Theater uit WO II door de bril van goed en fout

Hoewel het filmpje meer dan zestig jaar oud is en er geen geluid bij zit, kun je zien dat de artiesten hun vak verstaan. Hun optreden is houterig noch traag. Een man speelt piano, een strijkje begeleidt hem, een mooie dame danst. De opname heeft één gruwelijke eigenaardigheid: alle gezichten zijn uitgebleekt tot witte vlekken. Alsof we naar een revue van een groep geesten zitten te kijken.

Dit korte filmpje van het joodse kampcabaret Bühne Lager Westerbork is het aangrijpendste onderdeel van de tentoonstelling Theater in de Tweede Wereldoorlog in het Theatermuseum te Amsterdam. Topamusement in de wachtkamer van de Hel. Spelen in het kampcabaret betekende vooral ontsnappen aan deportatie naar de vernietigingskampen. In 1944 is het hele cabaret alsnog op de trein gezet. Dat het kampcabaret zo aangrijpend van zijn gezicht is beroofd, heeft een prozaïsche reden: de film is door slijtage verbleekt.

Om de veelzijdigheid van het theater in de oorlog te tonen heeft de samensteller twaalf bruine zuilen ingericht: zes gewijd aan verschillende theaters. In de Koninklijke Schouwburg zat een nazi-toneelgroep. Op een filmpje is te zien hoe de Duitse minister J. Goebbels (Propaganda) langskomt. Interessant is de begroeting: een sierlijke combinatie van de nazi-groet en het gewone handenschudden. De Hollandsche Schouwburg in Amsterdam werd vanaf 1941 enige maanden tot Joodsche Schouwburg omgedoopt, de enige plaats waar joodse artiesten en toeschouwers nog mochten komen. Na de laatste revue in 1942, Het loopt toch anders dan je denkt (,,De sensatie van heden!''), werd de schouwburg ingericht als deportatiepunt.

Vondelstraat 19 was het huis van acteur Ko van Dijk dat op het eind van de oorlog als clandestien theater werd ingericht. Bezoekers betaalden in natura, zoals we op een lijst kunnen lezen: ,,Mary Dresselhuys 2 kaarsen/ Titia Dons 7 appels/ Gijs Versteeg 1/2 kruik genever merk `Hartevelt'.'' Illegaal noemt de samensteller deze avonden, en het ziet er inderdaad stiekem en heldhaftig uit. Maar echt illegaal – in de zin van: verzet tegen het nazi-regime – was het niet. Van Dijk hield zijn familie hiermee in leven en de bezoekers wilden gewoon graag spelen of kijken.

Voorbij goed en fout, belooft Theater in de Tweede Wereldoorlog te gaan. De begeleidende teksten zijn inderdaad vrij van moralisme, en vooral in de keuze van de zes markante artiesten aan wie de andere zuilen zijn gewijd, tonen de samenstellers dat goed en fout niet zo eenduidig lagen. Jacques van Tol is de kameleonachtige tekstschrijver die als Paulus de Ruiter haatzaaiend NSB-cabaret bracht, en als Bert van Eijck het lied Als op het Leideplein de lichtjes weer eens branden schreef, dat voor velen stond voor het hoopvol wachten op de bevrijding.

Bij hun keuzes hebben de samenstellers zich toch weer door de bril van goed en fout gekeken. Nu lijkt het alsof het theater in de Tweede Wereldoorlog werd gedomineerd door joden, krijgsgevangenen, verzetshelden en nazi`s. De werkelijkheid was anders. Zo'n twintig podiumartiesten weigerden zich aan te melden bij de door de nazi's verplicht gestelde Kultuurkamer. Alle anderen tekenden wel. Niet omdat ze laf of nazi waren, maar omdat ze wilden doorwerken. In hele het land werd tot diep in 1944 gewoon theater gebracht, voornamelijk amusement, het liefst zonder verwijzingen naar de grauwe werkelijkheid, want daar zat het massaal toegestroomde publiek niet op te wachten.

Drie van de twaalf zuilen zijn gewijd aan dit gewone theaterleven: één voor het theater Arena in Rotterdam, één voor de schouwburg in Groningen, en één voor choreografe Yvonne Georgi die gedurende de hele oorlog zonder problemen een dansgroep leidde. Meteen is duidelijk waarom de samenstellers meer oog hadden voor de uitzonderingen dan voor de representatieve doorsnee: die zuilen zijn behoorlijk saai. Ook de bezoeker ziet nu eenmaal liever iets over theater dat een duidelijke band heeft met helden, boeven en slachtoffers. Niet omdat we zo graag willen moraliseren, maar omdat dat dramatisch interessanter is.

Tentoonstelling: Theater in de Tweede Wereldoorlog. T/m 9 jan 2006 Theatermuseum, Herengracht 168, Amsterdam. Begin mei volgen bijbehorend boek en cd-box. Inl. 020-551 3300 of www.tin.nl.