Bollebozen falen als de druk te hoog wordt

Wie bij het maken van wiskundesommen onder druk wordt gezet presteert meestal slechter dan wanneer die stress afwezig is. Al langer is bekend dat het effect van die druk op het werkgeheugen de belangrijkste oorzaak is voor die verslechtering. Twee Amerikaanse psychologen hebben nu de verrassende ontdekking gedaan dat juist mensen met een groot werkgeheugen het zwaarst getroffen worden door de druk. De stress in hun experimenten had geen effect op sommenmakers met een klein werkgeheugen, maar wel op kandidaten met een groot werkgeheugen. Normaal presteren deze laatste veel beter dat mensen met een klein werkgeheugen, maar als ze weten dat hun eigen geldbeloning èn die van een andere proefpersoon afhankelijk wordt van hun prestatie verdwijnt dat voordeel volledig (`When high-powered people fail' in Psychological Science, februari).

Volgens de onderzoekers heeft hun conclusie directe relevantie voor de discussie over toelatingsexamens voor universiteiten en andere opleidingen, die zoals bekend vaak enorme stress veroorzaken. Juist de mensen die de meeste kans op succes tijdens die (vrijwel altijd minder stressvolle) opleiding hebben worden het meest door dat examen benadeeld.

In het werkgeheugen (ook wel kortetermijngeheugen genoemd) wordt een beperkte hoeveelheid informatie `actief' gehouden die direct te maken heeft met de acties die iemand op dat moment uitvoert. Het werkgeheugen ligt aan de basis van het vermogen zich te concentreren, aldus de onderzoekers in Psychological Science. Stress verstoort de werking van dat geheugen: hoe sterker een taak afhankelijk is van werkgeheugen, des te groter het effect van stress doordat mensen te sterk afgeleid worden (routine-acties leiden vaak het minst onder stress). Dat juist mensen met een groot werkgeheugen getroffen worden is daarom verrassend. Als dat werkgeheugen verstoord wordt, valt hun voordeel in concentratievermogen kennelijk weg.