China bepaalt het lot van Corus

De ontwikkeling van de staalprijs is een goede indicator voor de beurskoers van Corus: beide verdubbelden vorig jaar. Maar wat gebeurt er zodra de staalprijs weer gaat dalen?

Het aandeel Corus is geen `pennystock' meer. Twee jaar geleden, toen het Brits-Nederlandse staalconcern recordverliezen boekte en het Britse en het Nederlandse deel van het bedrijf nog vechtend over straat gingen, bereikte het aandeel een dieptepunt van 8 eurocent. Vorige maand stond het bijna acht keer zo hoog, met een piek van 62 eurocent.

Eerder deze week bracht Corus de cijfers naar buiten die al in de beurskoers waren verdisconteerd: een nettowinst van 446 miljoen pond (642 miljoen euro), de eerste jaarwinst sinds de fusie van British Steel en Hoogovens in 1999. Tussen 2000 en 2003 verloor Corus meer dan 2 miljard pond.

De omslag in de cijfers heeft alles te maken met de hoge staalprijs. Die verdubbelde bijna sinds januari vorig jaar, vooral door de expansief gestegen vraag naar staal uit China. Corus boekte overigens maar 19 procent meer omzet (die daarmee op 9,3 miljard pond kwam), doordat het merendeel van de prijsstijgingen pas in de loop van het boekjaar kon worden doorgevoerd en bijna 40 procent van de afzet vastligt in jaarcontracten met vaste prijzen. Pas bij de vernieuwing van die contracten, de meeste op 1 januari, zijn de staalprijzen naar boven bijgesteld – niet alleen bij Corus, maar ook bij andere staalproducenten wereldwijd, wat al heeft geleid tot winstwaarschuwingen van grote staalafnemers als de auto-, witgoed- en blikverpakkingsindustrie.

Het bedrijfsresultaat van Corus, in 2003 nog 66 miljoen pond negatief, kwam vorig jaar uit op 627 miljoen pond. Dat getal is het saldo van een aantal bewegingen. Het opwaartse effect van de hogere staalprijs droeg meer dan een miljard pond aan het bedrijfsresultaat bij, maar daar ging weer een negatief effect van circa een half miljard pond vanaf als gevolg van gestegen kosten voor met name grondstoffen (steenkool, ijzererts), transport per schip en energie. De saneringsoperatie `herstel van succes', die Corus-bestuursvoorzitter Philippe Varin sinds medio 2003 doorvoert, droeg 215 miljoen pond positief bij aan het bedrijfsresultaat – een derde van wat de operatie eind 2006 in zijn geheel aan besparingen moet hebben opgeleverd.

Maar vooralsnog is slechts een derde van het behaalde bedrijfsresultaat dus Corus' eigen verdienste, tweederde is het gevolg van externe factoren. Corus blijft daardoor zeer gevoelig voor schommelingen in de staalprijs – meer nog dan de belangrijkste Europese concurrenten Arcelor en ThyssenKrupp – omdat bij Corus 60 procent van de afzet naar sectoren als de bouw, de metaalbewerkingsindustrie en de staalhandel gaat, die hoofdzakelijk met kortlopende contracten (en dus schommelende prijzen) werken.

De koersontwikkeling van het aandeel Corus heeft, sinds het begin van de prijsstijging, gelijke tred gehouden met de ontwikkeling van de staalprijs. Met een verdubbeling van de beurskoers in 2004 volgde Corus de staalprijsontwikkeling zelfs een stuk nauwkeuriger dan Arcelor (plus 40 procent) en ThyssenKrupp (plus 10 procent). Weliswaar profiteerden hun beurskoersen, net als die van de mijnbouwconcerns die de grondstoffen leveren en de rederijen die ze vervoeren, van de opleving van de staalindustrie, maar niet zo veel als Corus.

Bij een bedrijf als Corus is de ontwikkeling van de staalprijs een betere maatstaf voor de koersontwikkeling dan de ontwikkeling van de winst, schrijft analist Michael Sones van ABN Amro in een onlangs verschenen rapport over Corus. Beleggers kijken immers het liefst vooruit, en de winst volgt met enige vertraging de ontwikkeling van de staalprijzen. Wie in dit type bedrijven wil beleggen, moet dus voorspellen wanneer de staalprijzen weer zullen dalen, en vlak daarvoor zijn aandelen verkopen, redeneert Sones.

Maar wanneer is dat?

Corus sprak deze week bij de presentatie van de jaarcijfers alleen nog over verdere prijsstijgingen, omdat de grondstofprijzen ook nog steeds stijgen en Corus gaat proberen die stijging door te berekenen aan afnemers. Zo moet het staalconcern dit jaar twee keer zo veel gaan betalen voor steenkool en ruim 70 procent meer voor ijzererts.

Of dat ook zal lukken, is overigens de vraag. In de eerste helft van dit jaar verwacht Corus dat de hogere grondstofprijzen nog geen negatieve invloed op de winst zullen hebben, maar voor het tweede halfjaar is dat onzeker.

ABN Amro-analist Sones gaat nog een stap verder: hij verwacht de eerste prijsdalingen van staal al in de tweede helft van dit jaar. De oorzaak ligt volgens hem opnieuw in China. Terwijl de vraag naar staal daar in 2003 nog met 25 procent steeg en vorig jaar met 15 procent, vlakt die vraagstijging dit jaar af naar circa 8 procent.

Intussen breidt de Chinese staalindustrie de productie snel uit – de afgelopen drie jaar met 20 procent per jaar – waardoor China steeds minder afhankelijk wordt van import van staal. Zodra China volledig zelfvoorziend wordt – naar verwachting in 2006 – slaat het huidige tekort aan staal snel om in een wereldwijde overcapaciteit. En dan dalen de prijzen vanzelf.