Waardig leven met schadebedrag

De Hoge Raad kende vandaag een eis toe van `wrongful life'. Andere Europese landen durfden dit niet aan, omdat het een waardeoordeel over gehandicapt leven zou inhouden.

De redenering van de Hoge Raad is eigenlijk zeer eenvoudig. De verloskundige maakte een fout. Het kind dat onder de gevolgen daarvan lijdt, moet daarom een schadevergoeding krijgen.

Andere Europese landen zijn tot nog toe terughoudend geweest bij het toekennen van claims voor `wrongful life', `onrechtvaardig bestaan'. In Duitsland verwierp de hoogste rechter de eis, omdat ouders niet verplicht zijn de geboorte van een kind te verhinderen dat voorzienbaar met handicaps ter wereld zal komen. De rechter oordeelde dat zo'n plicht namelijk tot gevolg zou kunnen hebben dat een kind zijn eigen ouders aansprakelijk stelt voor zijn geboorte. De Britse rechter volgde een vergelijkbare gedachtegang: een kind heeft geen recht om niet-gehandicapt ter wereld te komen. Bovendien vond de rechter een toewijzing van een dergelijke eis in strijd met de menselijke waardigheid.

De Hoge Raad heeft het wel aangedurfd om de eis toe te wijzen. De redenering van de raadsheer gaat als volgt:

De verloskundige van het academisch ziekenhuis in Leiden had officieel weliswaar een behandelingsovereenkomst met de moeder en niet met de baby (Kelly) zelf, maar dat neemt niet weg dat de behandelingsovereenkomst net zo goed is gericht op het verlenen van zorg aan de ongeboren vrucht. De verloskundige was in 1994 dus ook naar het ongeboren kind toe verplicht prenatale testen te (laten) verrichten.

De omvang van de schade die Kelly lijdt kan weliswaar niet nauwkeurig worden vastgesteld (dan zou je de waarde van haar niet-bestaan moeten weten en dat vergelijken met wat haar leven kost), maar dat betekent niet dat Kelly daardoor niet voor vergoeding in aanmerking komt. De immateriële schade voor Kelly kan volgens de raadsheer bovendien niet uitsluitend worden afgemeten aan de aard en de ernst van haar handicaps, maar ook aan de mate waarin zij door haar handicaps wordt belemmerd `normaal' te leven en hoezeer zij daaronder lijdt.

Toewijzing van de vergoeding betekent volgens de raadsheer niet dat het gehandicapte bestaan van Kelly minder waard is dan haar niet-bestaan, ofwel, dat het zwaar gehandicapte kind beter af was geweest als ze er niet was geweest. Het oordeel van de rechter is zakelijk. Het is uitsluitend gebaseerd op het feit dat de verloskundige jegens Kelly tekort is geschoten. Door het ziekenhuis te laten betalen wordt aan de menselijke waardigheid van Kelly niet getornd, oordeelt de Hoge Raad. Kelly wordt met het geld dat ze van het ziekenhuis krijgt juist in staat gesteld om ,,zoveel mogelijk een menswaardig bestaan te leiden''. Kelly zou juist tekortgedaan worden als zij door de fout van de verloskundige niet alleen een gehandicapt leven moet leiden, maar ook nog eens geen schadevergoeding zou krijgen.

Ten slotte wijkt de raadsheer af van de redenering van de Duitse rechter dat het toewijzen van een wrongful life-eis zou betekenen dat ze recht zou hebben gehad op abortus. Kelly heeft geen recht op haar eigen niet-bestaan en ze had geen recht op afbreking van de zwangerschap door haar moeder.

De Hoge Raad denkt niet dat nu de aanzet is gegeven voor `defensieve geneeskunde', een argument dat vaak tegen wrongful life-claims wordt gehanteerd. Medici stellen hun eigen richtlijnen. Als ze zich niet aan hun eigen regels houden en er ontstaat daardoor schade, dan kan hij of zij aansprakelijk worden gesteld.