn om voor die ene dag die ik in Londen over had, zo'n gewillige, oververmoeide slaaf te vinden.

De TUC wilde mij daar best bij helpen, verzekerde een woordvoerder drie weken geleden aan de telefoon. Nu ze met zo'n stiptheidsactie bezig waren, moest dat niet moeilijk zijn. Een paar dagen later begreep ik dat een andere woordvoerder de speciale zware overwerkte gevallen onder zich hield en het was eigenlijk maar één geval. Een week later was de woordvoerster met dat ene geval ziek, dus ging het helemaal niet door. Toen ik weer eens doorverbonden wilde worden met de TUC-woordvoerder, hing de telefonist op, nadat ik hem tegen een collega had horen zeggen: ,,I am not his damned secretary.'' Daar was geen woord Japans bij.

Gelukkig kreeg ik na enig doorzetten een enthousiaste onderzoeker van de TUC aan de telefoon die vertelde dat het aantal arbeidsuren over zijn hoogtepunt heen was: ,,Het aantal uren kruipt een beetje naar beneden.'' Omdat de werkloosheid laag is, hebben werknemers een sterke onderhandelingspositie gekregen en ze eisen nu meer vrije tijd. Maar er wordt nog steeds voor 33miljard pond per jaar onbetaald overgewerkt, voegde hij daaraan toe.

Maar wat zeggen die cijfers? De conferentie waar ik een dag later kwam, begon pas om kwart over tien 's morgens. Dat schijnt gewoon te zijn. Gedurende de bijna anderhalf uur die waren gereserveerd voor refreshments druppelde iedereen binnen. Om negen uur beginnen lukt gewoon niet, maar telt de statisticus dat er wel bij? Omdat werknemers laat komen, gaan ze pas tegen zessen naar huis of naar de kroeg om samen de oververhitte zenuwen met liters bier te koelen, ook zo'n Japanse gewoonte. Pubs waar de beschonken uitgelatenheid van professionele mannen en vrouwen je tegemoet slaat zodra je de voordeur opent. In één van die kroegen buiten het centrum (op Clapham Junction), waar ik tot in de avond voor u dronk en mijn research deed (ook lange uren), merkte een oudere Zuid-Afrikaan in zakenpak op dat vooral buitenlanders hard werken en de economie overeind houden. Anderen bevestigden dat. Inderdaad, rijke, financiële gastarbeiders in wit-gestreepte Saville Row overalls met overhemd en stropdas. Zij maken de City te duur voor Britten maar stuwen de economie op tot grote hoogten.

Britten die ik vroeg naar lange werkdagen, reageerden verbaasd. Daar hadden ze nooit bij stilgestaan. Het gaat om de hoeveelheid tijd die je spendeert bij je baas, de face time, werd me uitgelegd. Net als in Amerika. Ook als er niets te doen is, moet je op je werk zijn. Dan kun je allerlei nuttige karweitjes doen, internetaankopen, vakanties regelen.

Mensen die lang werken, maken wel fouten. De productiviteit per gewerkt uur ligt in Groot-Brittannië aanzienlijk lager dan in luilekker-Nederland. Er wordt daar een duurprestatie geleverd die weinig zegt. Polen werken nog langer dan Britten. Het doet me denken aan de leerling die het altijd druk heeft met zijn huiswerk, omdat hij dag en nacht met zijn boeken rondhangt zonder er echt in te kijken.

Toen ik om 11 uur 's avonds in de underground zat vol goed in het pak stekende, alcohol uitwasemende mannen en vrouwen, was ik weinig wijzer geworden. Waarom doen de Britten het zo goed? Zijn het de hard werkende buitenlanders? Nederland heeft te veel deeltijd, maar een internationale wedstrijd wie het langst op zijn werk is, lijkt me niet wenselijk. Het is wel de toekomst, vrees ik.